Opgeheven noodwet Syrië maakt voor oppositie geen verschil

Jongens protesteren in de Syrische havenstad Banias afgelopen weekend. Foto Reuters / Stringer

Bij het officieel opheffen van de noodtoestand vandaag in Syrië door president Bashar al-Assad heeft de oppositie de actie direct bestempeld als “waardeloos”. Prominent oppositieleider Haitham al- Maleh zegt dat het nutteloos is zolang het land geen onafhankelijke rechterlijke macht kent en het veiligheidsapparaat geen verantwoordingsplicht heeft.

“Het probleem is dat de heersende elite en de veiligheidsdiensten de rechterlijke macht in hun greep hebben. Een nieuwe wet die juist is ingevoerd geeft vrijstelling aan de veiligheidsdiensten van verantwoording afleggen aan de wet”, zegt Maleh, een advocaat en voormalig rechter.

De 80-jarige Maleh bracht het merendeel van zijn loopbaan door met het campagnevoeren voor een einde aan de noodwet. Deze werd in 1963 ingesteld door de Baath-partij die toen in Syrië aan de macht kwam.

President Assad maakte eergisteren bekend dat de noodwet deze week zou worden opgeschort. De opheffing was reeds aangekondigd en wordt gezien als poging om de toenemende protesten tegen het regime van de president in te dammen.

NRC-redacteur Midden-Oosten Carolien Roelants zei toen dat de opheffing van de noodtoestand een “schijnbare hervorming” betreft.

“Je ziet nu ook dat meteen na de opheffing het bericht binnen komt dat de Syrische regering een nieuwe wet aangenomen heeft die het ‘recht op demonstreren’ regelt. Reken er maar op dat dat zo geregeld is dat demonstraties tegen Assad aangemerkt worden als illegale gewapende verzetsdaad. Het opheffen van de noodtoestand past in de bestrijding van de oppositie, die op drie fronten gevoerd wordt. Eén: schijnbare hervormingen. Twee: er toch op los slaan. Drie: het aanwijzen van de organisatoren van de demonstratie tegen Assad als ‘enge mensen’: salafisten of buitenlandse bemoeienis.”

Interactieve graphic: Onrust in de Arabische wereld