Iedere dag één uur luchten

Illegale asielzoekers zitten in vreemdelingenbewaring.

Ze delen een cel van 2,5 bij 3 meter. En vanaf vijf uur ’s middags gaat de deur op slot.

WFA85T:BLOEMEN IRANIER DAM:AMSTERDAM;08APR2011-Mensen hebben bloemen gelegd op de plek op de Dam in Amsterdam waar afgelopen... een Iraanse asielzoeker zichzelf in brand stak. Omstanders propbeerden tevergeefs de vlammen te dovem, uiteindelijk is de man in het ziekenhuis aan zijn verwondignen overleden. Zaterdag 9 april is er vanaf 19.30 een herdenking op de plek.WFA/om/str.Olivier Middendorp
WFA85T:BLOEMEN IRANIER DAM:AMSTERDAM;08APR2011-Mensen hebben bloemen gelegd op de plek op de Dam in Amsterdam waar afgelopen... een Iraanse asielzoeker zichzelf in brand stak. Omstanders propbeerden tevergeefs de vlammen te dovem, uiteindelijk is de man in het ziekenhuis aan zijn verwondignen overleden. Zaterdag 9 april is er vanaf 19.30 een herdenking op de plek.WFA/om/str.Olivier Middendorp WFA OLIVIER MIDDENDORP

Je mag niets meenemen voor bij de koffie. Je mag helemaal niets meenemen. Alleen wat kleingeld voor de snoepautomaat. Maar Fariborz Panahi zit niet te wachten op chocola of koekjes. Als de bewakers de deur openen, zoeken zijn ogen tussen de bezoekers naar de persoon die voor hem komt. Hij glimlacht, gaat snel zitten aan de andere kant van de tafel en begint te vertellen.

We treffen elkaar in de bezoekersruimte van Kamp Zeist, een gevangenis in de bossen van Soesterberg. Panahi zit er in vreemdelingenbewaring. Hij is een uitgeprocedeerde asielzoeker. De mensen die hier vastzitten hebben meestal geen strafbare feiten begaan, ze zitten er omdat ze illegaal zijn.

Iedere gevangene heeft recht op één uur bezoek per week. Twee bewakers kijken toe vanaf een verhoging. Fariborz Panahi (40) zit nu een maand in Kamp Zeist, eerder zat hij er dertien maanden vast.

Panahi komt uit Iran. Daar was hij kunstenaar en tekende cartoons. Hij vluchtte in 2002 naar Nederland. Hij had problemen in Iran, zegt hij, hij zat daar twee jaar in de gevangenis. In afdeling 4B zitten vijftig illegalen, dertien van hen komen uit Iran.

Fariborz Panahi praat snel. Zijn Nederlands is niet perfect maar goed te begrijpen. Hij is tenger, donkere ogen. Jarenlang zat hij in de asielprocedure en woonde in asielzoekerscentra. Studeren of werken mag dan niet. Zijn leven draaide om de felbegeerde verblijfsvergunning. Krijg ik die, of krijg ik die niet?

Hij kreeg hem niet. De grootste angst van alle uitgeprocedeerde asielzoekers is dan vreemdelingenbewaring en uitzetting. Dat zegt Panahi, maar het gold ook voor de Iraanse uitgeprocedeerde asielzoeker Kambiz Roustayi, die zichzelf twee weken geleden op de Dam in Amsterdam in brand stak. En voor de man uit Benin die vorige week vermoedelijk zijn vriendin en een agent doodde in Baflo.

Jaarlijks zitten er tussen de acht- en tienduizend mensen voor kortere of langere tijd in vreemdelingenbewaring. De gemiddelde bezetting is zo’n 1.500. Het doel is te voorkomen dat de mensen in de illegaliteit verdwijnen, de overheid wil ze snel uitzetten. Maar dat uitzetten lukt vaak niet. Roustayi zat twee keer maandenlang vast.

Panahi deelt zijn cel van tweeënhalf bij drie meter met een jonge Iraniër van 26. Overdag is de celdeur open. De asielzoekers kunnen dan in de kleine recreatieruimte tafelvoetballen of pingpongen. Maar meestal zitten ze bij elkaar op de cel te praten. Elke dag mogen ze een uur luchten. Ze zien dan niets van de bosrijke omgeving, alleen een stukje lucht.

