Pacino en De Niro over 'het ambacht'

In het Amerikaanse Inside the Actors Studio praten filmsterren lang en serieus over hun carrière.

Veel afleveringen zijn te vinden op YouTube.

Acteurs en actrices worden begeerd en bewonderd, en in sommige gevallen obsceen goed betaald. Maar wat hun slechts zelden overkomt, is dat ze ook serieus worden genomen. Dat maakt het Amerikaanse televisieprogramma Inside the Actors Studio bijzonder: hier geen promopraatjes en andere flauwekul, maar lange gesprekken over ‘het ambacht’ – voor een publiek van leergierige studenten, die in de voetsporen willen treden van hun grote voorbeelden.

Inside the Actors Studio is gelieerd aan de fameuze Actors Studio in New York, broedplaats van het zogeheten method acting. Het programma is bezig aan het zeventiende seizoen. In bijna 250 afleveringen heeft Inside the Actors Studio een enorme cultstatus opgebouwd: komiek Will Ferell parodieert in zijn sketches de maniertjes van de bedenker, presentator en producent, James Lipton, die zelf is opgeleid aan de Studio. Voor acteurs en actrices is Inside the Actors Studio verplichte kost, want het programma biedt een unieke mogelijkheid om de groten van hun vak serieus tekst en uitleg te horen geven bij hun belangrijkste rollen – zelfs van notoir mediaschuwe filmsterren als Johnny Depp en Robert De Niro.

In cinefiel Frankrijk, en in 125 andere landen, wordt het programma ook uitgezonden, maar Nederland heeft Inside the Actors Studio nooit gehaald. Geen probleem, want er is YouTube. Daar is een groot deel van deze unieke interviews te vinden – verknipt in stukjes weliswaar en niet altijd helemaal compleet. Maar toch: wat een rijkdom. (Tip: op de internetsite van de Japanse zender Tudou zijn hele afleveringen integraal te zien.)

Het programma wordt opgenomen in het theater van de Pace University van New York. Dat creëert een studieuze atmosfeer. Lipton stelt, altijd iets te onderdanig, vaak min of meer dezelfde vragen. Maar dat heeft het voordeel dat de gasten weten wat ze kunnen verwachten, zich ontspannen en tamelijk vrijuit spreken. Zo ontstaat de collegiale sfeer van vakgenoten onder elkaar.

De lessen van de sterren zijn niet eenduidig, hoe kan het ook anders? Al Pacino vertelt hoe hij leerde wat acteren voor de camera precies inhoudt: dat je steeds ‘kleiner’ moet acteren naarmate je groter in beeld komt bijvoorbeeld. Robert Redford hanteert juist het tegenovergestelde uitgangspunt. Hij wilde zich als acteur nooit verdiepen in camerastandpunt, beeldkader en andere technische zaken, want dat zou zijn vrijheid als acteur te veel inperken. Het bleek een grote handicap toen hij in 1980 met Ordinary People zijn eerste film wilde regisseren: hij kon de cameraman niet uitleggen wat hij wilde. Toen ging hij maar een storyboard tekenen voor elk shot in de film.

Een fantastische verteller is Dustin Hoffman, zoals zoveel gasten zelf een alumnus van de Actors Studio. Method acting houdt onder meer in dat de acteur een beroep doet op zijn eigen herinneringen en emoties om een rol zo authentiek mogelijk te spelen. Een sterk voorbeeld daarvan was Hoffmans rol als Willy Loman in Arthur Millers Death of a Salesman, waarin de acteur heel veel van zijn eigen vader legde.

Maar Hoffman is ook weer geen slaaf van the method. „Vergeet het idee dat je alles altijd zelf moet voelen”, zei hij tegen de studenten. „Dat kan helemaal niet.” Om vervolgens uit te barsten in grote woede. Daarna, weer op rustige toon. „Zie je, dat is spelen. Ik voelde helemaal niks.”

Hoffman praktisch, over zijn rol met Robert Redford als het reportersduo Woodward en Bernstein in All the Presidents Men: „Redford kwam op het idee dat we elkaars zinnen uit ons hoofd moesten leren, zodat we elkaar steeds konden aanvullen, alsof we één persoon waren.”

Rustig, bescheiden, eigenlijk een beetje saai, is Johnny Depp. Dol op zijn moeder en zijn familie, dikke vrienden met zijn vaste regisseur Tim Burton („Werken met hem is thuiskomen.”) Toch is ook dit een interessant gesprek, omdat Depp een unieke niche voor zichzelf heeft veroverd, ergens tussen indie- en mainstreamfilms in.

Depp zou je bij uitstek een postmoderne acteur kunnen noemen, die zich laat inspireren door beelden die al rondgaan in de populaire cultuur. Voor zijn rol in Edward Scissorhands was Buster Keaton het voorbeeld, voor Ed Wood stak hij zijn licht op bij het kinderlijke enthousiasme van de Tin Man uit The Wizard of Oz en het ‘blinde optimisme’ van de Amerikaanse president Reagan, voor kapitein Jack Sparrow in Pirates of the Caribbean stond gitarist Keith Richards model.

Al Pacino is openhartig over zijn armoedige jeugd, de vroege dood van zijn moeder en zijn drang om te spelen. „Toen ik vijf jaar was, speelde ik al scènes na uit The Lost Weekend. Tot hilariteit van de volwassenen, want ik had natuurlijk geen idee waar de film over ging.” De les die hij van zijn legendarische docent Lee Strasberg bij de Actors Studio leerde: „Don’t go as far as you can go.” Oftewel: minder is meer. Pacino: „Ik wou dat Lee er nog was om me eraan te herinneren, want ik vergeet dat nog weleens.”