Eenvijfde van de opnames te wijten aan medicijnen

Ten minste 19 procent van alle spoedopnames op de afdelingen inwendige geneeskunde, cardiologie en longgeneeskunde zijn het gevolg van bijwerkingen van medicijnen. Dat blijkt uit het onderzoek van de van oorsprong Afghaanse arts Roya Atiqi die hierop woensdag promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam.

Atiqi onderzocht 2.000 opeenvolgende opnames in het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht. Daarbij ging het in zeker 380 gevallen om complicaties die het gevolg waren van bijwerkingen of verkeerd gebruik van medicijnen.

Mogelijk was het aantal nog hoger (576 gevallen, 29 procent) maar dat was niet met zekerheid vast te stellen. Opvallend was dat de behandelende artsen van het ziekenhuis maar 60 procent van de medicijn gerelateerde klachten als zodanig herkenden.

Een acute opname als gevolg van medicijnen kwam vaak voor bij hartpatiënten, mensen met een hoge bloeddruk of met maag-, darm- of leveraandoeningen. Ook gebruikers van stollingsremmers en pijnstillers kwamen regelmatig in het ziekenhuis terecht door bijeffecten van hun medicatie. Dit trof relatief vaker oudere patiënten.

Het probleem van bijwerkingen van geneesmiddelen wordt onderschat door artsen, schrijft Atiqi in haar proefschrift. De promovenda analyseerde ruim veertig eerder uitgevoerde studies naar spoedopnames wegens bijwerkingen van medicijnen. Gemiddeld schreven die ruim 5 procent van de opnames toe aan bijwerkingen van geneesmiddelen. De resultaten van die studies liepen echter flink uiteen, met percentages variërend van 3,3 tot 33,2 procent.

Atiqi merkt op dat er een frappant verschil bestaat tussen beroepsgroepen die de onderzoeken uitvoerden. Apothekers en epidemiologen kwamen steeds op veel lagere percentages uit dan internisten.

In verder onderzoek van Atiqi onder ruim honderd huisartsen bleek dat zij een hoge bloeddruk als neveneffect van medicatie, zoals bepaalde pijnstillers en anticonceptiepillen, meestal niet herkenden.