Geef mij je poep en ik zeg je wie je bent

Uit grootschalig onderzoek naar darmflora komen drie typen naar voren.

Ongeveer zoals mensen ook in verschillende bloedgroepen in te delen zijn.

Nederland, Aarle Rixtel, 03-06-2007 Meisje zit te drinken terwijl ze op haar potje zit te plassen op Stilte- en natuurbelevingscamping De Biezen. Foto: Joyce van Belkom/Hollandse Hoogte
Nederland, Aarle Rixtel, 03-06-2007 Meisje zit te drinken terwijl ze op haar potje zit te plassen op Stilte- en natuurbelevingscamping De Biezen. Foto: Joyce van Belkom/Hollandse Hoogte Joyce van Belkom/Hollandse Hoo>

Geef mij je poep en ik zeg je wie je bent. Bij mensen blijken namelijk drie verschillende typen darmflora te bestaan, ongeveer op dezelfde manier zoals mensen ook bloedgroepen hebben. Bij de een domineren darmbacteriën van het geslacht Bacteroides, bij de ander die van Prevotella of Ruminococcus. Dat concludeerde een internationaal consortium van onderzoekers gisteren in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Volgens de onderzoekers zijn de drie gevonden ‘enterotypen’ alomtegenwoordig over de hele wereld, onafhankelijk van geslacht, leeftijd, gezondheid of ras. Ze keken bij verschillende Europeanen, Japanners en Amerikanen naar de samenstelling van de darmflora door op grote schaal het in de poep aanwezige DNA te analyseren. De onderzoekers schatten dat zij op deze manier ruim de helft van de naar schatting honderdduizend miljard bacteriën die in de menselijke darm leven op soort konden thuisbrengen, voldoende om een getrouw beeld te krijgen. Sommige soorten darmbacteriën waren talrijk, terwijl de meesten in lage aantallen aanwezig waren.

„De darmflora is een ecosysteem”, zegt bio-informaticus Jeroen Raes van de Vrije Universiteit Brussel, een van de leiders van het onderzoek, aan de telefoon. De wisselwerking tussen de bacteriën onderling en het darmmilieu van de gastheer bepaalt de voorwaarden voor de samenstelling van dit ecosysteem. „We zien de drie enterotypes als optimale constellaties waarin dat ecosysteem kan bestaan.”

Overigens is er binnen de enterotypes volop variatie in bacteriesamenstelling, vult mede-auteur en hoogleraar bacteriële metagenomics van de Wageningen Universiteit Michiel Kleerebezem aan. „Maar dit zijn de grove patronen waarin we duidelijke verschillen zien tussen individuen.”

Tussen de enterotypen vinden de onderzoekers verschillen in de vertering van suikers en eiwitten, en ook in de aanmaak van bepaalde vitamines door darmbacteriën. Mensen met het Bacteroides-type darmflora hebben meer van de bacteriesoorten die vitamine C, B2, B5 en H produceren. Mensen met het Prevotella-type hebben meer micro-organismen die vitamine B1 en foliumzuur produceren. De grootste groep mensen heeft echter een darmflora van het Ruminococcus-type. Dit type lijkt gespecialiseerd in het afbreken van mucine, een koolhydraat dat via het voedsel in de darm aanwezig is. De darmen kunnen de brokstukken vervolgens als voedingsstoffen in het lichaam opnemen.

Wat het betekent dat er verschillende typen darmflora zijn en waarom het er niet meer dan drie zijn, daarop moeten de onderzoekers het antwoord schuldig blijven. „Dit is een eerste observatie”, zegt Raes. Maar dit onderzoek aan het zogenoemde „tweede genoom” van de mens opent wel een heel nieuw vakgebied. Het zou wellicht mogelijk worden mensen in te delen in verschillende groepen die vanwege de samenstelling van hun darmflora verschillend reageren op dieet of geneesmiddelen, schrijven de onderzoekers in het Nature-artikel. „Dit onderzoek kan de basis worden voor een gepersonaliseerde therapie, waarbij behandelingen en doses worden afgestemd op het enterotype van de patiënt.”

De onderzoekers schrijven ook dat ze, onafhankelijk van het enterotype van een persoon, wel zogeheten ‘genetische handtekeningen’ kunnen vinden die aan de hand van de aanwezige darmbacteriën kenmerken van de gastheer verraden. Daarbij kijken de onderzoekers naar ‘functionele groepen’, de stofwisseling van verschillende bacteriesoorten bij elkaar. Zo blijkt de aanwezigheid van genen die meer aminozuur aspartaat kunnen maken kenmerkend voor de darmflora van mannen, en neemt de hoeveelheid zetmeelverterende enzymen in de darm toe met de leeftijd van de gastheer. Ook vonden de onderzoekers drie handtekeningen die sterk samenhangen met de zogeheten body mass index (BMI), een maat voor overgewicht. Twee daarvan zijn betrokken bij het vrijmaken van energie uit de voeding.

Kleerebezem: „We zouden deze merkers kunnen gebruiken in de diagnostiek. Mogelijk kunnen we straks zelfs voorspellen wat de kans is dat iemand overgewicht krijgt. De gevonden verbanden zijn significant, dus die zouden stand moeten houden bij toepassing in grotere groepen.” Kleerebezem test nu het effect van verschillende behandelingen op de darmflora van mensen.