Een nieuw taboe

Naar een idee van Geert Wilders heeft Mark Rutte drie jaar geleden op het Binnenhof nog een zogeheten Vrijdenkersruimte ingericht, waar de vrijheid van woord en cartoon genoten kan worden. Leve Gregorius Nekschot!

Daar kan nu dan de tekst opgehangen worden van de Willem Arondeuslezing, die de cultuurhistoricus Thomas von der Dunk niet mag houden van CDA, VVD en PVV. Het gaat om een jaarlijkse lezing, georganiseerd door de provincie Noord-Holland. Arondeus was een kunstenaar en verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog, die in 1943 geëxecuteerd werd door de Duitsers.

Drie van de vijf leden van de werkgroep die de lezing organiseert, hadden geen bezwaar, maar de leden van CDA en VVD keurden de tekst af na contact met Hero Brinkman, fractieleider van de PVV in Noord-Holland. In de Volkskrant zegt Brinkman vanmorgen dat hij alleen zijn mening heeft gegeven.

Die mening zag er in Brinkmans eigen bewoordingen als volgt uit: „Ik heb toen gezegd: als jullie deze antisemiet Von der Dunk een podium geven om zich tegen de PVV af te zetten, zal ik hem niet alleen in het debat bij de enkels afzagen, maar dan is het misschien ook de laatste Willem Arondeuslezing geweest.”

Hier zien we de PVV in een rol die haar steeds meer op het lijf geschreven is: cipier van het vrije woord. Zij zal wel even bepalen welk woord vrij genoeg is om uitgesproken te mogen worden, wie wel en niet opgenomen mag worden in de Vrijdenkersruimte waarin heel Nederland naar de ideeën van Wilders en Rutte moet worden herschapen.

Het citaat van Brinkman demonstreert waaruit het vrije denken van zulke mensen bestaat: reputatiemoord (‘deze antisemiet’), intimidatie (‘bij de enkels afzagen’) en verbod (‘laatste lezing’).

Op deze manier hebben ze al eerder, en met succes, een hetze gevoerd tegen tv-journalist Clairy Polak (Wilders: „Als wij het voor het zeggen krijgen, is Clairy Polak de eerste die van haar wachtgeld mag gaan genieten.”) en tegen de VARA, die geboycot werd.

Op de website van de Volkskrant is de hele rede van Von der Dunk afgedrukt. Er staat geen onvertogen woord in. Von der Dunk laat zien dat er een nieuw taboe is ontstaan: het verbod om te verwijzen naar de Tweede Wereldoorlog, en de periode daarvoor, als broedplaats van bepaalde totalitaire tendensen. Dat mag niet meer, want dan demoniseer je miljoenen kiezers.

„Voor het eerst sinds 1945,” schrijft Von der Dunk, „hebben we te maken met een politieke stroming van grote omvang (die bovendien feitelijk meeregeert) die uitgangspunten huldigt en standpunten verkondigt die haaks staan op de beginselen van de rechtsstaat. Nee: tot genocide of oorlog roept zij niet op, maar zij bepleit wel fundamenteel verwerpelijke dingen. Het soort dingen dat sinds 1945 terecht taboe was en voor alle fatsoenlijke partijen een reden vormde een heldere grens te trekken en de eventuele bepleiters daarvan op grote afstand te houden.”

Overdreven? Luister even naar Germ Kemper, deken van de Amsterdamse orde van advocaten (dus ook van Bram Moszkowicz), die gisteren in Het Parool vaststelde dat Wilders door zijn aanvallen op de rechterlijke macht „met vuur speelt”. „Op deze manier wordt gezaagd aan het gezag en de functie van de onafhankelijke rechter. Als die niet meer geloofd wordt, kom je in een woeste samenleving terecht.”

En dat is iets anders dan een vrije samenleving.