Nadruk

Laatst kreeg ik een brief waarboven stond: „Betreft: Help!” De brief was geschreven door iemand die zich gekweld voelde door iedereen op radio en televisie die de nadruk op verkeerde woorden legt. En wat eraan te doen? Een nog groter raadsel Er zijn bijvoorbeeld reclames waarin wordt gezegd: Nu niet voor vierhonderdnegenennegentig euro, maar slechts

Laatst kreeg ik een brief waarboven stond: „Betreft: Help!” De brief was geschreven door iemand die zich gekweld voelde door iedereen op radio en televisie die de nadruk op verkeerde woorden legt.

En wat eraan te doen? Een nog groter raadsel

Er zijn bijvoorbeeld reclames waarin wordt gezegd: Nu niet voor vierhonderdnegenennegentig euro, maar slechts voor driehonderdnegenennegentig euro! De nadruk ligt steeds op de negenennegentig, terwijl je in zo’n zin juist zou verwachten dat de nadruk op vierhonderd en driehonderd zou liggen; want daar blijkt de korting uit.

Het is inderdaad volstrekt onbegrijpelijk waarom die nadruk daar gelegd wordt. Ik vermoed dat niemand er echt over nagedacht heeft. De hijgerige stem die de prijzen moet schreeuwen, moet misschien normaal gesproken júíst de nadruk op die negenennegentig leggen. Want kijk. Als er geen prijzen met elkaar vergeleken worden, dan is die nadruk juist een goede afleider. „Een hypermoderne sapcentrifuge! Voor maar tweehonderdnegenennegentig euro!” Vanwege die klap op de negenennegentig ben je alweer vergeten dat ervoor ‘tweehonderd’ zat, en heb je dus niet door dat het hier de facto over een sapcentrifuge van driehonderd euro gaat.

De hijgerige stem denkt dus dat hij altijd de nadruk op het laatste deel van de prijs moet leggen, ook als dat echt niet zo is.

De schrijver van de brief „Betreft: Help!” merkte ook op dat er bij de filemeldingen vaak de nadruk wordt gelegd op de woorden ‘file’ en ‘kilometer’, in plaats van op de relevante informatie. „Bij de afslag Watergraafsmeer is de file inmiddels opgelopen tot vijf kilometer,” dat zou logisch zijn. Maar het wordt vaak: „Bij de afslag Watergraafsmeer is de file inmiddels opgelopen tot vijf kilometer.” Waarom? Een raadsel.

En wat eraan te doen? Een nog groter raadsel.

Ik kan geen hulp bieden. Mensen zullen tot in het einde der dagen rare woorden benadrukken. En vooral ikzelf. Een tijdje geleden moest ik een door mijzelf geschreven tekst inspreken. Ik zei ergens: „Hij was bijna voortdurend aan het woord.” Ik werd verbeterd. Het moet natuurlijk zijn „Hij was bijna voortdurend aan het woord.” „O ja,” zei ik, „natuurlijk.” En vervolgens deed ik het nog minstens zes keer fout. Die nadruk bleef maar op de ‘bijna’ liggen.

De troost is natuurlijk dat het benadrukken van de verkeerde woorden helemaal niet erg is. Niemand gaat er dood aan, en we begrijpen elkaar hoe dan ook afdoende. Als ergernis aan verkeerd benadrukte woorden je grootste probleem is, dan ben je een gelukkig mens.