Aangifte Wilders tegen Hendriks lijkt niet kansrijk

Wilders tijdens een fotosessie begin maart in de Tweede Kamer. Foto: NRC Handelsblad / Merlin Daleman.

Wilders heeft vanmiddag in Amsterdam aangifte gedaan tegen Bertus Hendriks wegens meineed. De Midden-Oostendeskundige, die getuige is in het proces-Wilders, heeft volgens de PVV-leider gelogen over het beruchte etentje bij hem thuis.

Wilders’ advocaat Bram Moszkowicz beschuldigde Hendriks vrijdag al van meineed en wraakte de rechtbank omdat die geen onderzoek naar de beschuldiging wilde instellen. Volgens Moszkowicz had Hendriks, de gastheer van het beruchte etentje waarbij getuige-deskundige Hans Jansen en raadsheer Tom Schalken aanwezig waren, zichzelf tegengesproken over de aanleiding om Jansen uit te nodigen voor het diner.

De rechters oordeelden dat er geen sprake was van liegen, waarna Wilders besloot om aangifte tegen Hendriks te doen.

Onze juridisch redacteur Folkert Jensma denkt niet dat justitie tot vervolging van Hendriks zal overgaan. Hij wijst op een eerder geval tijdens het proces, toen Wilders bij de politie aangifte deed tegen Schalken wegens beïnvloeding van getuige Hans Jansen:

“Die aangifte heeft niet geleid tot de vervolging van Schalken. Deze aangifte is hiermee vergelijkbaar, maar het speelt niet in het voordeel van Wilders dat de wrakingskamer niet van mening was dat de rechtbank verplicht een proces-verbaal tegen Hendriks had moeten opmaken.”

Jensma denkt dat de stap van Wilders om vandaag weer aangifte te doen past bij het “theater van het proces” en benadrukt dat meineed een zware beschuldiging is:

“Bij meineed moet er sprake zijn van met opzet liegen tijdens een verhoor onder ede. Het lijkt buitengewoon onwaarschijnlijk dat Hendriks dat heeft gedaan. Bovendien is het heel moeilijk te bewijzen.”