De internationale economie heeft grotebehoefte aan nieuw 'Bretton Woods'

In 1944 legden internationale afspraken, gemaakt in Bretton Woods, de basis voor de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. In 1973 werden ze losgelaten. Sinds de financiële crisis van 2008 zwelt de roep aan om nieuwe afspraken te maken – een ‘Bretton Woods II’ om de internationale economie te stabiliseren.

Former British Prime Minister Gordon Brown speaks during a session 'Keeping the G20 en Vogue' at a German Marshall Fund event in Brussels on Saturday, March 26, 2011. Less than a week ahead of a meeting of the Group of 20 in China, former British Prime Minister Gordon Brown urged the world's most powerful economies to seal a "global growth pact" to fight unemployment. (AP Photo/Virginia Mayo)
Former British Prime Minister Gordon Brown speaks during a session 'Keeping the G20 en Vogue' at a German Marshall Fund event in Brussels on Saturday, March 26, 2011. Less than a week ahead of a meeting of the Group of 20 in China, former British Prime Minister Gordon Brown urged the world's most powerful economies to seal a "global growth pact" to fight unemployment. (AP Photo/Virginia Mayo) AP

Voor Paul Volcker is het een sacrale ruimte. „In 1944 werd hier in Bretton Woods de basis voor de wederopbouw van de internationale economie gelegd”, zegt de voormalig president van de Federal Reserve Bank, het Amerikaanse stelsel van centrale banken.

Toen het stelsel van vaste wisselkoersen na vijfentwintig jaar ophield te bestaan, was Volcker „meer dan verdrietig”. „Bretton Woods heeft nooit een serieuze opvolger gekregen”, constateert hij. Hij steunt het pleidooi voor een Bretton Woods II. „Het zou tot stabielere wisselkoersen kunnen leiden, minder onzekerheid en een hogere internationale economische groei.”

Het huidige monetaire systeem is niet in staat de deelnemende landen voldoende te disciplineren. Zo kan bijvoorbeeld de Amerikaanse staatsschuld stijgen van 99,5 procent van het bruto binnenlands product tot boven de 111 procent in 2016 – voor kredietbeoordelaar Standard & Poor’s begin deze week een reden om negatiever te zijn over de kredietwaardigheid van de VS.

In het bestaande systeem van wisselkoersen is er, zo constateert Volcker, geen mechanisme dat de VS dwingt de schuldenlast terug te dringen. Ingrijpende hervormingen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zijn nodig, anders is „de volgende financiële crisis slechts een kwestie van tijd”.

De boomlange Paul Volcker zit in de Gold Room van het Mount Washington Hotel in Bretton Woods. Hier werden op 22 juli 1944 de statuten van het IMF en de Wereldbank getekend. Het hotel is een van laatste ouderwetse luxe hotels in de VS, volledig van hout, wit geschilderd met rode daken en brede veranda’s.

Twee keer is het hotel uit 1902 een seizoen gesloten geweest. De eerste keer was na de beurskrach van 1929, toen veel vaste gasten hun vermogen hadden verloren. De tweede keer was 1944, toen 700 afgevaardigden afkomstig uit 44 landen hun intrek namen in het hotel voor wat officieel de ‘Monetaire conferentie van de Verenigde Naties’ heette.

Ook nu is het hotel voor het publiek gesloten, geen heel seizoen, maar een lang weekeinde. Ruim tweehonderd economen discussiëren drie dagen over de crisis. De conferentie is een initiatief van financier en filantroop George Soros. Zijn Institute for New Economic Thinking streeft naar een revitalisering van de economische wetenschap.

De eerste bijeenkomst belegde Soros vorig jaar in de Grand Hall van King’s College in Cambridge. Evenmin een toevallige locatie, want daar formuleerde John Maynard Keynes zijn nieuwe school van economisch denken, aangezet door de krach van 1929 en de daarop volgende Grote Depressie van de jaren dertig.

De openingsconferentie leidde vorig jaar tot zelfkastijding: Waarom hebben ‘wij’ de crisis niet zien aankomen? In Bretton Woods ligt dit keer het accent op de wisselwerking tussen overheden en economie. De coördinatie van de wereldeconomie is zoek. Europa trapt op de rem, de VS geven gas en China raakt oververhit.

