Het verdriet van Britse zigeuners

Een boek en een tv-serie over zigeuners zijn geliefd bij het Britse publiek.

Door het ongunstige beeld voelen echte zigeuners zich beroofd van hun identiteit.

„Het is een openbaring. Ontroerend, angstaanjagend, geestig en briljant. Ik zal het nooit vergeten.” Met die aanbeveling op het omslag van acteur-schrijver Stephen Fry, Engelands nationale troeteldier, is het geen wonder dat Gypsy Boy van Mikey Walsh (een pseudoniem) al een jaar lang op en neer klimt op de bestsellerlijst van The Sunday Times. Het boek is in onder andere Nederland, België en China in vertaling verschenen, ten minste zes andere zigeunerboeken, waaronder het onvermijdelijke Gypsy Girl, zijn inmiddels in de maak.

Zigeuners zijn in bij de Britten, getuige het succes van Gypsy Boy en vooral van de Channel 4 tv-serie My Big Fat Gypsy Wedding. Zes afleveringen inkijk in de wereld van getatoeëerde mannen met peperdure auto’s, opzichtige vrouwen, spray-tans voor meisjes van zeven en vooral bruiloften van ongekende omvang en esthetische gruwelijkheid. Maar zigeuners zijn woedend, omdat ze zeggen dat de serie hun identiteit heeft gekaapt. Zoals Mikey Walsh zegt: „Die serie ging niet over zigeuners, die ging over woonwagenbewoners. Ik denk dat My Big Fat Travellers’ Wedding als titel minder lekker bekte.”

Mikey Walsh is een volbloed-zigeuner, een Roma. Gypsy Boy is het verhaal van zijn jeugd. Niet, zegt hij, een portret van ‘het zigeunerbestaan’, al speelt zijn verhaal zich af tegen de achtergrond van dat bestaan. Een uitgebreide familie die plotseling van het ene zigeunerkamp in Engeland naar het andere trekt. Meisjes die geacht worden getrouwd te zijn op hun zestiende, onbesmet door enige vorm van seksuele intimiteit. Jongens die hun status als man bevechten door met elkaar op de vuist te gaan. Vrouwen die hun caravan poetsen tot die blinkt en die onderhorig zijn aan hun mannen. Mannen die leven volgens een normenstelsel waarin het aanvaardbaar is dat je oude mensen bezwendelt, omdat die zo gemakkelijk te bezwendelen zijn. Een gemeenschap die zo naar binnen kijkt en contact met niet-zigeuners mijdt, dat kinderen weggehouden worden van school en, net als hun ouders, niet kunnen lezen en schrijven.

Gypsy Boy is niettemin meer een voorbeeld van algemene ellende-literatuur, omdat Mikey Walsh het ongeluk had als homoseksueel geboren te zijn, terwijl hij als oudste zoon volgens de familietraditie kampioen boksen moest worden. Fysiek en mentaal was hij daarvoor volstrekt ongeschikt, maar zijn psychopathische vader ramde hem als peuter al in dagelijkse ‘bokslessen’ tegen de grond, zonder dat zijn moeder hem kon of wilde beschermen. Mikeys seksuele geaardheid – zigeuners zijn niet homoseksueel – maakte dat zijn vader hem nog meer haatte.

De mishandelingen duurden voort en verergerden, tot Mikey op zijn vijftiende van huis wegliep. Dat is vijftien jaar geleden. Aan de jonge man die nu in de koffiebar van het Barbican aan de caffè latte zit, is niets van dat verleden af te lezen, of het moeten de littekens zijn die hij laat zien: op zijn voorhoofd, op zijn wang en net onder zijn onderlip. Dat laatste getuigt van het ergste: twee voortanden die als nagels door zijn vlees werden geslagen en daaruit niet meer spontaan loskwamen.

In de vijftien jaar die inmiddels zijn verstreken, heeft Mikey leren lezen. En leren schrijven. Zijn tweede boek – over wat er met hem gebeurde sinds dat weglopen van huis – komt deze zomer uit. Ondertussen werkt hij als teaching assistant op twee scholen voor kinderen met leermoeilijkheden. „Dat komt me goed uit. Ik steek zo veel op. Ik heb geleerd over de Saksen enzo. En ik ga mee op alle schooluitstapjes en daar leer ik ook weer van, dus het is voor mij meer een pleziertje dan werk.”

