De Oranjes zijn de enige herinnering aan de Republiek der Nederlanden

‘Hofbiograaf’ Cees Fasseur noemt zich orangist, voornamelijk omdat hij het Nederlandse koningshuis leuk vindt, en mooi historisch. Republikein Hans van den Bergh durft te hopen dat het binnenkort afgelopen is, gewoon omdat koningin Beatrix „ook wel inziet dat Willem-Alexander ongeschikt is”. Twistgesprek rond de vraag: hoe lang nog? En waarom?

De één is orangist in hart en nieren, de ander een principiële republikein. Historicus en ‘hofbiograaf’ Cees Fasseur (72) en de letterkundige en lid van het Republikeins Genootschap Hans van den Bergh (78) hebben allebei een advies voor kroonprins Willem-Alexander. In zijn boek De gekroonde republiek stelt Fasseur de prins voor na abdicatie van zijn moeder geen koning, maar stadhouder te worden, zoals Willem van Oranje was. Hans van den Bergh vraagt in een als boek gepubliceerde open brief onder de titel Doe het niet, Alex! aan de kroonprins de monarchie op te doeken.

Wanneer Willem-Alexander aantreedt, of het nu als koning Willem IV of als stadhouder Willem VI is, weet niemand. Fasseur denkt dat ’t op 30 maart 2014 zou kunnen gebeuren. „Dan is het precies 200 jaar geleden dat Willem I als soeverein vorst werd ingehuldigd in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.”

Maar er zijn meer jubilea. In 2013 wordt herdacht dat 200 jaar geleden erfprins Willem, de zoon van de laatste, door de Fransen verdreven stadhouder, in Scheveningen aan wal kwam, in 2014 dat hij werd ingehuldigd als soeverein vorst en in 2015 als staatshoofd van het Koninkrijk der Nederlanden. Van den Bergh gokt op 2015, omdat Beatrix dan precies 35 jaar geregeerd heeft. „Dat is een mooi, rond getal. Haar grootmoeder, Wilhelmina, heeft ’t 50 jaar gedaan.”

Fasseur en Van den Bergh, beiden emeritus hoogleraar, delen een voorliefde voor Multatuli – zij zijn erelid van het Multatuli-Genootschap – en dat is te merken aan hun ironische manier van praten.

Fasseur: „De titel koning zegt me niets. Ik ben zelfs een beetje gestoken als ik voor koningsgezind word uitgemaakt. Ik hang toch niet koning Filips II of koning Lodewijk Napoleon aan! Ik ben Oranjegezind, omdat ik het leuk vind dat er één familie zit, Oranje-Nassau, ik vind het ook leuk dat het staatshoofd op Prinsjesdag in de Gouden Koets rondrijdt en niet in een Porsche en al die historische dingen die erbij horen – juist in een tijd dat er helemaal geen geschiedenis meer onderwezen wordt op school.”

Van den Bergh: „Het is bepaald geen familie waarmee je je graag vereenzelvigt. Sinds Maurits, die Oldenbarneveldt heeft omgebracht, waren het tamelijke schurken. Later hebben ze hetzelfde gedaan, maar dan nog erger, met de gebroeders De Witt. Dat zijn toch zaken die je moeilijk kunt vergeten. De beste periodes van de Republiek waren trouwens de periodes zonder stadhouder, de stadhouderloze tijdperken, toen bloeiden we echt.”

Fasseur: „Als Willem-Alexander het mij zou vragen dan zou ik proberen hem ervan te overtuigen dat het juist wel aardig kan zijn om na tweehonderd jaar weer eens terug te keren naar het stadhouderschap. Dat was een typisch Nederlandse instelling: een republiek met stadhouders uit één familie, die telkens weer terugkwam, vooral in tijden van spanning, wanneer de regenten het volk zo van zich vervreemd hadden, dat men weer begon te roepen om een stadhouder. Eigenlijk zijn de Oranjes de enige herinnering aan de Republiek der zeven Verenigde Nederlanden. De Oranjes zijn daar, in de persoon van Willem van Oranje, de stichter van. Zonder de republiek waren de Oranjes er niet.”

Van den Bergh tekent aan dat stadhouders plaatsbekleders waren van het koningschap dat aan Filips II was ontzegd. „Als Willem-Alexander stadhouder wordt, waarvan is hij dan de waarnemer of plaatsbekleder? Ten tijde van de Republiek betekende stadhouder legeraanvoerder en meer dan dat waren ze ook niet.” Hij wil, op weg naar een republiek, dat de Grondwet zo wordt gewijzigd dat de koning geen deel meer uitmaakt van de regering.

Fasseur vindt dit een technische kwestie. „Geert Wilders (PVV) en Ineke van Gent (GroenLinks) bereiden samen een grondwetswijziging op dit punt voor. Maar dat hoeft helemaal niet. Voor 1983 stond nergens dat de koning deel uitmaakt van de regering. Die zinsnede kan er zo weer uit en dan verandert er niets.”

