Even wint schoonheid van destructie

Luitenantenduetten van De Warme Winkel. Regie: Marien Jongewaard. Gezien: 21/4, Vondelpark, A’dam. T/m 28/5. Inl.dewarmewinkel.nl. *****

Twee mannen in een bunker. Ze wachten – je weet niet waarop en je weet niet hoe lang. Worden ze straks afgelost? Komt er een aanval? Wachten ze op hun executie wegens desertie? In een nauw, schimmelig zaaltje onder de Vondelbrug klinkt elke voorbijrazende tram als een granaatinslag. Keer op keer zwaait de deur open, en springen ze stram in de houding. Uitgeput, maar waardig. Ward Weemhoff knoopt steeds nog even gauw zijn jasje dicht. Keer op keer is hun wachten vergeefs.

Het kan heel goed dat de luitenanten daar in hun schuilplaats langzaam hun verstand verliezen. Ze zijn in elk geval al lang geen militairen meer; alleen maar even kort als die deur weer open zwaait. Tussendoor verliezen ze zich in maffe rollenspelen. Dan knoopt de een een bruidsjurk om en speelt een wraaklustige, misbruikte vrouw. De ander schminkt zich tot neger en speelt een muzikant – metal, dat wel. Of ze apenkooien door de benauwde ruimte: klauteren, springen, vallen. Alles willen ze zijn, behalve dat, daar.

Ward Weemhoff en Vincent Rietveld spelen de mannen uitvergroot maar overtuigend, Weemhoff is fraai gekweld, Rietveld onzeker. Gaandeweg worden ze steeds verbetener, tot ze uiteindelijk berusten.

Langzaam sluipt er een fraaie verstilling in de gekte. Dan tonen de mannen wat ze hadden kunnen zijn, of waren, vóór deze totale destructie. Ze uiten hun liefde voor muziek, welsprekendheid, kunst. Even zijn ze artiest, retoricus, Oosterse wijsgeer. Even wint schoonheid het van oorlog. Zo wordt de reeks maffe scènes waarmee de voorstelling begint toch een samenhangend geheel – met een ontroerende apotheose.

Aan het slot – misschien zijn ze intussen omgekomen - verwijderen de mannen de paardendekens die hun domein begrenzen, en laten de wereld binnen – de kleine bunker vult zich met werken van Manet, Mondriaan, Botticelli, Damien Hirst. Een onverwachte, adembenemende wending, en een moedige ode aan de hoge kunst.