Om elf uur ’s morgens brengt een bewaker een doos voedsel voor de komende 24 uur. Brood, boter, kaas, yoghurt. Een voorverpakte avondmaaltijd voor in de magnetron. Die eten ze samen op in de cel. Van vijf uur ’s middags tot half negen ’s morgens zit iedereen achter de deur.

Lekker is het eten niet, zegt Panahi. Het is ook lastig om nooit alleen te zijn. De verveling is fnuikend. Maar echt gek wordt hij van de onzekerheid. Hij weet niet hoe lang de gevangenschap gaat duren. Hij weet niet wat ze met hem gaan doen. „In Iran maken ze je meteen dood. Dit is een langzame dood.”

In de vreemdelingenbewaring worden antidepressiva uitgedeeld alsof het snoep is. Panahi slikt het, veel van zijn medegevangenen ook. „Door de medicijnen blijven we enigszins kalm. Zonder medicijnen draaien we door.” Net als Roustayi, de man van de Dam. Hij was depressief en suïcidaal. Hij had de hoop op een verblijfsvergunning opgegeven. Hij had al vaker gedreigd met zelfmoord.

Kambiz Roustayi had juist een opgewekt karakter, vertelt Parviz Noshirrani, een goede vriend. Roustayi woonde de laatste tijd bij een legale Iraniër in Amsterdam en kwam regelmatig bij Parviz Noshirrani en zijn vrouw eten in Amstelveen. „Hij hield van lekker eten. Hij maakte altijd grapjes met mijn twee zoontjes. Ik heb ze nog niet durven zeggen wat er met Kambiz is gebeurd.”

Voor Kambiz Roustayi was terugkeer naar Iran uitgesloten, zegt Noshirrani. Hij had problemen met de Iraanse autoriteiten en wist zeker dat hij zou worden geëxecuteerd. Waarom Roustayi was gevlucht, weet hij niet. Het was een intellectuele man, zegt Noshirrani. „Hij wist veel. Hij kwam uit een goed opgeleide familie.” Roustayi werkte illegaal als elektricien, volgens Noshirrani leerde hij dat uit een boekje.

Frank van Haren, advocaat van Roustayi, zag hem in 2008 voor het eerst. Roustayi zat toen in vreemdelingenbewaring en had tamelijk impulsief een hernieuwd asielverzoek ingediend. Hij zat erdoorheen, zegt Van Haren. Volgens hem is de vreemdelingenbewaring bedoeld om mensen zo gek te maken, dat ze toch teruggaan. „Het volledige verlies van controle over hun leven, maakt mensen gek. Als ze vrij komen, kunnen ze zo weer opgepakt worden. Het regime voor illegale vreemdelingen is zwaarder dan voor criminelen.”

De advocaat legde Roustayi uit dat hij alleen opnieuw een asielaanvraag kon indienen als er nieuwe feiten zouden zijn. In maart 2009 meldde Roustayi zich weer. Hij was inmiddels vrij en had wat nieuwe documenten verzameld. Van Haren bekeek ze en ze maakten een afspraak om de stukken nader te bespreken. Roustayi kwam, maar was in zak en as. Hij had de envelop onder de snelbinders van zijn fiets laten zitten. De envelop was weg.

Van Haren zei tegen Roustayi: „Ik vind het heel erg voor je, maar ik kan niets meer voor je doen.” Van Haren: „Ik ben geen psychiater. Maar ik heb jarenlang ervaring met asielzoekers. Deze man was er psychisch slecht aan toe.” Een maand later kwam Roustayi zijn dossier ophalen. „Hij zei: je leest wel in de krant wat ik ga doen.”

En dat was zo. Hij stak zichzelf in brand op de Dam. Vrienden denken dat hij zijn eigen leven wilde offeren om aandacht te krijgen voor de omstandigheden van andere uitgeprocedeerde asielzoekers. Hij riep nog, al brandend, dat je alleen asiel krijgt als je homo bent, of christen.

In Kamp Zeist vertelt Panahi dat hij zich jaren geleden tot het christendom bekeerde. Hij heeft nog steeds geen asiel. En dan is het bezoekuur voorbij. Panahi gaat terug naar zijn cel. De bezoekers halen hun paspoort op, passeren de bewaking en het metershoge hek en stappen de zon in.