‘Geef uitbehandelde alcoholisten hun eigen drankhostel’

Drankverslaafde daklozen kosten de staat tienduizenden euro’s per jaar aan hulpverlening, medische zorg en politie-inzet. Het blijkt goedkoper om deze mensen een hostel aan te bieden waarin ze zich ongestoord dood kunnen drinken. Een win-win-situatie, aldus voorstanders van dit schadebeperkingsmodel.

Drankverslaafde daklozen kosten de staat tienduizenden euro’s per jaar aan hulpverlening, medische zorg en politie-inzet. Het blijkt goedkoper om deze mensen een hostel aan te bieden waarin ze zich ongestoord dood kunnen drinken. Een win-win-situatie, aldus voorstanders van dit schadebeperkingsmodel.

St. Paul Wet House in Minnesota is zo’n hostel. Alcoholisten krijgen er gratis medische zorg, gratis eten, gratis onderdak en het belangrijkste: de gelegenheid om hun drank te nuttigen zonder dat ze anderen tot last zijn. De drank betalen ze zelf. De goedkoopste merken bier of wodka. Maar ook mondwater, dat 28 procent alcohol bevat, is populair. Prima bij elkaar te bedelen of te verdienen met klusjes, zoals het verzamelen van statiegeldflessen.

Geen therapie
De directie van het drankhostel valt de bewoners niet lastig met therapieën of vervelende onthoudingssessies. Ze mogen er drinken totdat ze eraan overlijden. Een jaar ‘wet house’ kost de belastingbetaler 18.000 dollar. Een koopje, want een dakloze op straat kost de staat minstens het dubbele aan schade en zorg.

In Minnesota zijn vier van dit soort drankhostels. Ook in andere staten komen de voorzieningen op. Bill Hockenberger, manager van St. Paul, is de eerste die toegeeft dat zijn hostel de behandeling van zijn gasten heeft opgegeven. “Het is een schadebeperkingsmodel”, verklaart hij in een interview aan TwinCities.com. Schadebeperking voor de staat, welteverstaan.

De drankhostels zijn omstreden. Kritiek komt vooral uit de hoek van de therapeuten - zoals die van de Anonieme Alcoholisten. Een drankhostel zou mensen afschrijven en aan hun lot overlaten, terwijl er miljoenen voorbeelden zijn van alcoholisten die na zware sessies de drank voorgoed hebben afgezworen.

Deel van identiteit
John Burnside, ex-verslaafde en auteur van Waking Up in Toytown (een openhartige boek over zijn verleden), vindt de drankhostels echter uiterst humaan. Hij wijst er in The Guardian op dat alcoholisme genetisch bepaald is en dat het niet iedere alcoholist is gegeven om de fles voorgoed te laten staan. Het is een deel van hun identiteit, legt hij uit, dus waarom zou je ze straffen met een levenslange behandeling? Je schrijft deze ‘uitbehandelden’ volgens Burnside pas echt af als je ze het zwerversbestaan injaagt. Het drankhostel is weliswaar ongezond, maar alcoholisten worden er niet continu vernederd door therapeuten. Drink en maak plezier, is het credo. “Hier drinken ze met anderen”, aldus TwinCities.com. “Ze schreeuwen, zwaaien met flessen en vertellen verhalen.”

Eigenlijk kun je alcoholisten vergelijken met de homoseksuelen van vroeger, aldus Burnside. In de jaren vijftig kregen zij straf of hormoonbehandeling. Homo’s werden verketterd door de maatschappij, terwijl hun geaardheid een wezenlijk onderdeel is van hun identiteit. Vrijwel iedereen is het er nu over eens dat dit een grove schending is van de burgerrechten. Burnside acht het niet onwaarschijnlijk dat we over vijftig jaar net zo terugkijken op de behandelprogramma’s van alcoholisten die niet zonder drank kunnen.

Lees ook: Bureaucratie heeft dakloze niet op de radar