Ik vecht ook voor mijn eigenbelang, ja

Sonja Borsboom wil geen megastal achter haar huis. Ze ziet ze liever helemaal niet.

Een drieluik over de megastal. Vandaag: het verhaal van de actievoerder.

A traffic light bearing an "Ampelmaedchen" (little traffic light girl) signals green at a street in the western German city of Cologne on March 13, 2009. The little green and red men, saved from oblivion by a "committee to save the little traffic light men", not only still adorn traffic lights in the former east Germany, but can be found on everything from a mug or a T-shirt, to a cork screw, thanks to Heckhausen and his team of designers. AFP PHOTO DDP / HENNING KAISER GERMANY OUT
A traffic light bearing an "Ampelmaedchen" (little traffic light girl) signals green at a street in the western German city of Cologne on March 13, 2009. The little green and red men, saved from oblivion by a "committee to save the little traffic light men", not only still adorn traffic lights in the former east Germany, but can be found on everything from a mug or a T-shirt, to a cork screw, thanks to Heckhausen and his team of designers. AFP PHOTO DDP / HENNING KAISER GERMANY OUT AFP

De hond blaft hard en wil zo te zien ook best bijten. Het is een Friese stabij. „Hij is de laatste tijd erg waakzaam”, zegt Sonja Borsboom. Haar vriend is net bij haar weg en nu woont ze alleen in haar kleine, witte landhuis buiten Ulicoten, aan een landweggetje dat Hondseind heet. Ulicoten ligt bij Baarle-Nassau, bij de Belgische grens.

Sonja Borsboom (49) is een van de oprichters van het Burgerinitiatief Megastallen Néé. Ze is ook accountant en studeert milieu en duurzaamheid aan de Open Universiteit. Maar aan die studie komt ze bijna niet meer toe door al het actievoeren.

Een frêle vrouw in een bruin suède jurkje. Haar haar is in verschillende kleuren blond geverfd. Ze heeft een wollen poncho om haar schouders als ze het tuinhek opendoet. Ze is net terug van pianoles. „Daar word ik rustig van”, zegt ze. Ze gaat er voor naar Breda. Daar woonde ze voordat ze naar Ulicoten verhuisde, tien jaar geleden.

Bos, zand, boerenakkers. In het bestemmingsplan stond: agrarisch gebied. Zo was het en zo zou het blijven – dacht ze. Ze zet Belgische worstenbroodjes op tafel en wijst uit het raam. Daar, tweehonderd meter verderop, ligt het land van Rudi Adams en zijn overbuurman, twee boeren die nu nog aan de Dorpsstraat in Ulicoten zitten. De gemeente wil dat zij op dat stuk land nieuwe boerderijen gaan bouwen, met stallen voor hun kalveren, kuikens en varkens. Aan de Dorpsstraat kunnen ze niet blijven, want daar moeten huizen komen.

Dat is ook wat met die stallen. Dat was het eerste wat Sonja Borsboom over de plannen hoorde, vijf jaar geleden. Ze was nog geen student milieu en duurzaamheid, geen actievoerster. Ze stond te praten op een feestje van de buurtvereniging. De buurtvereniging: de bewoners van alle eenentwintig huizen van Hondseind. Dat is ook wat met die stallen.

Stallen?

Welke stallen?

Waar?

Nu zegt Sonja Borsboom: „Het was allemaal al besloten. Ze hadden ons er niet bij betrokken. De boeren wel, maar ons niet. Daar blijf ik de rest van mijn leven boos over. Wij konden niets meer doen. En het was ook de bedoeling dat wij niets meer konden doen.”

Dat heeft de gemeente, toen nog gedomineerd door het CDA, geweten. Want kijk waar de woede van Sonja Borsboom toe leidde. Megastallen Néé – met de hulp van de Partij voor de Dieren in 2008 opgericht – verzamelde 33.234 handtekeningen van andere verontruste Brabantse burgers en toen sprak eerst de provincie zich tegen megastallen uit (maart 2010) en daarna de Tweede Kamer (februari 2011).