Met zijn gezicht op de televisie wil hij niet. Zijn echte identiteit prijsgeven wil hij evenmin. Volgens hem heeft dat minder te maken met angst voor wraakacties vanuit zijn eigen zigeunergemeenschap – die hem per definitie als een verrader ziet – dan met zijn eigen gemoedsrust. „Ik heb die boeken niet geschreven omdat ik zelf beroemd wilde worden. Ik heb ze geschreven omdat ik ze moest schrijven. Voor mijzelf.”

Enkele dagen voor de ontmoeting met Mikey Walsh stond ik ergens in de buurt van Hastings bij de antieke zigeunerwagen van Jake Bowers. Ook een volbloed-Roma, zij het dat hij woont in een rijtjeshuis waarbij de houten caravan als curiosum geparkeerd staat in zijn achtertuin. Jake Bowers is hoofdredacteur van de Travellers’ Times, een blad voor zigeuners en woonwagenbewoners. Hij is ongelukkig met Gypsy Boy („homohaters komen ook in niet-zigeunergemeenschappen voor: een kleine minderheid”) én met de tv-serie.

Ten gevolge van My Big Fat Gypsy Wedding, zegt hij, zijn gezinnen bedreigd, zijn er racistische opmerkingen gemaakt en moesten ouders hun kinderen van school weghouden omdat ze na elke uitzending meer werden gepest. Vooral de bruiden met hun massieve, loodzware en van aan-en-uit-twinkelende vlinders voorziene bruidsjurken zetten de toon voor dit zogenaamde ‘eerste intieme inkijkje in het zigeunerbestaan’.

Channel 4 haalde met de serie een broodnodig en onverwacht financieel succes en overweegt een tweede serie, maar zigeuners en ‘nette woonwagenbewoners’ hebben inmiddels geklaagd dat de manier waarop zij werden afgebeeld hen „vijftig jaar achterop heeft gezet’’. De documentairemakers hebben zich laten verleiden in zee te gaan met een soort dat kennelijk universeel wordt geminacht: Ierse woonwagenbewoners.

De gedragscode van deze groep blijkt bijvoorbeeld uit het frauduleus herbestraten van een oprit. „We hebben nog een partijtje asfalt over van een andere klus, mevrouwtje”, bieden zij bijvoorbeeld iemand aan. Achteraf zeggen ze dan: „Tien pond voor de hele klus? Nee, dat hebt u verkeerd begrepen: tien pond per vierkante meter!” Maar ook overdekken ze een stuk natuurgebied– bij voorkeur tijdens de feestdagen, wanneer het gemeentehuis gesloten is – met asfalt, waarna dat illegaal met woonwagens wordt bezet. Zelfs Mikey Walsh zegt in zijn boek: „Ierse woonwagenbewoners geven ons, zigeuners, een slechte naam.” Zelf is hij nooit meer teruggekeerd naar de caravan van zijn ouders, „maar ik mis die gemeenschap nog elke dag”.

Jake Bowers: „Zigeuners redden zichzelf, ze zijn onafhankelijk – dat hebben ze wel geleerd in al die eeuwen dat ze worden vervolgd. Ze zijn trots op hun cultuur, op hun gebroken Roma-taal, op hun properheid. En ze hebben, naar hun oorsprong, een oosterse opvatting: je mag nooit schande over de familie afroepen.”

De woonwagenbewoners die in mijn plaatselijke traveller’s camp de gestolen bestelwagen van de loodgieter aan een boom omhoog hadden gehesen om zo gemakkelijker bij het motorblok te komen, kunnen dus volgens Bowers geen zigeuners zijn geweest. De mannen die tegen de Kerst opeens achterin mijn tuin ongevraagd de bonte hulst wilden snoeien, lijken daarentegen weer op de bosjes witte hei-verkopende zigeuners uit Walsh’ memoires. Voor de buitenstaander blijft het verwarrend.

Maar intrigerend is het wel.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In de krant van gisteren stond boven het artikel Het verdriet van Britse zigeuners op de Zin-pagina’s een verkeerde auteursnaam. Het artikel is geschreven door Hieke Jippes.