Het ontbreken van coördinatie is volgens George Soros even fundamenteel als „de miskleunen van de economische wetenschap”. De politici van de G20-landen moeten zich, volgens hem, inzetten voor een stabiel mondiaal systeem van wisselkoersen. „Dat leidt tot minder onzekerheid en kan het volume van de wereldhandel een stimulans geven van 1 tot 2 procent.”

Na de Tweede Wereldoorlog legde Bretton Woods de basis voor een ongeëvenaarde periode van welvaartsstijging, zegt Volcker. Het was een periode van bijna volledige werkgelegenheid en stabiele prijzen. De Verenigde Staten namen in feite de rol van centrale bankier op zich. „Wij schiepen internationaal geld door steeds meer dollars in de wereldeconomie te pompen.”

Drie factoren droegen, volgens de 83-jarige econoom, in de loop van de jaren ’60 bij tot de erosie van de dollar als anker van het stelsel van vaste wisselkoersen: de oorlog in Vietnam, het economisch herstel in Duitsland, en het ontstaan van de zogenoemde euro-dollar-markt.

Om de Vietnamoorlog te financieren werden dollars gedrukt waardoor de inflatie steeg. Het Wirtschaftswunder leidde tot een harde Duitse mark en de spanning met de dollar als wereldmunt brak het stelsel van Bretton Woods op. De euro-dollar-markt was de druppel. Dit zijn dollars die buiten de VS circuleerden en dus niet onderworpen waren aan het toezicht van de Federal Reserve.

Pogingen om het stelsel van Bretton Woods te hervormen mislukten, en op 19 maart 1973 werd het systeem van vaste, doch aanpasbare wisselkoersen losgelaten. „We spraken af dat de koersen tijdelijk zouden zweven”, zegt Volcker „en dat tijdelijke verschijnsel duurt nu al bijna drie decennia.”

De roep om een nieuw Bretton Woods om orde op zaken te stellen in het internationale monetaire systeem, zwelt aan. Princeton-econoom Harold James signaleert dat Bretton Woods was gebouwd op optimisme over een nieuwe economische en politieke orde. In 1944 was het einde van de Tweede Wereldoorlog in zicht. „Er was een sense of urgency. Die is er vandaag niet”, zegt James.

„De sense of urgency die er in 2008 net na de bankencrisis was, is volledig weg. Vandaag denken we in nationalistische termen. Het is de schuld van de Chinezen, van de Grieken of van de Amerikanen. Dat vind ik zeer beangstigend.”

Ook voormalig premier Gordon Brown van Groot-Brittannië waarschuwt voor de nationalistische tendensen. „Wereldproblemen kunnen niet opgelost worden door één land. Terugkruipen in nationale schulpen is het slechtste wat we op dit moment kunnen doen. Toch gebeurt dit, nu het ergste van de crisis voorbij is.”

Brown pleitte voor een prominentere rol voor het IMF en de G20. Instellingen zoals het IMF en de Wereldbank stammen „uit een ander tijdperk”, ze moeten hervormd worden. Voor het IMF ziet hij een functie als onafhankelijke centrale wereldbank met de verschillende nationale centrale banken als leden.

Pleidooien voor een tweede Bretton Woods zijn niet nieuw, maar winnen aan kracht. Onlangs pleitte bijvoorbeeld de Fransman Michel Camdessus, voorzitter van het IMF in de turbulente periode 1987-2000, voor een hervorming. Het fonds moet uiteindelijk in handen komen van de regeringsleiders. Het werkterrein moet worden uitgebreid tot de hele financiële en monetaire sector. Brown verwacht dat hierdoor de legitimiteit en de autoriteit van het IMF zullen worden versterkt. „Het IMF wordt weer de instantie die op mondiaal niveau voor stabiliteit zorgt.”

In Bretton Woods werden tijdens de verschillende presentaties, steeds dezelfde onevenwichtige internationale economische ontwikkeling gesignaleerd. China, Brazilië en India groeien hard – en Europa en VS presteren minder.

