De revolutie prediken voordat zij uitbarst

Herman Tjeenk Willink, vicepresident van de Raad van State, denkt dat het politieke bestel in Nederland instabiel wordt. „Een democratie die zijn burgers verliest, houdt op te bestaan. Dat is mijn grootste angst.”

Den Haag : 15 april 2011 Vice-president van de Raad van State Herman Tjeen Willink. foto © Roel Rozenburg
Den Haag : 15 april 2011 Vice-president van de Raad van State Herman Tjeen Willink. foto © Roel Rozenburg

Hij maakt zich zorgen. Al jaren. En die zorgen worden steeds groter. Herman Tjeenk Willink is vicepresident van de Raad van State, ‘onderkoning’ van Nederland, vertrouweling van de koningin, voormalig voorzitter van de Eerste Kamer, meervoudig informateur, ook bij de laatste kabinetsformatie. Al jaren bekritiseert hij de toestand van de Nederlandse politiek.

Hij doet dit niet om te mopperen, maar „uit passie voor de democratische rechtstaat, en de overtuiging dat het anders kan”. Dus waarschuwt hij.

Tegen het doorgeschoten marktdenken bij de overheid: „Je rekent uit dat het goedkoper is de conducteur op de bus, of de conciërge op school weg te doen, puur economisch gemeten. Maar het blijkt per saldo duurder te zijn, omdat je niet hebt meegenomen hoe mensen zullen reageren in een verruwd klimaat.”

Tegen het onvermogen van politici om politieke antwoorden te formuleren op maatschappelijke vraagstukken: „Het marktdenken werd de reddende engel voor het gebrek aan politieke visie op de overheid, bij alle partijen.”

Tegen het gevaar dat ontstaat als het evenwicht van machten verdwijnt: „De balans is zoek, tussen samenleving en staat, tussen politiek, bestuur en rechter, tussen beleid en de mensen die het uitvoeren.” Het Nederlandse politieke bestel, denkt Tjeenk Willink, wordt instabiel.

Herman Tjeenk Willink (69) is aan zijn laatste jaar bij de Raad van State bezig. Hij is vertegenwoordiger van een van die oude instituties van het bestel. Hij praat aarzelend, voorzichtig. Omdat hij geen politiek wil bedrijven, maar zijn analyse fundamentele politieke implicaties heeft. Interviews geeft hij weinig, omdat hij geen commentator op het nieuws wil zijn, mag zijn. Want dat hoort niet bij zijn ambt. Maar toch: „Hans van Mierlo zei het al. We moeten de revolutie maken voor zij uitbreekt.”

Staan we er slechter voor dan 20 jaar geleden?

„Economisch niet, maar het vertrouwen van burgers in de politiek is afgenomen. Al die jaren zeggen politici: een prachtig verhaal van die Tjeenk Willink, wel een beetje los van de werkelijkheid. Maar onderwijzers, artsen, agenten herkennen precies wat ik bedoel. Het is lastig voor de Haagse werkelijkheid om zich te realiseren dat ze losstaat van de maatschappelijke werkelijkheid. Verkiezingen zijn een signaal, maar geven onvoldoende druk tot veranderen.”

Vraagt u zich wel eens af waarom er zo weinig naar u is geluisterd?

„Het feit dat de Haagse werkelijkheid niet verandert, kun je zien als bewijs van de juistheid van mijn analyse.” Lachend: „Voor mij is dat een vrij bevredigende verklaring. De vraag is: hoe bevrijd je het systeem? Dat kunnen politieke partijen doen, als ze het initiatief hernemen. Maar dat zullen ze pas doen als ze echt niet meer anders kunnen. Misschien moeten burgers en uitvoerders van overheidsbeleid daarvoor eerst zeggen: het spijt ons verschrikkelijk, maar zo doen wij het niet meer.”

Tjeenk Willink predikt de revolutie?

„Ja, als je daarmee kunt voorkomen dat zij uitbarst. Ik bedoel vanzelfsprekend geen bestorming van de Bastille. Je moet aansluiten bij de veerkracht binnen de maatschappij. Ik zeg de laatste jaren steeds tegen uitvoerders: accepteer niet automatisch beleid en regels die in strijd zijn met jullie professionele ethiek. Ook burgers zijn geen uitvoerders van het beleid van een tijdelijke politieke meerderheid.”

U komt op voor dezelfde mensen als de PVV, voor burgers die ontevreden zijn over de overheid.