Maar kijk ook wat het Ulicoten heeft gebracht. Rudi Adams mag zijn bedrijf nu niet meer naar Hondseind verplaatsen. Dus kunnen er aan de Dorpsstraat geen huizen worden gebouwd.

De overbuurman mag zijn bedrijf wel verplaatsen. En als hij het doet, krijgt Sonja Borsboom toch een varkensboer naast zich.

Allemaal eigenbelang, zeggen de mensen in Ulicoten.

„Dat is zo”, zegt Sonja Borsboom. „Ik vecht voor mijn eigenbelang. Dat mag iedere burger doen. Maar het gaat ook om een hoger belang: dat van de toekomst van de intensieve veehouderij in Nederland.”

Daarom noemt u de boerderijen van Rudi Adams en zijn overbuurman ‘megastallen’, terwijl ze dat niet zijn?

„Ze zouden eerst veel groter worden, bouwblokken van 2,5 hectare. Dat zijn megastallen. Pas toen wij in actie kwamen, werd het 1,5 hectare.”

Waardoor de kans groot is dat ze het afleggen tegen grotere boeren.

„Dat is zo. Maar het gaat ons erom dat alle boeren duurzaam en grondgebonden gaan werken. Dat willen boeren zelf ook. Gewone boeren willen geen megastallen.”

En als Nederlandse boeren daardoor niet meer kunnen concurreren met de rest van de wereld?

„Dan is dat ontzettend jammer. Maar het zou niet de eerste keer zijn dat een industrie uit Nederland verdwijnt. Textiel en scheepsbouw doen we ook niet meer. En we bestaan nog steeds.”

Chinese boeren nemen de productie van vlees van ons over.

„Ja, nou?”

Het vlees komt hier weer terug.

„Dat moet dan maar. Ik vind dat geen argument. Zo verandert er nooit wat in de wereld. Wij moeten voor onszelf bepalen wat onze normen en waarden zijn. Wij doen ook niet aan slavernij of kinderarbeid.”

Nederlanders zullen dat goedkope Chinese vlees wel eten.

„Ze weten niet waarom de prijs zo laag is. Daarom moet de overheid consumenten tegen zichzelf beschermen. Leg maar heffingen op goedkoop importvlees. We zullen ergens moeten beginnen als we willen ophouden met het kapotmaken van de aarde.”

Kent u Rudi Adams?

„Nee. Ik heb ook nooit de aanvechting gehad om hem op te zoeken. Het heeft geen enkele zin.”

U beïnvloedt zijn leven wel.

„Ja. Hij het mijne ook. We kunnen daar geen van beiden wat aan doen. Hij had er ook voor kunnen kiezen om naar een al bestaande boerderij te verhuizen. Genoeg boeren die willen stoppen. Maar ja, dan had hij misschien uit Ulicoten weg gemoeten en dat wil hij natuurlijk niet.”

Wat zou u er zo erg aan vinden als hij uw buurman werd?

„Tja.” Ze kijkt naar buiten, naar de plek waar Rudi Adams’ land ligt. „Als het een biologische boer was, zou ik er niet zo’n moeite mee hebben.”

Rudi Adams wil overstappen op biologische kuikens. Zijn kalveren zijn groepskalveren.

„Kalveren mogen alleen nog maar groepskalveren zijn, dus dat zegt niets. En weet je wat dat betekent, vijf kalveren in een hok van 2,5 bij drie meter? Dat is alsof je vijf herdershonden bij elkaar in een kleine keuken zet.”

Rudi Adams wil een kersenboomgaard aanleggen.”

„Dat zal allemaal best, maar even verderop zit een heel grote varkenshouder. Die zou het bedrijf van Adams maar wat graag overnemen.” Ze zwijgt even. „Ik denk in scenario’s, hè. Adams heeft geen zoons en zijn pensioen zit in zijn bedrijf. Als hij het hierheen kan verplaatsen, gaat de waarde fors omhoog.”

En de waarde van uw huis gaat omlaag.

„Ja. Is het raar dat ik me daartegen verzet?”