De harde groei is niet zonder risico’s: de productie draait op volle toeren en de vraag naar grondstoffen is groot, waardoor de inflatie toeneemt. Lage rentes in de VS en Europa hebben tot gevolg dat kapitaal naar deze landen gaat waar de centrale banken de rente al hebben verhoogd om de groei te remmen.

Om een nieuwe crisis af te wenden is volgens Brown een nieuw internationaal monetair akkoord nodig, een boodschap die hij sinds oktober 2008, kort na het uitbreken van de bankencrisis, uitdraagt. „Noem het een nieuw Bretton Woods.”

Renteverhoging om het inflatiegevaar af te wenden en de instroom van buitenlands kapitaal te beperken. De Aziëcrisis in 1997 bewees hoe landen in de problemen kunnen komen wanneer investeerders hun geld terugtrekken. Daar wil Brown afspraken over maken.

Een tweede probleem is, volgens de Britse ex-premier, dat China te weinig consumeert en te veel produceert. Dat is niet alleen een probleem van het Westen, maar ook van China zelf. Er moeten afspraken worden gemaakt voor een revaluatie van de Chinese yuan. Chinese producten worden dan duurder in het buitenland, waardoor de export afneemt, met gunstige repercussies voor de Chinese handel en de wereldhandel.

In Bretton Woods klonk veel kritiek op het gebrek aan bankregulering. Gebrekkig toezicht op de financiële instellingen wordt gezien als de belangrijkste oorzaak van de financiële crisis. Er viel een schuldbekentenis te noteren. Brown gaf toe dat hij „en andere politici” bij het begin van de crisis „geen benul” hadden van de verwevenheid van het financiële systeem en de gevaren die daaraan waren verbonden. „Ja, we hebben fouten gemaakt”, zei hij.

Tijdens zijn premierschap (2007-2010), zo vertelde hij, was er een constante lobby vanuit The City tegen meer regels. „Tien tot vijftien jaar lang was de strijd niet dat we te weinig regelden, maar juist te veel.”

Als reactie op de crisis moeten banken meer geld aanhouden tegenover hun uitstaande beleggingen dan nu. De zogenoemde ‘Basel III’-regels worden vanaf 2013 geleidelijk ingevoerd en moeten uiteindelijk in 2019 volledig van kracht zijn. In de ideale wereld zouden er „hogere eisen worden gesteld dan Basel III”, meende Adair Lord Turner, topman van de Britse financiële waakhond FSA.

Financieel adviseur Garry Schinasi, oud-medewerker van het IMF en tegenwoordig verbonden aan de Brusselse denktank Bruegel, pleit ook voor meer regels, maar constateert in Europa en met name in de VS een „gedreven bankenlobby die een substantiële en effectieve regulering tegenhoudt”.

De geschiedenis herhaalt zich, zei Schinasi. Een aantal elementen uit ‘Basel III’ had ook al in ‘Basel II’ kunnen zitten. De toezichthouders waren daar ver mee gevorderd, maar hun pakket werd speelbal van politieke lobby’s en dusdanig afgezwakt, dat het weinig meer om het lijf had.

Schinasi vindt dat „erg zorgelijk”, omdat de gevolgen van een eventuele nieuwe financiële crisis nog ernstiger zullen zijn. „In modelberekeningen worden de kosten van een nieuwe crisis bewust lager geraamd, want hoe lager die kosten zijn, hoe minder urgent internationale samenwerking en regelgeving is”.

George Soros vindt dat nog niet alle lessen zijn getrokken. „Nog voordat de balans is opgemaakt, hebben de banken hun oude posities al weer ingenomen. Politici moeten de markten leiden en niet omgekeerd.”

Buiten aan de poort van het streng bewaakte terrein verzamelden zich voor het congres zes demonstraten, leden van de New Hampshire Tea Party. Ze protesteerden tegen wat zij de „socialistische samenzwering” noemden. „Wij willen geen regulering”, zegt Tracy Lidderdale. „Vrije markten en terug naar de gouden standaard. Dat is wat wij willen.”