Een wonder! Een wonder? Een wonder?

Serge François was verlamd en leed jarenlang helse pijnen. In Lourdes genas hij.

Of dat een wonder was, dat beoordeelt dokter De Franciscis met zijn comité.

Vrijwilligers en zieken tijdens de dagelijkse ziekenprocessie in Lourdes
Vrijwilligers en zieken tijdens de dagelijkse ziekenprocessie in Lourdes

Hij voldeed aan de criteria. Verlamd linkerbeen, jarenlang zware pijnen en een duidelijke oorzaak: knellend littekenweefsel na een herniaoperatie.

De genezing was plotseling, compleet en blijvend en het kwam niet door een behandeling. Het gebeurde in Lourdes. In 2002 leek het dus een uitgemaakte zaak dat de genezing van de Franse tv-monteur Serge François wonderbaarlijk was.

Maar zes jaar later stuitten de twintig artsen van het internationaal medisch comité van Lourdes op een probleem. Om voor wonder door te kunnen gaan, moest de genezen ziekte ook fataal zijn. Dat staat in de wondercriteria van kardinaal Lambertini uit 1734.

Maar hoezeer François ook had geleden, zijn aandoening was nooit dodelijk geweest. En tot nu toe hadden alle mensen die in Lourdes officieel wonderbaarlijk waren genezen, op een paar uit de rommelige begintijd na, een slecht vooruitzicht gehad: infectieziekten (tot de uitvinding van penicilline), tuberculose, MS, kanker.

Nu was allang besloten dat het niet aan artsen is om een genezing als ‘wonder’ te bestempelen – dat is de zaak van de Kerk. Maar konden de artsen op deze genezing wel hun gebruikelijke term ‘onverklaarbaar’ plakken?

Als oplossing stelde iemand een nieuwe term voor: opmerkelijk. En met het Franse stempel remarquable werd het dossier doorgestuurd naar bisschop Delmas van Angers, waar Serge François woonde. Met de vraag of hij deze zaak als wonder zou willen erkennen.

Dokter Alessandro de Franciscis (55) bladert in zijn kantoor door het dossier van de Fransman. De Italiaanse arts is hoofd van het Medisch Bureau van Vaststellingen in Lourdes, dat sinds 1883 de taak heeft vermeende wonderbaarlijke genezingen te onderzoeken. Daar heeft het een lange, bureaucratische procedure opgetuigd, met commissies, jaarvergaderingen en comités. Slechts een handvol genezingen doorstaat de test. Want, zegt De Franciscis: „Dit is geen plek waar we wonderen fabriceren.”

Hij leest voor uit François’ dossier: 1993: hernia in wervel L5-S1, operatie. Juni 1997: operatie, verlamming. Oktober 1997: operatie, hevige pijn, fibrose. November 1997: operatie, morfinepomp. April 2002: naar Lourdes, met krukken en rolstoel. 12 april 2002: genezen. 27 maart 2011: erkend door de bisschop.

Het kantoor van het Medisch Bureau kijkt uit op de heiligdommen van Lourdes, het bedevaartsoord in de Franse Pyreneeën dat de reputatie heeft dat God er op voorspraak van de Heilige Maagd Maria zieken geneest. Voor het raam van De Franciscis trekken rijen zieken en verlamden in blauwe karretjes langs, voortgetrokken door vrijwilligers in witte jurken en met hoofdkapjes. Jaarlijks bezoeken zes miljoen pelgrims Lourdes, van wie 58.000 in georganiseerde reizen voor zieken.

De Franciscis blijft monter onder het uitzicht. Hij steekt graag een sigaret op („Vind je het aanstootgevend als een arts rookt?”), schenkt zichzelf royaal wijn bij tijdens de lunch, kletst met de vrouwen die hem bewonderend aanschieten en houdt zijn glimmende zonnebril op tijdens de ziekenprocessie. Hij is vrijgezel, zonder kinderen. Met een lachje: „Denk ik.”

Zo’n dertig tot veertig keer per jaar klopt bij dokter De Franciscis een pelgrim aan met een verhaal over een genezing tijdens een bad, bij de waterkranen of in een dienst. Als het verhaal heel bijzonder is – in 2010 gebeurde dat één keer – roept De Franciscis alle artsen op die op dat moment in Lourdes zijn. De andere verhalen belanden in de categorie ‘getuigenissen’, waarvoor te weinig medisch bewijsmateriaal is, of in ‘verklaringen’ die later eventueel behandeld kunnen worden.

