Een dreunende vraag

O ja, het proces-Wilders – ik geef toe dat mijn gedachten de laatste weken zijn afgedwaald. Het zou gaan over de vrijheid van meningsuiting. Zijn daar grenzen aan? Dat thema ben ik onderweg een beetje kwijtgeraakt. Ineens ging het alleen nog over loslippige oude mannen.

De verdachtmakingen tegen de rechterlijke macht werken ineens averechts

Het hoogtepunt vond vorige week buiten de rechtbank plaats: advocaat Bram Moszkovicz probeerde een Berlusconi en brak in tijdens de uitzending van Pauw en Witteman waar de getuige Hendriks zijn verhaal mocht doen.

Het werd een Melkert-momentje, toen de topadvocaat live met de leugens van zijn eigen getuige Jansen werd geconfronteerd. Moszkovicz riep nog iets onmachtigs over Hamas en gooide de hoorn op de haak.

Mooie televisie, maar waar ging het over?

Gelukkig werd de discussie over vrijheid van meningsuiting elders voortvarend voortgezet. Een werkgroep van de provincie Noord-Holland had het gewaagd de publicist Thomas von der Dunk te vragen voor een lezing. Toen de werkgroep de tekst las, kregen leden van de VVD en het CDA last van koudwatervrees.

Ze stapten naar PVV-Statenlid Hero Brinkman voor overleg. Brinkman: „Ik heb toen gezegd: als jullie deze antisemiet Von der Dunk een podium geven om zich tegen de PVV af te zetten, zal ik hem niet alleen in het debat bij de enkels afzagen, maar dan is het misschien ook de laatste Willem Arondéus Lezing geweest.”

De lezing werd meteen afgezegd. Vrijheid van meningsuiting, het kan zo simpel zijn.

Nu het kwakkelende proces na de mislukte wraking gewoon wordt voortgezet, duiken de experts weer op. In Het Parool waarschuwde Germ Kemper, deken van de Amsterdamse orde van de advocaten, dat Wilders met vuur speelt. Doordat hij de integriteit van de rechters voortdurend in twijfel trekt ( „hoge heren” die elkaar de hand boven het hoofd houden, „maffiapraktijken”, „Noord-Korea”, „Nigeria in het kwadraat”) zou hij het vertrouwen van de samenleving op een oneigenlijke manier ondermijnen. „Wilders richt een kanon op de beschaafde staat.” Nee maar. Laat dat nu precies zijn waar Wilders op uit is.

Ik kan Kemper geruststellen: zelfs in de hedendaagse mediacultuur bestaat er zoiets als overkill. Wat één keer werkt, werkt de volgende keer, heel gek, ineens niet meer. Zeggen dat Mohammed een pedofiele tiran met een hersentumor was – een paar jaar geleden betekende dat meteen tien zetels erbij. Nu gaan er per week twee af. Ook de hyperbolische verdachtmakingen tegen de hele rechterlijke macht werken ineens averechts. Nadat Moszkovicz had aangetoond dat raadsheer Tom Schalken, die dit dwaze proces mogelijk heeft gemaakt, een zelfgenoegzame knoeier is, had hij het daarbij moeten laten. De rechters worden nu steeds meer als slachtoffers gezien van geldverslindend ijdel vertoon.

Het jennen van de elite werkt alleen wanneer het vanuit betrokkenheid met de noden van het volk wordt gedaan. Dat element is uit het proces-Wilders verdwenen.

De indruk ontstaat dat Geert Wilders, voortgedreven door zijn persoonlijke obsessies, de „verweesde” samenleving aan haar lot overlaat. Het sociale gezicht van Wilders wordt nu gezien als een masker. Dat is niet goed voor een populist.

Dit proces, dat zal eindigen in vrijspraak (als het ooit eindigt), kent geen winnaars. Maar door strategische fouten van Wilders zal het populisme niet verdwijnen. Er zal alleen uit blijken dat ook hij geen oplossingen heeft. Na tien jaar Hollands populisme dreunen de oude vragen nog even hard door de samenleving. Wat is Nederland? Wat hebben wij met elkaar te maken? Wat zijn we aan elkaar verplicht?

Neem de zaak van het Afghaanse meisje Sahar. Is zij, nu ze hier mag blijven, alleen „verwesterd”, zoals minister Leers maar blijft zeggen, alsof het om een aandoening gaat? Of is ze Nederlands geworden?

In het radioprogramma Tros Kamerbreed suggereerde de PVV-er Brinkman dat Sahar misschien wel het slinkse pad van takiya bewandelde: de islamitische vijfde colonne dus. Het gaat er niet om of je dat in Nederland mag zeggen. Het gaat erom waarom het gezegd wordt.