Kernenergie veilig? Drie kernrampen in 30 jaar!

Met selectief winkelen in cijfers en feiten probeert André Wakker Fukushima te bagatelliseren. Kerncentrales staan duurzaam in de weg, betoogt Peer de Rijk.

Energiedeskundige André Wakker is een dapper man. Midden in het nucleaire drama dat zich in Japan voltrekt, pleit hij voor meer kerncentrales. (Opiniepagina, 6 april ) De gebeurtenissen bewijzen volgens hem zelfs hoe veilig kerncentrales zijn. Vrolijk poneert hij de stelling dat het over een paar weken wel over zal zijn, dat de bewoners weer naar huis kunnen en dat de ramp vooral bewezen heeft hoe robuust kerncentrales zijn.

Het lijkt mij moeilijk uit te leggen aan de honderdduizenden Japanners die van huis en haard verdreven zijn omdat het in een aantal reactoren in Fukushima grondig mis is gegaan. Of aan de boeren die in een groot gebied de komende tientallen jaren niet meer aan de slag kunnen. Of aan de vissers van wie de omzet volledig stilligt. Laat staan aan de tientallen arbeiders die enorme hoeveelheden radioactiviteit te verstouwen hebben gekregen in hun pogingen de reactoren tot bedaren te brengen. Met stelligheid beweert Wakker dat deze mensen verder geen last zullen ondervinden van hun besmetting. Wakker weet heel goed dat ziekten ten gevolge van straling zich vaak pas na een aantal jaren openbaren. Het ontwikkelen van kanker en leukemie gaat niet zo snel.

Het is de VN-organisatie IAEA die zegt dat een groot gebied voor tientallen jaren onbewoonbaar zal blijven, simpelweg omdat het gebied niet alleen besmet is met jodium-131 (dat snel vervalt) maar ook met cesium, dat er veel langer over doet om niet meer gevaarlijk te zijn. Het is de IAEA en het zijn de Amerikanen, Fransen en Britten die adviseren een veel groter gebied dan nu te ontruimen. Intussen heeft Japan de omvang van problemen opgeschaald van 5 naar 7 op de INES-schaal.

Nieuw is de benadering van Wakker niet. Na Harrisburg (1979) hoorden we dat het ongeluk zou helpen om de veiligheid van reactoren verder te vergroten, na Tsjernobyl hoorden we dat het ons vooral geleerd had dat we de Russen moesten helpen zo gauw mogelijk over te stappen op westerse technologie. Na een serie bijna-rampen in Zweden (Forsmark), Japan, (Tokai-Mura) Hongarije (Paks) en de VS (Davis-Besse) hoorden we steeds dat zulke bijna-rampen daarna niet meer mogelijk zouden zijn.

De theorie blijft zeggen dat een kernsmelt maar eens in de 100.000 jaar mogelijk is, voor moderne centrales zelfs eens in de miljoen jaar. Gek genoeg hebben we er nu in dertig jaar al drie voor onze kiezen gehad. Natuurlijk wordt daarvan geleerd, het zou eens niet zo moeten zijn. Wakker vindt het maar onzin dat de EU het waagt om naar aanleiding van Fukushima de boel weer eens goed door te lichten. Hij wil dat er gauw meer kerncentrales worden gebouwd. En wel omdat het aandeel groene stroom te langzaam groeit en te weinig te bieden heeft. Hij weet natuurlijk heel goed dat de keuze voor meer kerncentrales juist de doorbraak naar duurzaam vertraagt. Volgens hem zijn schone bronnen te duur. En dan volgt de bekende litanie over de subsidies die nodig zijn om duurzaam op weg te helpen.

Maar dan zou ik toch graag van Wakker horen hoe hij denkt over het feit dat alleen het nucleaire deel van de ramp die Japan getroffen heeft al twintig miljard euro heeft gekost? Of hij vindt dat de 130 miljard euro die de ramp in Tsjernobyl alleen al Oekraïne heeft gekost betaald moet worden door de aanbieders van atoomstroom? Of het in zijn ogen terecht is dat de overheid in Duitsland de 6 miljard euro op tafel legt om radioactief afval, dat verkeerd opgeborgen was, naar boven te halen – laat staan om het ergens anders fatsoenlijk op te bergen.

Het energieprobleem oplossen is niet eenvoudig. Het wordt er niet makkelijker op als pleitbezorgers van kernenergie een ramp bagatelliseren en met wat selectief winkelen in cijfers en feiten proberen ons nieuwe kerncentrales te verkopen.

Peer de Rijk is directeur van World Information Service on Energy (WISE) Nederland.