Ernstige zaken, lichte boetes

Milieucriminelen worden zelden gestraft. De pakkans is klein. Gesprek met officier van justitie Rob de Rijck. „We zijn niet afschrikwekkend genoeg.”

Nederland, Amsterdam, 22-02-2011 In het Amsterdamse westelijk havengebied woedt een grote brand in een loods met rubber van een chemisch opslagcomplex. Het gaat om Diergaarde Chemical Storage aan de Latexweg. De brand woedt in twee loodsen. Het vuur is ontstaan in een loods waar rubber ligt opgeslagen, en is overgeslagen naar een opslagplaats met cacao, laat een woordvoerder van de brandweer weten. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS
Nederland, Amsterdam, 22-02-2011 In het Amsterdamse westelijk havengebied woedt een grote brand in een loods met rubber van een chemisch opslagcomplex. Het gaat om Diergaarde Chemical Storage aan de Latexweg. De brand woedt in twee loodsen. Het vuur is ontstaan in een loods waar rubber ligt opgeslagen, en is overgeslagen naar een opslagplaats met cacao, laat een woordvoerder van de brandweer weten. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2010

Sloopafval en asbest dat in de Rotterdamse haven wordt overgeladen op een schip naar Duitsland. Zonder geldige papieren. Valsheid in geschrifte om huishoudelijk afval uit Ierland in India te dumpen. Twee voorbeelden van illegaal afvalvervoer.

Illegaal afvaltransport aanpakken is een van de Nederlandse prioriteiten bij bestrijding van milieucriminaliteit, zegt Rob de Rijck (53), officier van justitie bij het functioneel parket, verantwoordelijk voor vervolging van milieu- en fraudedelicten – naast bodemvervuiling, verkoop van verboden vuurwerk, illegale asbestsloop en handel in beschermde planten en dieren.

Het grote publiek heeft weinig belangstelling voor milieucriminaliteit, constateert De Rijck. Behalve als er een brand uitbreekt bij een chemiebedrijf. Die geringe interesse wijt hij aan het woord ‘milieu’, dat associaties oproept met natuurbescherming, schone lucht en kwetsbare plantjes. „Terwijl milieucriminaliteit vaak gaat om grootschalige vermogenscriminaliteit waarmee grof geld wordt verdiend.”

Hoe groot is de milieucriminaliteit?

„We weten het niet. Het terrein is breed. Het gaat om veel, heel ongelijksoortige delicten.”

U heeft geen idee hoe omvangrijk de milieucriminaliteit is?

„Het toezicht is te versnipperd. Het wemelt van de controle- en opsporingsinstanties. Rondom Rotterdam alleen al vijfentwintig, van politie-eenheden via waterschappen, douane, Inspectie Verkeer en Waterstaat tot opsporingsdiensten als de Voedsel- en Warenautoriteit. Het is moeilijk een totaalbeeld te krijgen.”

In 2009 is bepaald dat aard en omvang van de georganiseerde milieucriminaliteit in kaart moet worden gebracht. Is dat te doen?

„We zijn ermee bezig. We weten dat er op grote schaal met asbest wordt geknoeid. We weten dat op basis van de zaken die we voor de rechter brengen en een rapport van de Rekenkamer. We denken dat illegaal afvaltransport groot is, net zoals handel in beschermde dieren. Hoe groot, daar kan ik geen slag naar slaan.

„Bij overvallen en inbraken kun je schattingen maken over de omvang op basis van aangiften. Bij milieucriminaliteit zijn er geen aangiften. Burgers hebben er niet direct last van. Als je niet zoekt, zie je het niet.

„Ik heb me laten vertellen dat 15 procent van wat er internationaal vervoerd wordt, afval is. Dat betekent dat de Rotterdamse haven in 2009 zo’n 750.000 containers met afval heeft verscheept, containers van 40 voet. Als met 10 procent iets mis was, gaat het om 70.000 containers per jaar. Dan hebben het niet eens over binnenvaart en wegtransport.”

Hoeveel van die foute containers leiden tot een rechtzaak?

„Ik schat tussen de 400 en 700. Tweehonderd zaken per jaar.”

Dus de pakkans is miniem?

„Het zijn geen 70.000 drijvende bommen. Het zijn ook containers waarvan de papieren niet volledig in orde zijn. Er is lang niet altijd sprake van crimineel gedrag. Maar, ja, de pakkans is klein.

„Het zou beter mogen. We zijn niet afschrikwekkend genoeg. Ik fantaseer weleens over een dienst met kleine zwarte autootjes. Dat bedrijven een beetje zenuwachtig worden als ze die zien. Zo gezaghebbend zijn we nog niet.”

Wat doet u daaraan?

„We richten ons in toenemende mate op zwaardere zaken, betekenisvolle zaken. Daar gaat de grootste afschrikwekkende werking van uit.”

Een bedrijf in Mijdrecht werd onlangs veroordeeld voor oplichting en valsheid in geschrifte bij de illegale export van kunststofafval naar China, India en Hongkong. Het bedrijf kreeg een boete van 100.000 euro, de directeur tachtig uur werkstraf. Is dat een afschrikwekkende straf?

„Ik was niet bij die zaak betrokken. Maar als je dit vonnis geïsoleerd bekijkt, geeft de hoogte van de straf niet het idee dat het om een ernstig misdrijf gaat. Boetes bij milieudelicten zijn vrij laag. Het maximum is wettelijk vastgelegd. Bedrijven die de regels overtreden, opereren vaak internationaal. Boetes die wij opleggen, zijn voor hen peanuts. Ik las onlangs in de krant dat in de VS aan een olieconcern een boete van 86 miljoen euro was opgelegd. Dan bedenkt een onderneming zich wel twee keer voor ze nog eens de regels overtreedt. Het strafmaximum van zes jaar is deze eeuw nooit gegeven. We proberen wel het illegaal verdiende vermogen af te pakken. Crimineel gedrag mag niet lonen.”

Nemen rechters milieucriminaliteit voldoende serieus?

„De meeste rechtbanken doen te weinig milieuzaken. Dan is het moeilijk om de ernst van delicten in te schatten. Er ontstaat geen debat over de passende strafmaat. Wanneer iemand een ander vermoordt, is iedereen het erover eens: dat mag niet. De norm is duidelijk. Bij milieuzaken is er altijd discussie over de norm. Wat betekent die? Voor wie geldt die? Hoe erg is het dat de regels worden overtreden? Daarvoor is specialistische kennis nodig. Het zou goed zijn als niet meer dan vier rechtbanken alle milieuzaken behandelen. Je moet meer van dit soort zaken doen om er gevoel voor te krijgen.”