Zou hij een vaste aanstelling hebben?

Een vaste aanstelling voor een promovendus komt alleen per toeval tot stand.

Onzekerheid hoort erbij, zeggen ze. De vakbond wil een cultuurverandering.

WFA28T:OUDSTE PROMOVENDUS NEDERLAND:NIJMEGEN;19APR2011-De 89 jarige promovendus Drs. Gerrit Deems uit Nijmegen promoveert met een proefschrift over de rooms-katholieke priester Alfons Ariëns. Hij is daarmee - zoals wordt aangenomen - de oudste promovendus die de bul fysiek in ontvangst mag nemen. FOTO: De 89 jarige promovendus Drs. Gerrit Deems uit Nijmegen tijdens de verdediging van zijn proefschrift.WFA/pr/str.Paul Rapp
WFA28T:OUDSTE PROMOVENDUS NEDERLAND:NIJMEGEN;19APR2011-De 89 jarige promovendus Drs. Gerrit Deems uit Nijmegen promoveert met een proefschrift over de rooms-katholieke priester Alfons Ariëns. Hij is daarmee - zoals wordt aangenomen - de oudste promovendus die de bul fysiek in ontvangst mag nemen. FOTO: De 89 jarige promovendus Drs. Gerrit Deems uit Nijmegen tijdens de verdediging van zijn proefschrift.WFA/pr/str.Paul Rapp WFA PAUL RAPP

Onhaalbaar wil promovendus Cathelijne Stoof het niet noemen, een vast contract binnen de universiteitswereld. „Laat ik het zo zeggen, in míjn vocabulaire komt het niet voor.”

In juni verdedigt Cathelijne Stoof haar proefschrift; ze deed aan de Wageningen Universiteit promotieonderzoek naar de effecten van bosbranden. Daarna vertrekt ze naar de Verenigde Staten voor een postdoc voor twee jaar. Weer op tijdelijke basis. Als je iets wilt bereiken binnen de onderzoekswereld, dan horen die losse contracten erbij, vertelt ze. Na je promoveren gaat het om het krijgen van postdocs, daarvoor zijn de contracten vaak twee of drie jaar. „En als je pech hebt, krijg je zelfs maar één jaar.”

Cathelijne Stoof vindt het weleens lastig dat ze geen vast contract en dus geen financiële zekerheid heeft. „Ik denk soms ook wel, wat als ik huisje-boompje-beestje wil?” Maar ze wist van tevoren dat dit bij een wetenschappelijke carrière zo zou lopen. „Ik vind mijn werk gelukkig ontzettend leuk, dus de onzekerheid die het met zich meebrengt, daar leef ik dan maar mee. Al weet ik dat het geen normale gang van zaken is.” Zij kiest ervoor, maar recent breder onderzoek toont aan dat de wetenschap talent verliest doordat de Nederlandse universiteiten geen structureel loopbaanbeleid hebben.

Toeval blijkt de belangrijkste factor te zijn voor het al dan niet verkrijgen van een vast dienstverband, blijkt uit onderzoek van het Rathenau Instituut. Loopbaanbeleid bestaat niet aan universiteiten, was één van de conclusies. „Soms begint een leidinggevende er vol goede moed aan en maakt afspraken met een veelbelovende wetenschapper. Maar de leidinggevende gaat weg, een decaan is slechts voor een aantal jaar benoemd, en de afspraken blijken niets waard”, staat in het rapport.

De vakbonden zien dit probleem al langer, en legden in de cao voor dit jaar vast dat universiteiten aan hun loopbaanbeleid voor werknemers moeten gaan werken. Het doel: „Een universiteit waar het volstrekt normaal is dat de loopbaan onderwerp van gesprek is.” Een cultuurverandering, heet dat in de cao.

In de praktijk zal het „afleveren van promovendi toch een vorm van productie blijven”, zegt Jurriaan Huskens, hoogleraar nanotechnologie aan de Universiteit Twente. Het aantal mensen dat een universiteit kan aannemen is veel kleiner dan het aanbod van promovendi. Dus is er ook geen beleid nodig om goede promovendi vast te houden. „De poule van goede mensen is zo groot, je vindt altijd wel een geschikte kandidaat.” Onlangs maakte hij het zelf nog mee: hij wilde een goede promovendus terughalen naar de UT, maar kon hem niets vasts bieden. „Die jongen werkt nu bij een universiteit in Singapore.”

Niet alleen verdwijnen onderzoekers naar het bedrijfsleven; ook voor de manier waarop universitaire werknemers hun werk doen, maakt het uit of ze een vast contract of een tijdelijk dienstverband hebben. Ook als dat contract voor meerdere jaren is. Marlou Schrover heeft nu een vast contract als hoogleraar migratiegeschiedenis bij de Universiteit Leiden, maar werkte jaren op tijdelijke basis bij de Universiteit Utrecht. Ze vertelt dat ze zich meer voor de universiteit zelf inzet, nu ze een vast contract heeft. „Als je bij de club hoort, werk je anders. Nu investeer ik meer in samenwerkingsverbanden voor de universiteit. Met een los contract let je meer op eigen publicaties. Dan werk je meer aan dingen die voor jou als persoon goed zijn, die je mee kunt nemen.”

Net als Cathelijne Stoof ziet ook Marlou Schrover dat tijdelijke contracten meer regel dan uitzondering zijn in de universitaire wereld – en dat er dus geen sprake is van loopbaanbeleid. „Die onzekerheid hoort erbij. Soms zat het wel in mijn hoofd, maar over het algemeen mocht ik niet klagen. Ik vond steeds juist dat ik mooie aanstellingen had, van meerdere jaren. Eerst als promovendus, daarna als wetenschappelijk medewerker en als postdoc.”

Enkele Nederlandse universiteiten – waaronder ook de Universiteit Twente – zijn onder de noemer van loopbaanbeleid enkele jaren geleden begonnen met tenure tracks voor jonge wetenschappers. Jonge onderzoekers doorlopen dan een speciaal traject binnen de universiteit, dat als hoofddoel heeft om door te stromen naar een hoogleraarschap. Met een vast dienstverband.

Die tenure tracks zijn nadrukkelijk bedoeld voor ‘excellente jonge wetenschappers’. De vraag is maar of die trajecten een goede manier zijn om de kennis binnen de universiteiten op een hoog niveau te houden, zegt hoogleraar Huskens van de UT. De kandidaten moeten van meet af aan managementcapaciteiten hebben én wetenschappelijk goed onderlegd zijn. „Goede wetenschappers kunnen hierdoor buiten de boot vallen. Niet iedereen heeft nu eenmaal leiderschapscapaciteiten, terwijl die mensen inhoudelijk wel sterk zijn. Universiteiten zoeken dan het schaap met de vijf poten.”