'Meneer Rieu, mag ik eens met u zingen?'

Dit weekend is een opera voor en door kinderen te zien: De heksen van Venetië. Sopraan Abel Keppel (12) zingt de hoofdrol.

Nederland, Amsterdam, 09-04-2011. repetitie de heksen, Philip Glass, Music Q.
Nederland, Amsterdam, 09-04-2011. repetitie de heksen, Philip Glass, Music Q.

Abel ziet er uit als alle andere jongens van twaalf. Gympen. Spijkerbroek. T-shirt. Maar er is één ding anders aan Abel. Hij vindt zingen hartstikke leuk. Op zijn vorige school vonden ze dat raar. „Dan riepen ze: ‘Meisje!’” Abel is dus blij dat hij nu op de Koorschool zit: een speciale school in Haarlem voor kinderen vanaf groep vijf. Je leert er wat je op een normale school leert, maar er wordt er óók veel gedaan aan zingen en aan muziek.

Abel zong al vaak eerder solo. Zo was hij pekelvleesjongetje in de Sint Nicolaas Cantate van Benjamin Britten. Maar een opera – dat deed hij nog niet eerder. Zijn rol is wel – alweer – een gekke: hij speelt een jongensplant, gekweekt om de kinderloze koning van Venetië een troonopvolger te geven. Maar de koning wil geen plant als zoon, en houdt hem gevangen. Dan hoort de plantenjongen dat er ook een plantenmeisje is. Hij ontsnapt en vindt haar. De Koning bedenkt zich, en kroont de twee tot nieuw Koningspaar.

De muziek klinkt anders dan de meeste andere operamuziek. Philip Glass, die de muziek bedacht, rijgt korte motiefjes aan elkaar die steeds een beetje veranderen. Dat maakt de muziek erg moeilijk om te zingen.

De kinderen (vooral meisjes) van het Nieuw Amsterdamse Kinderkoor lijken er tijdens de repetities niet mee te zitten. ,,Fantasie! Illusie!” zingen ze. Ze moeten ook zombies (levende doden) spelen. Tijdens de repetitie oefent een speciale theaterjuf met ze hoe dat moet. „Een zombie loopt met zijn nek naar voren en grote passen”, zegt ze. Dat kunnen de kinderen meteen. Zangjuf Caro weet nog iets engers: „Het lijkt me leuk als jullie ook een beetje slepen, met één been”, zegt ze. Maar soms pakt ze de kinderen ook streng aan. „Jongens, jullie moeten eigenlijk alles beter doen. Groter zingen, groter spelen!”

Abel zingt de hoofdrol afwisselend met Sem Konijn. Hij heeft er ontzettende zin in. „Er kunnen wel 1650 mensen in het Muziektheater”, vertelt hij. „Natuurlijk is dat spannend. Mijn hele school komt kijken!”

En daarna? De toekomst heeft Abel al uitgestippeld: eerst de middelbare school, dan het conservatorium, dan een musicalacademie in Londen.

„Toen ik The Lion King zag, wist ik: dit wil ik ook. Ik vond dat zó geweldig. En ik zou ook graag een keer zingen met het orkest van André Rieu.” Dus meneer Rieu mag hem bellen? „Oh……dolgraag.”

Voorlopig zingt Abel nog met zijn hoge jongensstem. Maar er kwam net wel een gek piepje uit je keel, zegt medespeelster Sophie (meisjesplant). „Krijg je niet toch de baard in de keel?” Abel lacht. „Nee hoor. Gelukkig niet. De dirigent op school hoopt dat ik nog lang eerste sopraan blijf.”