De Phil

Sire, er zijn nog Belgen.In de kunst, in de sport, in de muziek lopen mannen en vrouwen rond die een parallelle democratie vormen zonder splijtzwammem en binnengrenzen, met gevoel voor traditie en historie. Fakkels van continuïteit. De schilder Tuymans vervloekt de politieke klasse die dreigt met boedelscheiding. Jazzpionier Toots speelde dezer dagen een laatst keer New York plat en eindigde zijn concert met de woorden: „I love Brussels.” De Rode Duivels, jarenlang symbool voor afbladdering van nationale trots, zijn herboren. En er is de oer-Belg Philippe Gilbert die het internationale wielrennen met verstomming slaat, en die na Kim Clijsters en Justine Henin het kantelende koninkrijk wereldglans geeft.

De Phil.

Zijn demarrage op de Cauberg was van een onnavolgbare superioriteit. Wat hij op de Muur van Huy liet zien, was buitenaards. Tom Boonen en Johan Museeuw hebben ook een palmares, maar zij zijn toch eerder regionale vedetten. Gedragen door gehuchtenromantiek en rumoer in Vlaamse danstenten. Gilbert is grensoverschrijdend in glorie en beschaving. Nog niet helemaal in de traditie van Eddy Merckx, maar veel scheelt het niet.

Eindelijk nog eens een waaier Belgische vlaggen op de Muur van Huy. Een wielerfan had zelfs drie dundoeken aan elkaar geknoopt: de Belgische vlag, de Vlaamse Leeuw, de Waalse haan. Eenheid in verscheidenheid.

De machtsgreep in de Amstel Gold Race en de Waalse Pijl was bijna obsceen. In een splijtende laatste jump liet Gilbert Joaquim Rodriguez en Samuel Sanchez achter als waren ze gestolde dwergen. De Schleckjes en Contador sloegen de handen voor het gezicht: zoveel panache hadden ze in geen jaren meer gezien.

Nog indrukwekkender: anderhalve minuut na de koers herinnerde niets nog dat Gilbert een monsterlijke uitputtingslag had geleverd. Eén washandje, en hij was alweer klaar voor de openingsdans op het Bal de la Rose in Monaco. De Phil huist niet in snot en zeemvel, hij is hemellichaam. Cancellara van de lage landen.

Onuitgegeven handwerk van de natuur.

Hij straalt niet alleen atletische kracht uit, hij belichaamt een nieuwe grandeur in het wielrennen. Altijd bereid tot praatjes zonder klef sentiment. Altijd die brede lach op het podium. Tussendoor kampioen reverence voor kinderen en ouden van dagen. Getranscendeerd in bescheidenheid. Toch een presidentiële coureur, met aftrek van egards en privileges.

Des te meer flair.

Philippe Gilbert is het mooiste wat Wallonië en België kon overkomen. Een pacificerende held die verenigt, die het gebroken land verwarmt met humor in een open, vrolijk gezicht, die zichzelf vol heeft laten lopen met wellevendheid en gemoedelijkheid. Nooit kramp in de mondhoeken.

In eendagswedstrijden de beste renner van de wereld.

Juist in het contrast met Gilbert verduistert Robert Gesink tot een nobele belofte. Niet explosief genoeg voor een klassieker. Te wankelmoedig om te doorstaan wat niet te doorstaan is. Subtop.

Voor het zoveelste jaar op rij hebben de Nederlanders het in de voorjaarsklassiekers laten afweten. Met name de Rabo’s kunnen nu beter even ondergronds gaan van schaamte. Het ontbreekt de ploeg aan een strategische denker. Het lijkt wel of de ploegleiders meer oog hebben voor het landschap dan voor de koers. Toeristen.

Nee, Jan Peter, de VOC-mentaliteit is nog niet tot het peloton doorgedrongen.

Zondag wint Philippe Gilbert ook nog La Doyenne. Samen met Fabian Cancellara heeft hij het hele voorjaar gedomineerd. Oude tijden zijn terug in het wielrennen: twee, drie renners die er met kop en schouders bovenuit steken. Het tijdperk van Merckx, Gimondi en Hinault revisited. Nee, over Lance Amstrong hebben we het niet – een patiënt.