Vijftig jaar diplomatieke onschendbaarheid. Feest of geen feest?

Gisteren was het vijftig jaar geleden dat de Weense Conventie getekend werd. Inmiddels hebben 187 landen zich aangesloten bij het verdrag dat diplomaten vrijwaart van strafvervolging. Ambassades schreeuwen dit echter niet van de daken.

Moreel gezien is deze status aparte moeilijk te verdedigen, schrijft universitair rechtendocent Paul Behrens in The Guardian. Kijk bijvoorbeeld naar de zaak van CIA-agent Raymond Davis die in januari in Pakistan werd gearresteerd op verdenking van moord. Demonstranten eisten berechting, terwijl president Obama koeltjes verwees naar Davis’ immuniteit. Uiteindelijk werd de Amerikaan op vrije voeten gesteld na het betalen van 1,67 miljoen euro.

Als een diplomaat een strafbaar feit pleegt, kunnen er in de regel twee dingen gebeuren: een reprimande op het ministerie van Buitenlandse Zaken in het gastland of uitzetting. Als sanctie is dat een wassen neus, vindt Behrens. “Het kan voor alles staan: een breuk in de bilaterale betrekkingen of een straf voor moord.” Consulaire ambtenaren kunnen overigens wel berecht worden.

Het succes van de Weense Conventie zit hem dan ook in het pragmatisme. Het is volgens Behrens onwenselijk als dreiging met arrestatie gebruikt wordt als instrument in politieke onderhandelingen. De oprichting van een internationaal en onafhankelijk strafhof lijkt de rechtendocent niet echt een optie. Er is nu al gesteggel over de kosten van de tribunalen en de misdaden van diplomaten halen het lang niet bij de oorlogsmisdaden waarvoor de huidige instituten zijn opgericht. Ofwel: de zaken zijn te klein (rijden onder invloed, diefstal) en komen te weinig voor om er een apart tribunaal voor op te richten. Uitzonderingen als Raymond Davis daargelaten.

Wat Behrens betreft is er dus geen reden om het verdrag af te schaffen. Maar een vreemde verjaardag is het wel, geeft hij toe. “Verwacht geen feesten op straat. Over ‘Wenen’ praten de buitenlandse kantoren liever niet.”

    • Steven de Jong