Van den Bergh wil niet alleen de koningin uit de regering, maar vindt het ook kwalijk dat zij voorzitter is van de Raad van State en dat Willem-Alexander en Máxima lid zijn van dit college dat de Nederlandse wetgeving toetst. Fasseur betoogt dat dit allemaal ceremonie is. „Laten we ons druk maken om dingen die er werkelijk toe doen. Bijvoorbeeld over het feit dat wij als enige land in Europa geen gekozen burgemeesters hebben. Zelfs in Albanië zijn gekozen burgemeesters. Maar in Nederland durven we dat niet, want dan zouden onverantwoordelijke lieden misschien burgemeester kunnen worden.” Hij hecht vooral aan de door de Oranjes gerepresenteerde continuïteit. „We hebben te maken met een familie die er al bijna vijfhonderd jaar zit: het oudste familiebedrijf van Nederland, doorgegeven van vader op zoon of dochter.”

„Maar nog geen tweehonderd jaar als koningen”, riposteert Van den Bergh. Hij vermoedt dat koningin Beatrix aanblijft zolang haar gezondheid ’t toelaat. „Omdat ze niets heerlijker vindt dan achter de schermen invloed uitoefenen. Na haar abdicatie heeft ze geen invloed meer. Ze heeft altijd gezegd dat ze het Willem-Alexander gunt om, net als zijzelf indertijd, rustig met zijn gezin toe te groeien naar het koningschap.”

Fasseur vindt dat geen logische gedachte. „Zowel Wilhelmina als Juliana is geabdiceerd terwijl ze eigenlijk nog best wat jaartjes voort konden. Zolang Beatrix aanblijft, doemt ze haar oudste zoon tot werkloosheid.” Volgens Van den Bergh is dat ook precies haar bedoeling. „Beatrix ziet ook wel in dat Willem-Alexander ongeschikt is voor het koningschap. Hij is meer een doener, iemand die graag met huizen bezig is: een landgoed hier, een verbouwing daar en een leuk vakantieoord in Argentinië, diepzeeduiken, sportbestuurder zijn, aan watermanagement doen, dat vindt hij allemaal leuk. Als hem dat wordt afgenomen, en dat gebeurt als hij koning wordt , dan is dat een buitengewoon moeilijke stap voor hem, ook karakterologisch.”

Fasseur acht hem wel geschikt. „De enkele keer dat ik Willem-Alexander heb meegemaakt deed hij ’t heel goed. Wat mij onmiddellijk opviel was dat de man uitstekend is in small talk. Hij kan pijlsnel switchen van de ene naar de andere gesprekssituatie. Daar moet je intelligent voor zijn, je moet de mensen goed kunnen inschatten. Naar mijn mening is hij vanaf het moment dat hij Prins Pils was in de media stelselmatig onderschat als toch een beetje een dommige jongen met een bol gezicht en dat imago heeft hij nog altijd niet kunnen afleggen.”

Voor Van den Bergh doen de capaciteiten van Willem-Alexander niet ter zake, omdat hij er hoe dan ook niet aan moet beginnen. Hij is het met Fasseur eens dat de kroonprins zich uitstekend in een gezelschap kan bewegen. „Ik heb hem meegemaakt bij de uitreiking van 25 delen Multatuli, toen hij een behoorlijke toespraak hield waarin hij zei dat hij dankzij die boeken voorlopig met zijn toekomstige kersttoespraken vooruit kon.”

Fasseur constateert tevreden dat zij het blijkbaar eens zijn over de representatieve kwaliteiten van Willem-Alexander. „Het koningschap ís representatie, dus wat wil je nog meer?”

Van den Bergh: „Dat we van dat onmogelijke constitutionele koningschap afkomen. De erfopvolging leidt tot een soort middeleeuwse standenmaatschappij, op basis van een principiële ongelijkheid tussen mensen, die alleen maar verholpen kan worden door het vestigen van een republiek, waar iedereen de maarschalkstaf in zijn ransel draagt. Iedereen is dan gelijk, zoals ook in artikel 3 van de Grondwet staat, om iedere staatspositie in te nemen. Dat moet ook voor de functie van staatshoofd gelden. Pas dan zal die ongelijkheid zijn weggenomen.”

Fasseur: „Een mooi principieel standpunt, maar zolang in dit land alle bestuurders gerekruteerd worden uit politieke partijen praktisch onuitvoerbaar. Als je verder wilt democratiseren, waar ik voorstander van ben, begin dan met de gekozen burgemeester. Maar een rechtstreeks gekozen staatshoofd, zoals in Frankrijk en Amerika, is niet aan te bevelen, omdat zo iemand veel te veel macht heeft.”

Van den Bergh: „Ik ben voor een getrapte verkiezing, zoals in Duitsland. Het Republikeins Genootschap wil geen presidentieel stelsel, maar een constitutionele republiek, met een nette vent of vrouw aan het hoofd. Denk aan iemand als Tjeenk Willink, vicevoorzitter van de Raad van State die ook wel onderkoning wordt genoemd, daar is nooit enig probleem mee geweest.”