Op 25 april 2003, toen Serge François een jaar na zijn genezing het Medisch Bureau binnenwandelde, waren er 21 artsen in Lourdes. Dat ad-hoc-comité besloot dat deze zaak verder onderzocht diende te worden.

De keuze of hij de artsen bij elkaar roept of de verklaring opbergt in de archieven, vindt hij de moeilijkste, zegt De Franciscis. „Dat komt alleen op mij aan.” Maar het is nu eenmaal zijn taak om de psychotische verhalen eruit te filteren, de mensen „die wel een avondje op tv willen”, de psychosomatische klachten die moeilijk zijn vast te stellen en de genezingen die, hoezeer God er ook voor gedankt kan worden, toch van medicijnen komen.

Het was de paus zelf die in 1905 besloot dat de wilde verhalen uit Lourdes „behoorlijk onderzocht” dienden te worden. De Franciscis: „De Kerk heeft een traditie om streng om te gaan met wonderen. We zijn bekritiseerd om de verkoop van aflaten, maar nooit om het overdrijven van wonderen.”

Sinds de oprichting van het Medisch Bureau en het voortschrijden van de medische wetenschap daalt het aantal erkende wonderen in Lourdes tot maar één in de tien, vijftien jaar. Steeds vaker stranden zaken in de procedure van het Medisch Bureau op natuurlijke verklaringen.

Is De Franciscis niet bang dat er straks geen ruimte meer is voor God? Nee, schudt hij. „Ik betwijfel of er een tijd komt waarin niets meer onverklaarbaar is.”

Bovendien gebeuren er in Lourdes veel meer wonderen dan de 67 die door de Kerk erkend zijn, zegt de dokter. Aan het einde van de gang steekt hij een sleutel in het slot en zwaait de deur open van een kamertje. Uit de kasten tegen de wanden puilen geelverkleurde papieren en enveloppen. Al bijna 130 jaar verzamelt het Bureau hier dossiers met bloedonderzoeken, röntgenfoto’s, brieven van chirurgen en specialisten, foto’s, biopsieverslagen. Het is een collectie die uit een andere wereld lijkt te komen. Hier, zegt De Franciscis, „staan alle zevenduizend onverklaarbare genezingen van Lourdes.”

Daarbij moet je nog de genezingen tellen die mensen niet komen melden, meent hij. En bovendien: wat is een wonder? „Is een meisje dat door chemo van leukemie geneest en toch niet onvruchtbaar wordt geen wonder? Iemand die suïcidaal is en hier vreugde vindt? Iemand die zijn lijden kan delen met anderen?”

Veel pelgrims hopen toch op een écht wonder. Zoals de vrouw van 62, die op een bankje bij de waterkranen zit. Ze is met een hele groep met het vliegtuig uit Sri Lanka gekomen. Haar benen zijn glanzend opgezwollen van de suikerziekte. Is ze teleurgesteld dat het nog niet weg is? „Nee, ik blijf hoop houden. Op een dag geeft Maria het.” En de jonge vrouw in een rolstoel die met haar vriend is gekomen? Hoopt zij op genezing? „Ja, natuurlijk. Ik hoop op alles. Maar ik kom ook om te bidden.”

Even als advocaat van de duivel: is God niet wreed? Zo veel hoop, zo weinig genezingen? De Franciscis grijnst. „Ík ben hier de advocaat van de duivel.” En nee, God is niet wreed. „God geeft wat we nodig hebben. Wonderen zijn niet het hart van het geloof. Dat is geloof in de opstanding van Jezus. Je kunt een goede christen zijn zonder in de wonderen van Lourdes te geloven.”

Twee weken geleden erkende bisschop Delmas van Angers, waar François woont, de genezing van Serge François. Maar Delmas noemde de genezing – geheel onverwachts – geen wonder. Hij nam de term ‘opmerkelijk’ van het comité over.

Het zal Serge François een zorg zijn hoe zijn genezing heet. Zijn pijn is weg en hij heeft inmiddels 1.500 kilometer te voet naar Santiago de Compostella afgelegd als dankzegging. Maar hij voelt zich ook bezwaard, zei hij tegen de Franse krant Le Figaro. Waarom is hij gekozen, en niet een ander die lijdt? Hij weet het niet. Als dank bidt hij dubbel zo vaak voor andere zieken.