„Wij zijn het over veel fundamenteel oneens, maar Geert Wilders kan mij niet verwijten dat ik niet, al twintig jaar voor hij de onvrede verwoordde, waarschuwde dat burgers dreigden af te haken. Dat heb ik hem tijdens de formatie voorgehouden, hij kon het niet ontkennen. De PVV is een symptoom van de onvrede over het bestel, niet een oorzaak. Een democratie die zijn burgers verliest, houdt op te bestaan. Dat is mijn grootste angst.”

Wat gaat er mis ?

„Toen het nodig was, na de verzuiling, hebben politieke partijen nooit meer goed nagedacht over politieke visies op de overheid. Als keuzes niet gebaseerd zijn op een visie, maar door omstandigheden en incidenten worden afgedwongen, dan houd je het bestuur alleen bij de les door het als een bedrijf in te richten. Maar het bestuur van een democratische rechtstaat is iets anders dan dat van een onderneming. De overheid besteedt taken uit, maar als er iets misgaat, roepen politici de minister naar de Kamer. Rechts of links, dat dondert niet. Die zegt dan: ‘Ik ga er niet meer over, maar ik zal kijken wat ik er aan kan doen.’ Dat is slecht voor het vertrouwen in de democratie.”

Dat de markt heeft gefaald, is een vrij politieke analyse. Het klinkt meer als PvdA dan als VVD.

„Ik zie niet waarom de gedachte dat de staat iets anders is dan een bedrijf meer PvdA dan VVD zou zijn. Zoals ik ook vind dat de staat burgerschap en daarmee de samenleving heeft verwaarloosd. Dat zou je CDA kunnen noemen. Maar het is ook VVD; daar is de individuele burger belangrijk. Mij gaat het niet om marktfalen, maar om het niet adequaat zijn van het marktdenken voor de overheid. Het evenwicht van machten kun je niet onderbrengen in vraag en aanbod.”

Is dat besef te weinig ontwikkeld?

„Het fascineert mij dat we zo weinig over het concept democratie praten. Wat betekent democratie? Het is meer dan kiezen. De onafhankelijke rechter, het bestuur en de gekozen volksvertegenwoordiger moeten elkaar in evenwicht houden. Zonder dat evenwicht zal er altijd machtsmisbruik ontstaan. Dat evenwicht is er alleen als iedere macht beseft dat hij afhankelijk is van het goed functioneren van andere machten.

„Instituties als de Raad van State zijn bedoeld om over dat evenwicht te waken. Maar zij worden in het efficiencydenken bij de overheid gezien als obstakel. Dat geldt ook voor de rechter, die rechtsgelijkheid en rechtszekerheid beschermt. De pogingen, ook van dit kabinet, om de toegang tot de rechter te beperken [het kabinet wil het griffierecht fors verhogen] zijn daar een voorbeeld van. Het is een van de pogingen het groeiende beroep op de bestuursrechter terug te dringen. Maar de oorzaak van juridische conflicten, de gebrekkige kwaliteit van overheidsbesluiten, neem je zo niet weg. Je kunt voorkomen dat die conflicten bij de rechter komen door betere besluiten te nemen. Doe je dat niet, dan neemt de onvrede alleen maar toe.”

Begrijpt de huidige politieke generatie te weinig wat de balans tussen de instituties waard is?

„In zekere zin heeft de vertrekkende generatie dat besef niet overgedragen. Te lang is gedacht: die balans tussen instituties is in Nederland vanzelfsprekend. Dat is dus niet zo.”

Dan vertelt hij over Gijs van der Wiel, de fameuze voorlichter van de Rijksvoorlichtingsdienst in de jaren zeventig en tachtig. Vroeger stuurde het kabinet de Rijksbegroting op Prinsjesdag per motorordonnans naar de fractievoorzitters. Van der Wiel zorgde ervoor dat de oppositieleider die als eerste kreeg. Omdat regeringspartijen toch al een voorsprong hadden. „Dat vond hij belangrijk.” Die bejegening van mensen met een andere mening, zegt Tjeenk Willink, is essentieel voor het bestel. Zonder respect voor minderheden is vrede onmogelijk.

