Waterbedrijven: kernafval niet ondergronds

De Europese Commissie wil dat de EU-landen hun kern- afval ondergronds opslaan. Drinkwaterbedrijven en pro-vincies waarschuwen voor de risico’s. Of vallen die wel mee?

De Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) in Zeeland (naast de kerncentrale in Borssele) heeft als enige in Nederland de middelen om radioactief materiaal langdurig op te slaan. Studenten van de TU in Delft krijgen een rondleiding samen met hun docenten. Foto: Peter de Krom
De Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) in Zeeland (naast de kerncentrale in Borssele) heeft als enige in Nederland de middelen om radioactief materiaal langdurig op te slaan. Studenten van de TU in Delft krijgen een rondleiding samen met hun docenten. Foto: Peter de Krom

Stel dat Nederland binnenkort besluit nieuwe kerncentrales te bouwen. Waar laten we dan het afval? In elk geval niet ondergronds, waarschuwen de drinkwaterbedrijven in Nederland. Ongeveer 60 procent van het Nederlandse drinkwater wordt op 230 locaties gewonnen uit diepe grondlagen.

Plannen om kernafval in vaten op te slaan in diepe kleilagen zijn „zorgelijk”, meent Rob Eijsink, secretaris van de stuurgroep bodem en infrastructuur bij de Vereniging van Drinkwaterbedrijven in Nederland (Vewin). „Het risico op besmetting van ondergrondse bronnen van het drinkwater door lekkende radioactiviteit is te groot.”

De Europese Commissie wil dat landen van de Europese Unie plannen maken voor het definitief opslaan van kernafval in diepe geologische aardlagen. Nu nog wordt het afval bewaard op tijdelijke locaties. In Nederland gebeurt dat in een opbergplaats bij de kerncentrale in Borssele. Daar bewaart de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) het afval voor ten minste de komende honderd jaar.

Daarna moet het afval definitief in de bodem worden opgeborgen, vindt de Europese Commissie. Ondergrondse opslag vergt geen permanent onderhoud en toezicht, en het afval is niet langer blootgesteld aan het risico van ongevallen, „inclusief neerstortende vliegtuigen, brand en aardbevingen”, aldus de Commissie.

De drinkwaterbedrijven voelen daar niets voor. Drinkwaterbedrijf Brabant Water heeft onlangs officieel bezwaar gemaakt tegen plannen van de Vlaamse deelregering om onderzoek te doen naar opslag van radioactief afval in diepe kleilagen langs de grens, ongeveer van Essen in het westen tot Lommel in het oosten.

Directeur Guïljo van Nuland van Brabant Water: „Er liggen diep in de grond watervoerende pakketten die ook onder onze landsgrenzen doorlopen. De Belgen zeggen dat de kleilagen volkomen veilig zijn. Wij zeggen dat geen enkele techniek bewezen veilig is. In Duitsland zijn vaten gaan lekken. We houden ons buiten de discussie over de wenselijkheid van kernenergie. Maar als zou worden besloten kernafval ondergronds op te slaan, dan moeten de risico’s op lekkende vaten nul zijn.”

Niet iedereen is overtuigd van de risico’s. Directeur Hans Codee van de COVRA: „Die risico’s zijn beheersbaar. Bovendien doen wij daar juist onderzoek naar. Daarbij willen wij graag iedereen betrekken.”

De discussie over definitieve berging van kernafval viel een jaar of tien geleden stil, toen er weinig toekomst meer leek voor de bouw van nieuwe kerncentrales in Nederland. Er lag wel een advies van de Commissie Opberging Radioactief Afval (CORA), die een voorkeur uitsprak voor ondergrondse berging. Dat zou, aldus een studie van deze commissie, het beste kunnen op vijfhonderd meter diepte, in de Boomse Kleilagen, die zich uitstrekken van Noord-België tot Midden-Nederland.

Zo’n opslagplaats in een mijn, aldus een berekening van tien jaar geleden, zou een half tot één miljard euro kosten. De CORA ging er wel van uit dat het afval ‘terugneembaar’ moest zijn, in geval van calamiteiten. De Europese Commissie gaat daar in haar voorstel niet van uit.

De Nederlandse provincies hebben onlangs tegen het voorstel geprotesteerd. Opslag in Duitse zoutkoepels is al „een mislukking” gebleken, aldus het Interprovinciaal Overleg (IPO) in een brief aan het kabinet. Ook zou rekening moeten worden gehouden met aardbevingen, ijstijden en zeespiegelstijging die de „stabiliteit en traceerbaarheid van een berging nadelig kunnen beïnvloeden”. Het dichtbevolkte Nederland met „vermenging van bodemfuncties” komt in een „onmogelijke positie” als er iets mis gaat, aldus het IPO. Ook het ‘terugnemen’ van kernafval zou een „utopie” zijn, want geologisch en financieel niet haalbaar.

Minister Verhagen (Economische Zaken, CDA) deelt de zorgen van de provincies niet. Hij schreef de Kamer recentelijk dat berging in geologische lagen de „veiligste en meest geschikte optie” is. Er wordt eerst nog vijf jaar onderzoek gedaan naar de voorwaarden. Discussies over precieze locaties zijn „voorbarig”, aldus de minister. „Het is nu niet aan de orde om een locatie aan te wijzen of uit te sluiten.” Hij wil de provincies betrekken bij het onderzoek naar „de meest veilige methode en locatie”.

De Belgen hebben nog niets definitief besloten. Wel stellen het Studiecentrum voor Kernenergie en het NIRAS, de Belgische instelling voor radioactief afval, in een gezamenlijke verklaring dat „de berging van ultiem hoog- en middelactief en langlevend afval in diepe geologische lagen een verantwoordelijke en veilige oplossing is voor het langetermijnbeheer van dit afval”.

De provincie Noord-Brabant is bezorgd over de plannen. „Bij twijfel niet doen”, is daar het adagium.