Deal met Rutte verdeelt de provincies

Het akkoord tussen Rijk en andere overheden moet een bezuiniging opleveren. De VVD heeft het politiek goed gespeeld, maar er is kritiek.

Hebben de liberalen soms de polder overgenomen? Wie gistermiddag de belangrijkste onderhandelaars van het ‘bestuursakkoord’ – een samenwerkingscontract waarbij ruim 8 miljard euro aan taken van het Rijk naar provincies, gemeentes en waterschappen verhuist – zag, kon zich moeilijk aan die indruk onttrekken. Premier Rutte sloot samen met partijgenoot Frans Weekers (staatssecretaris Financiën) een overeenkomst met de gemeentes, vertegenwoordigd door VVD’er Annemarie Jorritsma en de provincies, vertegenwoordigd door VVD’er Jan Franssen. Uiteraard was daar nog CDA-minister Piet Hein Donner, maar daar wordt in Den Haag al vaak de grap over gemaakt dat het eigenlijk een VVD’er is. En dan stonden twee direct betrokken liberalen nog niet eens op de foto: de VVD-bewindspersonen op Sociale Zaken Henk Kamp en Paul de Krom.

De miljardenbezuinigingen die het kabinet-Rutte vorig jaar in het regeerakkoord aankondigde in het openbaar bestuur, moeten grotendeels uitgevoerd worden door lagere overheden. Voor die hervormingen is een bestuursakkoord nodig.

Was het voor het kabinet niet al te makkelijk zakendoen met zulke gesprekspartners? Nee, onderstreept Annemarie Jorritsma, voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. „Gemeentes nemen hierdoor niet de verantwoordelijkheid voor het regeerakkoord over.” De afspraken komen volgens haar juist aan de wensen van gemeentes tegemoet: meer lokale taken op het terrein van werk, zorg en jeugd.

Er is veel kritiek, vooral van oppositiepartijen. De risico’s zouden te veel naar gemeentes verschuiven en de bezuinigingen, met name op de sociale zekerheid, zouden asociaal zijn. PvdA en SP kondigen aan hun lokale bestuurders aan te moedigen zich tegen het akkoord te verzetten.

Maar ook lokaal is er kritiek. De provincies Noord-Holland, Friesland en Flevoland weigeren het akkoord te ondertekenen. Hier blijkt politieke kleur echter geen rol van betekenis te spelen. Noord-Holland, met een VVD-gedeputeerde als gesprekspartner, heeft zich vanaf het begin verzet tegen een overkoepelend akkoord, omdat de provincie slechte ervaringen heeft met een eerder bestuursakkoord. Het Rijk kwam continu haar afspraken niet na.

En de provincie Friesland vindt de financiële risico’s te groot en sommige afspraken te onduidelijk, zegt CDA-gedeputeerde Tineke Schokker. Ook de provincie Flevoland – met de VVD in het provinciebestuur – vindt dat ze te weinig geld krijgt en te veel risico’s loopt.

Op verzoek van het Rijk legt de provincie Flevoland Oostvaarderswold aan, een ecologische verbindingszone voor dieren tussen Veluwe en Oostvaardersplassen. Dat hoeft nu niet meer van het Rijk. „De rekening daarvan kunnen we niet zomaar bij onze inwoners leggen”, zegt gedeputeerde Marc Witteman (PvdA). De provincie stapt zelfs naar de bestuursrechter om dit besluit.

De vraag is nu wat het lokale verzet betekent. De provincies zijn in meerderheid voor het akkoord, maar kunnen andere provincies Flevoland aan afspraken binden? „Volgens ons niet”, zegt Witteman.

De PvdA’er twijfelt echter niet aan de inzet van Jan Franssen als gezamenlijke onderhandelaar namens de provincies. „Jorritsma en Franssen houden gewoon rekening met hun achterban, net als iedere politicus dat doet”, zegt Witteman.

Flevoland en Noord-Holland hebben wel nog een principieel punt van kritiek. Provincies en gemeentes hebben een eigen verantwoordelijkheid en zijn niet ondergeschikt aan het Rijk. Juist dit principe van bestuurlijke inrichting, ooit bedacht door uitgerekend een liberaal (Thorbecke), zou nu geschonden worden.