„De meerderheid moet zich realiseren dat er altijd een dag komt dat ze weer minderheid is. Er is geen natuurlijk recht op de macht, daarom is het absolute koningschap afgeschaft. In een democratie kan elke partij de macht kwijtraken. Je moet niet in de verleiding raken dat als een inbreuk op je recht te zien. Dat voorkom je door je tegenwicht in te bouwen. Het is een beetje opa vertelt, maar tegen nieuwe ministers zeg ik wel eens: creëer zelf tegenwicht, daar ga je beter van functioneren. Er is namelijk altijd een andere werkelijkheid dan die je zelf hebt bedacht.”

Daarom verbaasde het Tjeenk Willink dat minister Uri Rosenthal wilde optreden tegen ontwikkelingsorganisatie ICCO. Die gaf financiële steun aan een website die opriep tot een boycot tegen Israël, wat tegen het kabinetsbeleid is. „Het zegt iets over zijn opvatting over de rol van dat maatschappelijk tegenwicht. Ook Jan Pronk vond het vaak lastig zich te realiseren dat ontwikkelingsorganisaties het recht hebben om anders te handelen.”

Een minderheidskabinet past in uw behoefte aan tegenwicht.

„Ik ben benieuwd naar de gevolgen voor het functioneren van het stelsel. De debatten over Kunduz, Libië en Europa laten zien hoe waardevol een echt politiek debat is. Maatschappelijke polarisatie kun je pacificeren door de kwestie in het parlement te politiseren. Dat heb ik geleerd van het kabinet-Den Uyl, in feite ook een minderheidskabinet, dat voor elke maatregel moest knokken.

„Het debat binnen het CDA over deelname aan het kabinet had dat ook. Of, langer geleden, het politieke debat over de vrijlating van de drie oorlogsmisdadigers van Breda. Dat waren principiële debatten, het ging om gewetenskwesties. De uitkomst lag niet bij voorbaat vast. Daarom werd de uiteindelijke conclusie ook geaccepteerd. Dat is de kracht van het parlementaire stelsel.”

Hoe moet het systeem zijn stabiliteit weer hervinden?

„Daarvoor is politieke visie nodig. Definiëren wat algemeen belang is, dat bepalen gekozen volksvertegenwoordigers. Zij moeten besluiten wat de overheid aan maatschappelijke problemen kan doen. Maar de visies daarop zijn bleek geworden.”

Hoezo bleek? Debatten zijn de laatste jaren toch steeds heftiger?

„Dat is niet hetzelfde. Het debat moet gaan over de ontwikkelingen in de samenleving, en wat de overheid daaraan kan doen. Wordt daarover gepraat? Ik zie dat niet. Kunt u mij uitleggen hoe de visies van de traditionele partijen daarin verschillen?”

De PvdA wil ‘eerlijker delen’, de VVD wil minder overheid. Het CDA gelooft in de kracht van de gemeenschap.

„Heeft u het gevoel dat het CDA de laatste jaren in het politieke debat een buitengewoon heldere visie heeft ontwikkeld over de rol van het maatschappelijk middenveld? Ik heb het niet over stukken van het wetenschappelijk instituut. De PvdA is voor een sterke overheid, als schild voor de zwakken. Maar is zij helder over wat overheid daarvoor wel en niet moet doen? De VVD is voor een kleine overheid, maar heeft wel meegewerkt aan de verzorgingsstaat.”

Hebben relatief nieuwe partijen als PVV en SP die visie wel?

„Geven zij een duidelijke definitie van de relatie tussen overheid en samenleving? Ik zie dat niet.”

Ze maken vrij duidelijk wat ze niet willen.

„Wat heb ik daaraan? Ik wil weten wat ze wél willen.”

Ontbreekt het Nederland niet gewoon aan goede leiders?

„Dat is mij te veel op personen gericht. Een goede leider is niet genoeg, hij moet ook zien wat er aan de hand is, gesteund worden door anderen.”

Daarvoor moet hij toch een goede leider zijn?

Tjeenk Willink aarzelt. „Ik pruttel een beetje, omdat ik niet zo in die mantra geloof. En ik was niet van plan om mee te werken aan de kop ‘Ook Tjeenk Willink vindt dat er te weinig goede politieke leiders zijn’. Dat vind ik te goedkoop.” Hij lacht.

Critici zien Tjeenk Willink als vertegenwoordiger van de oude bestuurlijke elite, een man die staat voor niet-democratische instituten zoals het koningshuis, de Raad van State, de rechtelijke macht. Hij verdedigt deze „met enige hartstocht”. Ze staan voor historisch gegroeide waarden, waarop de democratische rechtsstaat is gebouwd. „Je kunt niet zeggen dat er een eind moet komen aan de vergroving in de samenleving en tegelijkertijd de vergroving binnen het staatsbestel toelaten.”