Fasseur: „Bij de laatste formatie werd er gemopperd dat hij van PvdA-huize is. Daar was hij erg verontwaardigd over, maar ik dacht: het spijt me Herman, maar jij bent op die plaats gekomen dankzij je lidmaatschap van de PvdA.”

Voor Fasseur is continuïteit, die het land bij elkaar houdt, een belangrijk argument pro monarchie. De PVV ergert zich volgens hem aan het koningshuis omdat die partij voor discontinuïteit is. „Wilders wil het land uit elkaar drijven.”

Van den Bergh meent dat Wilders de koningin wil betrappen op pro-islamuitspraken, maar dat hij in wezen monarchist is. Fasseur: „Dat beweert hij. Maar hij komt uit Limburg en we weten allemaal: daar komen de Republikeinen vandaan. Dat land had liever bij Pruisen gevoegd willen worden in 1815 en dan waren ze allemaal gesneuveld onder de Duitse vanen in de Tweede Wereldoorlog. Niet voor niets komt de oprichter en voorzitter van het Republikeins genootschap, Pierre Vinken, ook uit Limburg.”

Hoe lang geven zij de monarchie nog? Van den Bergh denkt dat Willem-Alexander de laatste koning zal zijn: „Hij zal zoveel verzet oproepen in alle mogelijke opzichten, dat er een eind aan wordt gemaakt.” Fasseur denkt dat het koningshuis nog twee eeuwen zal aanblijven. „Met een beetje stevige minister-president zal Willem-Alexander het wel redden, daar is hij slim genoeg voor. En het duurt nog zo’n twintig jaar voor de drie prinsesjes met liefdesperikelen voor schandalen kunnen zorgen. Daar verheug ik me nu al op. Never a dull moment, met de Oranjes.”

Van den Bergh: „Je praat over een aantal grote en belangrijke schandalen heen, en dan heb ik het niet eens over de Lockheed-affaire, maar over wat er nu nog gebeurt, bijvoorbeeld de malafide belastingconstructies die worden bedacht, dat is voor zo’n familie toch gewoon verschrikkelijk. Je zegt dat Wilhelmina, Juliana en Beatrix het zo goed hebben gedaan, maar het waren alle drie autoritaire tantes die zich bemoeiden met allerlei dingen die buiten hun staatsrechtelijke bevoegdheden vielen. Beatrix probeert regelmatig Kamerleden te beïnvloeden, bijvoorbeeld om tegen de gekozen burgemeester te zijn.”

Fasseur: „Over het algemeen heeft Beatrix het heel goed gedaan. Het belangrijkste is dat wij een staatshoofd hebben dat niet door het volk is gekozen en dus niet van de partij van Wilders is. Dat er een staatshoofd zit dat, als enige lijkt het wel, nog een klein beetje de woede van Wilders kan wekken omdat ze waarden vertegenwoordigt als continuïteit en tolerantie. Het getuigschrift dat ze het goed doet is al bij herhaling door Wilders afgegeven.”

Van den Berg: „Dat geef ik je toe, maar die waarden kunnen ook en waarschijnlijk beter uitgedragen worden door een boven de partijen staande president.” Fasseur: „Het is een illusie te denken dat er een gekozen president kan komen die politiek een onbeschreven blad is. Er zullen vanuit de politiek allerlei ambitieuze lieden naar voren worden geschoven, vooral dames denk ik. Als het nu aan de orde zou zijn, moeten we denken aan types als Gerda Verburg en Annemarie Jorritsma.”

Hans van den Bergh opteert voor Femke Halsema, maar denkt niet dat hij de afschaffing van de monarchie meemaakt. „De kans dat Willem-Alexander gevolg zal geven aan mijn oproep om geen koning te worden, acht ik zeer gering. Ik heb nog geen reactie van hem ontvangen.” Fasseur: „In dat opzicht deel je het lot van Multatuli, die heeft ook nooit antwoord gekregen op zijn aan het einde van de Max Havelaar gedane verzoeken aan Willem III.”

En dan zijn we aangeland bij het finale pro-Oranjeargument dat zonder de monarchie Max Havelaar nooit zo’n prachtig slot had gekregen: ‘Want u draag ik myn boek op, Willem den derden, Koning, Groothertog, Prins….meer dan Prins, Groothertog en Koning….’ „Kijk”, zegt Fasseur, „als er had gestaan: ‘Want u draag ik mijn boek op, mevrouw het gekozen staatshoofd, Annemarie Jorritsma geboren Lebbink, Kamerlid, minister, burgemeester van Almere, meer dan burgemeester van Almere…’ Dat kan toch niet!”

Nadat Van den Bergh dit heeft beaamd meldt een stralende Fasseur uit betrouwbare bron te hebben vernomen dat voor het Republikeins Genootschap het predicaat Koninklijk is aangevraagd en dat dit aanstaande Koninginnedag feestelijk zal worden toegekend.

Elsbeth Etty