Kleine meisjes en de prinsesjesindustrie

Het roze rukt op onder kleine meisjes in de VS, Azië en Europa. Wat zegt die ‘girlie-girlie’-cultuur eigenlijk en hoe verhoud je je ertoe als ouder? Een Amerikaanse journaliste en moeder onderzocht het.

tassen Disney prinsessen
tassen Disney prinsessen

Peggy Orenstein: Cinderella Ate my Daughter. Harper Collins, 244 blz. €26,-

Het is een spannend moment voor ouders – die viermaandenecho. Is het een jongen of een meisje? In Amerika moet je niet vreemd opkijken als het antwoord luidt: ‘Het is een prinsesje!’

Prinsesje slaapt nog in de baarmoeder, maar de aanschaf van producten voor het roze prinsessenbestaan kan beginnen. Van de 100.000 items die aangeboden worden voor meisjes van 0 tot 6 jaar zijn er 75.000 roze. Disney heeft meer dan 26.000 Disney Princess-items op de markt. Van ledikantjes tot poppen tot fornuisjes. De jaarlijkse omzet van Disney Princess bedroeg in 2009 4 miljard dollar. U leest het goed.

In Cinderella ate my daughter vraagt de Amerikaanse schrijfster Peggy Orenstein, moeder van een 7-jarige dochter, zich af hoe ze zich moet verhouden tot de prinsessencultuur. Voor de meeste Amerikaanse moeders komt er een moment dat hun driejarige dochter een hysterische driftbui krijgt en een roze jurk, roze pop en roze schoenen eist. En wel meteen.

Zo ook voor Orenstein. Die zwichtte en kocht voor haar dochter een paar van die roze prinsessenspulletjes, maar niet zonder ambivalente gevoelens. Want de dominante Amerikaanse girlie girlie-cultuur heeft iets verraderlijks. Dat veel moeders eraan meewerken, zo stelt Orenstein, komt omdat het behaaglijk is. In de girlie girlie-cultuur kunnen kleine meisjes namelijk kleine meisjes blijven: lief en onschuldig. Prinsesjes doen immers nog lang niet aan seks. Ze liggen te slapen (Sleeping Beauty) of wachten op de prins op het witte paard. Ze hebben een zekere beschaving en klasse.

Moeders die met lede ogen aanzien hoe andere 6-jarige meisjes nagellakfeestjes (spa parties) geven, hakjes en lippenstift dragen, kunnen bij de prinsessenfantasie dus opgelucht ademhalen. Niks slettebakje in de dop maar een kleine jonkvrouwe. Maar in feite vermommen consumentisme en materialisme zich hier als een spirituele tegenbalans in een harde, geseksualiseerde samenleving. Want let wel: een prinsessenfornuisje kost pakweg 80 dollar. En een jurk het dubbele.

Dat is, in een notedop, de prikkelende these van Cinderella Ate my Daughter. Wie de prinsessenbarbies uit de Disney-industrie nog eens goed bestudeert, kan zich echter niet aan de indruk onttrekken dat seksualisering en prinsesje-zijn prima samengaan. Bratz Doll bijvoorbeeld heeft enorme ogen en wimpers en zulke grote opgezwollen lippen dat ze gebotoxt lijken. Ze heeft lang haar tot over de billen en is erg dun. Na protesten van oplettende moeders kwam Moxy Girl op de markt, een mildere versie, zonder botoxlippen. Maar nog wel met grote opgemaakte meisjesogen.

De worsteling van Orenstein is herkenbaar: als feminist wil zij het vrouwelijke niet afwijzen. Als je dochter zou thuiskomen en zeggen: ‘graag een pistool voor mijn verjaardag’, lost dat het probleem niet op. Wat haar zorgen baart is de materiële fixatie op het uiterlijk – ze vraagt zich af of zesjarigen er nu echt moeten uitzien alsof ze 21 zijn. Uit recent onderzoek blijkt dat wensenlijstjes van jonge meisjes radicaal zijn veranderd. Stond daar vijfentwintig jaar geleden nog: ‘Aardig zijn voor mama. Huiswerk maken. Zelfrespect.’ Nu staat er: ‘Gewicht verliezen, contactlenzen, nieuw kapsel, nieuwe kleren kopen.’

Orenstein krabt zich opnieuw achter de oren. Ze herinnert zich hoe ze zelf als tiener laxeermiddelen verborg. Ze kocht altijd suikervrije kauwgum om niet dik te worden. Moet zij haar dochter waarschuwen voor de prinsessencultuur? ‘Going all Amish on your school daughter’ is niet de oplossing. Praten wel, al klinkt dat volgens Orenstein misschien als ‘the big old duh’.

Cinderella Ate my Daughter is een belangwekkend boek. Helaas loopt het soms iets te zeer over van aarzelingen en van Orensteins onzekerheid over haar moederschap, waardoor ze niet al te moralistisch durft te zijn. Orenstein mocht dan zelf als tiener voortdurend bezig zijn met haar uiterlijk, als we haar boek moeten geloven, is die leeftijdsgrens drastisch gedaald. Gelet op alle feiten die ze boven tafel haalt over marktbelangen, botoxinjecties van 13-19 jarigen (12.000 per jaar) was een wat pittiger aanklacht (Sunny Bergmans film ‘Beperkt houdbaar’ over de invloed van de schoonheidsindustrie, maar dan voor kleuters) wat mij betreft niet overdreven geweest.

Dat neemt niet weg dat er mooie stellingen in het boek staan, zoals het idee dat productlijnen als Princess winkelen promoten ‘as the path of intimacy between mothers and daughters’. Mooi geformuleerd en herkenbaar, ook voor Nederlandse moeders die de indruk hebben dat het hier wel meevalt met de prinsessenindustrie.

Orenstein werpt tot slot ook de terechte vraag op wie nu precies de grens van ‘te sexy’ bepaalt. De ouders? De industrie? De meisjes zelf? Amy Chua, auteur van het spraakmakende Strijdlied van de tijgermoeder, zou het antwoord wel weten: de ouders! Chua zorgde voor opschudding door te schrijven over het contrast tussen de prestatiegerichte Chinese opvoeding die kinderen drilt om de beste te zijn, en slappe westerse moeders die vooral willen dat hun kind ‘gelukkig’ wordt. Terwijl de Chinese moeder zich druk maakt om het aantal uren dat dochterlief aan huiswerk besteedt, windt de Amerikaanse moeder zich op over de vraag of haar dochter niet te dik wordt.

Misschien moeten westerse moeders en Chinese moeders eens met elkaar om de tafel gaan zitten. Ze kunnen als ‘momsters’ iets van elkaar opsteken. Dit klinkt misschien als een big old duh, maar als ik moet kiezen tussen het Chinese presteerregime of het Amerikaanse Cinderella- syndroom, dan hoop ik toch echt in het midden uit te komen. Een dochter die lekker in haar vel zit, en ook graag een wiskundesom oplost.

Op nrcboeken.nl meer over Amy Chua’s ‘Strijdlied van de tijgermoeder’.