Waar ziet u die vergroving?

„Kijk eens met hoeveel gemak tijdens de formatie gedragsregels werden geschonden. De redenering ‘het ligt nergens vast, dus dan mag je er van afwijken’ wil ik niet volgen. Iedereen die zegt dat alleen de wet de grenzen van gedrag aangeeft, miskent hoe de maatschappij werkt. Goede gewoonten zijn belangrijk.”

Geert Wilders vond u in de formatie te partijdig. Hij vroeg om uw ontslag. Wat deed dat met u ?

„Als we nog een uitgangspunt van de democratie mogen behandelen: het onderscheid tussen ambt en persoon is een essentiële verworvenheid van de Franse revolutie. In dit mediatijdperk wordt al snel de persoon achter de functionaris gezocht. Uitgerekend bij de positie van vicepresident van de Raad van State gaat het om de ambtsdrager. Het behoort tot mijn functie om de spelregels te handhaven, ongeacht persoonlijke opvattingen. Het is wel lastig als je dat blijkbaar niet kunt overbrengen.”

Over personen en ambten gesproken: is Willem-Alexander er klaar voor?

„Daar is geen twijfel over mogelijk.”

Wanneer gaat dat gebeuren?

„Geen idee. Sommige mensen denken dat het verborgen wordt gehouden, maar misschien is het gewoon nog niet bekend. Soms zijn de dingen simpeler dan je vermoedt.”

Er komt een initiatiefwetsvoorstel van de PVV, mogelijk met een Kamermeerderheid, om het staatshoofd uit de regering te halen. Wat vindt u daarvan?

„Welk probleem wordt hiermee opgelost? De zogenaamde affaires rond het koningshuis? Die hadden niks te maken met het functioneren van het staatshoofd. Haar rol in de formatie? Die heeft niets te maken met of ze in de regering zit of niet. Bovendien wordt haar invloed tijdens de formatie overschat. Zij bewaakt slechts de spelregels. Nu kan de koning, door de ministeriële verantwoordelijkheid, geen zelfstandige politieke factor worden. Als je somber bent over het Haagse bestel, kun je zeggen: haal de koning zo gauw mogelijk uit de regering, dan kan hij zich concentreren op het samenbindend effect op de natie. Maar dan ontstaat het gevaar dat de koning door zijn gezag een zelfstandige politieke machtsfactor wordt.

„Ik verdedig het koningshuis niet uit romantische monarchistische idealen. Als ik over de Hofvijver uitkijk, zie ik de nationale driekleur op de gebouwen van de Tweede Kamer staan. Dat zegt iets over de behoefte aan symbolen. In de jaren zeventig vonden we dat absolute onzin. En dan gaan we nu de koning uit de regering halen? Je kunt ook zeggen dat de koning geen voorzitter moet zijn van de Raad van State. Een puur symbolische functie. Maar sinds vijftienhonderd-zoveel heeft er, met een enkele onderbreking, altijd een Oranje Nassau in de Raad gezeten. Dat vind ik iets moois. Heeft het betekenis, wat invloed betreft? Nee. Heeft het betekenis voor het wezen van dit land? Ja. Als je je geschiedenis niet kent, heb je ook geen toekomst.”

Bent u een conservatieve man?

„Nee, maar dat denken ongetwijfeld de meeste conservatieven.

„Weet u, 35 jaar geleden rekenden mensen mij tot de uiterste rechterflank van de PvdA. Dat kwam omdat ik het pak dat ik naar mijn werk droeg niet omruilde voor een trui als ik naar een partijavond ging. Vijftien jaar later, ik was niet veranderd, zat ik op de linkerflank. Sindsdien weet ik het niet meer.

„In het denken over de democratische rechtstaat ben ik inderdaad vrij conservatief. Maar echte conservatieven zien in dat je moet veranderen om het goede te behouden.”

En u wilt veranderen?

„Ik doe al dertig jaar pogingen om dat iedereen aan het verstand te timmeren. Met klemmende argumenten en redelijke redeneringen, denk ik.”

U bent eigenlijk een conservatieve revolutionair.

Hij lacht. „Daar zal ik eens diepzinnig over nadenken.”