Burger kiest eigen duidelijkheid

Zelf sprak hij ironisch van zijn jaarlijkse Cassandra-moment, het terugkerende mopperritueel. Herman Tjeenk Willink, vicepresident, vroeg zich bij het jaarverslag van de Raad van State af of dat nog viel te voorkomen. Maar daarvoor is het te laat. ‘Rechtsstaat kan instabiel worden’ kopte de krant. Vorig jaar was het ‘Hervorming bestuur mist politieke visie’. Het

Zelf sprak hij ironisch van zijn jaarlijkse Cassandra-moment, het terugkerende mopperritueel. Herman Tjeenk Willink, vicepresident, vroeg zich bij het jaarverslag van de Raad van State af of dat nog viel te voorkomen. Maar daarvoor is het te laat. ‘Rechtsstaat kan instabiel worden’ kopte de krant. Vorig jaar was het ‘Hervorming bestuur mist politieke visie’. Het jaar ervoor: ‘Rechtsstaat dreigt te worden uitgehold.’ En: ‘Onderkoning ziet maar niets veranderen.’ ‘Overheid is uit de rails gelopen.’Hij waarschuwt al jaren, dat is zeker. Maar heeft hij ook gelijk?

Het jaarlijkse beklag van Tjeenk Willink miskent vitaliteit van nieuwe partijvorming

Tjeenk Willink zegt steeds weer dat het vertrouwen van de burger in de politiek is aangetast doordat partijen geen visie meer hebben op de taken van de overheid. De verzelfstandiging of privatisering van overheidstaken is de schuld. Sinds 1997, toen Geert Wilders nog gehoorzaam VVD-raadslid in Utrecht was, zegt hij dat de burger vervreemd raakt van ‘de’ politiek.

Een kloofdenker pur sang dus. Maar het PvdA-lid Tjeenk Willink is zelf ook product van de afspiegelingsdemocratie. Toen voormannen van verzuilde partijen nog gewoon compromissen sloten namens de achterban. Die vol vertrouwen het roer uit handen gaf. In Nederland wordt immers nooit de macht gekozen, maar alleen de controle erop. Pas na de verkiezingen wordt onderling in de formatie beslist wie er echt gewonnen heeft. Stabiel was deze regentenrepubliek zeker. Maar is het nog van deze tijd?

Volgens Tjeenk Willink is er „niets” voor de verzuiling in de plaats gekomen. Hij neemt behalve zwevende kiezers nu ook zwevende politici waar. Hij ziet een vacuüm waarin instituties als parlement, koningschap en rechtspraak kwetsbaar worden. Instabiliteit dreigt – partijen moeten zich opnieuw uitvinden.

Is er inderdaad „niets” voor in de plaats gekomen? In ieder geval niets wat Tjeenk Willink bevalt: partijen als de LPF, PVV en one-issue-bewegingen als de Ouderenpartij en de Partij voor de Dieren. Jonge partijen als D66 en SP zijn al jaren maatstaf van de onvrede. De democratie produceert dus nieuwe bewegingen. Niet echt partijen met vaandels en symbolen, maar wel met ideeën en analyses van de malaise die verwant zijn aan die van Tjeenk Willink. Toch vallen ze buiten zijn gezichtsveld. Met uitzondering van D66 zijn ze niet in de Raad van State vertegenwoordigd.

Bestaat die kloof burger-overheid eigenlijk wel? Uit de recente bundel Democratie Doorgelicht waaraan vijftig politicologen meewerkten blijkt iets anders. Het vertrouwen in de democratie is al jaren groot en constant onder de burger. Alleen het vertrouwen in de instituties, zoals de Raad van State, fluctueert nogal. De mondige burger vindt dat hij te weinig invloed heeft op het beleid. Het afspiegelingsmodel verliest snel gezag. De burger ontwikkelt een voorkeur voor de ‘afrekendemocratie’ en eist directe invloed. Het consensusmodel van Tjeenk Willink past niet meer bij de individualistische burger. Die wil voor zijn eigen duidelijkheid kunnen kiezen.

De kloof zit niet tussen burger en ‘de politiek’, maar tussen de kiezer en de oude consensusplicht, blijkt uit het boek. Dat drijft de kiezer naar de flanken van de politiek, waar de duidelijkste boodschappen worden verkocht. Leidt dit alles tot instabiliteit? De links-rechtsverhouding in Nederland is al jaren stabiel, als je de nieuwe partijen meerekent. De partijen zíjn zich dus aan het herijken, alleen niet onder bestaande merknamen.

Als er al sprake is van een kloof dan zit die eerder tussen burgers onderling, tussen hoger- en lageropgeleide groepen. Volgens de politicoloog Mark Bovens in zijn boek Diplomademocratie is opleiding de nieuwe verzuilingsgrondslag. Hoe hoger de opleiding, hoe groter het vertrouwen in de instituties. En andersom. Populistische partijen bedienen vooral lageropgeleiden die structureel anders over integratie, migratie en criminaliteit denken. Cassandra heeft dus geen gelijk. De zuilen zijn gekraakt door nieuwe partijen met andere verdeelsleutels. Niet de stabiliteit van de rechtsstaat staat ter discussie, maar de democratische verdeling van de macht.