De Uitspraak: Kan een falende ouder zijn huis verliezen als hij zijn kinderen niet kan bedwingen?

Kan een falende ouder zijn huis verliezen als hij zijn kinderen niet onder controle krijgt? Met commentaar van de NJB-medewerkers Caroline Forder, bijzonder hoogleraar Rechten van het kind in Amsterdam, Jan Brouwer, hoogleraar algemene rechtswetenschap in Groningen en Jon Schilder, hoogleraar staats- en bestuursrecht in Amsterdam.

De Zaak. Een woningcorporatie wil een huurder kwijt die het gedrag van zijn twee zoons van 14 en 18 niet binnen de perken kan houden. De verhuurder krijgt zoveel ernstige klachten van buren, de wijkagent en de gemeente dat besloten wordt tot een uitzetting.

Wat doen de jongens? Er is sprake van diefstal uit een woning, het binnendringen van een schoolgebouw, inbraken, vandalisme en overlast. De vader is veel afwezig, één jongen leeft vrijwel op straat.

Hoe wordt er opgetreden? De huurder wordt gewaarschuwd door de huiseigenaar. Hij zegt toe dat de kinderen geen strafbare feiten meer zullen plegen en geen overlast meer zullen veroorzaken. De vader zal hulp accepteren, bij problemen zelf de wijkagent bellen en vrienden van de zonen voortaan weren. De jongen die de grootste problemen veroorzaakt mag voortaan nog maar één uur per dag naar buiten. De andere zoon zou al verhuisd zijn.

Hoe reageert de buurt? De huiseigenaar krijgt na het gesprek een brief met 46 handtekeningen uit de buurt waarin wordt gevraagd om ingrijpen. Zo niet dan zouden er ‘slachtoffers’ vallen.

Werken de afspraken? Nee. De situatie verergert. Eén van de zoons pleegt opnieuw een inbraak, wordt onder voorlopig toezicht gesteld van Jeugdzorg en snel daarna naar een gesloten jeugdinrichting gestuurd. De Kinderbescherming constateert dat de vader weinig thuis is en er ‘op alle domeinen’ sprake is van problemen. De beide broers ‘spelen een negatieve rol in hun woonstraat’.

Wat doet de eigenaar? Die biedt een appartement elders aan en kondigt ontruiming van de eengezinswoning aan, als de man niet vrijwillig verhuist. De man weigert en ontkent alle incidenten. Hij zegt dat hij zelf geen overlast veroorzaakt en niet verantwoordelijk is voor het gedrag van de kinderen. Die overigens niets misdeden. De eigenaar spant een kort geding aan.

Wat pleit er voor de huurder? De huurder zegt dat er geen spoed is omdat beide zonen bij jeugdbescherming verblijven. Er is nu rust op straat. Ook is er een brief uit de buurt met 14 handtekeningen waarin bezwaar wordt gemaakt tegen de ontruiming. Argument: de vader is ‘een geschikte buur’. Hij erkent ook dat hij de opvoeding niet aankan, om hulp vroeg, maar die niet kreeg.

Wat zegt het huurcontract? „Huurder dient ervoor te zorgen dat aan omwonenden geen overlast of hinder wordt veroorzaakt door huurder, huisgenoten, huisdieren of door derden die zich vanwege huurder in het gehuurde of in de gemeenschappelijke ruimten bevinden”.

Wat zegt de rechter? Er is wél spoed, want de kinderen kunnen op elk moment weer terugkeren. Dat geeft onzekerheid voor de buurt. Een bodemprocedure van tenminste zes maanden duurt dan te lang. De eigenaar is een sociale verhuurster, die dit jegens de buurt niet kan maken. Verder houdt de huurder zich niet aan de contractuele plicht overlast te voorkomen. De overlast, waar hij ook tijdig van wist, wordt hem als ouder aangerekend. Dat een aantal buren zich achter hem schaart, doet er niet toe. Ontruiming is toegestaan.

De uitspraak is hier te vinden. Nieuwsberichten over deze kwestie hier en een tv nieuws item hier.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.