Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Politie, recht en criminaliteit

Arabist Jansen: raadsheer Schalken spotte met mijn rol in Wildersproces

WFA02:RECHTSZAAK TEGEN WILDERS HERVAT:AMSTERDAM;13APR2011- PVV-leider Geert Wilders (R) en zijn advocaat Bram Moszkowicz (L) woensdag tijdens de hervatting van de strafzaak in de rechtbank in Amsterdam. De rechtbank in Amsterdam hoort woensdag in de zaak-Wilders drie getuigen: arabist Hans Jansen, raadsheer Tom Schalken van het gerechtshof Amsterdam en Midden-Oostendeskundige Bertus Hendriks.WFA/dh/str.Lex van Lieshout
WFA02:RECHTSZAAK TEGEN WILDERS HERVAT:AMSTERDAM;13APR2011- PVV-leider Geert Wilders (R) en zijn advocaat Bram Moszkowicz (L) woensdag tijdens de hervatting van de strafzaak in de rechtbank in Amsterdam. De rechtbank in Amsterdam hoort woensdag in de zaak-Wilders drie getuigen: arabist Hans Jansen, raadsheer Tom Schalken van het gerechtshof Amsterdam en Midden-Oostendeskundige Bertus Hendriks.WFA/dh/str.Lex van Lieshout Geert Wilders en zijn advocaat Bram Moszkowicz (links) tijdens de zitting vandaag. Foto WFA/Lex van Lieshout

Raadsheer Tom Schalken heeft tegen Hans Jansen gezegd het vreemd te vinden dat de arabist, tevens getuige in het proces-Wilders, zich ‘als intellectueel inlaat met zo’n mannetje’, doelend op Geert Wilders.

Dat verklaarde Jansen vanochtend onder ede voor de rechtbank in Amsterdam. Hij bevestigde dat de raadsheer van het Amsterdamse gerechtshof aanwezig was bij een diner vorig jaar en met hem gesproken heeft.

Schalken schreef als raadsheer samen met twee collega’s een zeer uitgebreide beschikking waarin het Openbaar Ministerie (OM) werd bevolen Wilders te vervolgen. Hans Jansen is getuige á decharge in het proces tegen de PVV-leider.

‘Schalken vroeg geheimhouding over zijn aanwezigheid’

Schalken zou Jansen hebben gevraagd te beloven de aanwezigheid van de raadsheer bij het diner niet in de openbaarheid te brengen. Jansen heeft dat “expliciet” geweigerd. In een blog maakte Jansen tijdens het proces-Wilders in oktober vorig jaar gewag van de avond waar Schalken bij aanwezig was.

Toen bekend werd dat Schalken met Jansen had gesproken, vroeg Wilders’ advocaat Bram Moszkowicz de rechtbank in Amsterdam om Jansen hierover te horen. Dat werd geweigerd, waarna Moszkowicz met succes de rechtbank wraakte. Het proces is in februari met nieuwe rechters hervat. Wilders staat terecht op verdenking van het aanzetten tot haat en discriminatie.

Rijksrecherche concludeerde geen overtreding

De vraag die voorligt is of Schalken zich schuldig heeft gemaakt aan beïnvloeding van de getuige. Vorig jaar zei Hans Jansen in NRC Handelsblad dat zijn getuigenis over de islam niet beïnvloed kon worden omdat die vooral feitelijk van aard was. De Rijksrecherche heeft in een onderzoek naar het diner geconcludeerd dat Schalken zijn boekje niet te buiten is gegaan.

Jansen zei vandaag een “beetje bang voor Schalken” te zijn geweest tijdens het diner. Dat uitte zich onder meer in het niet voordragen van enkele Koranverzen tijdens het diner waar Schalken bij was. Schalken zei later op de avond dat Jansen de vervolgbeschikking van het gerechtshof moest lezen die tot het proces tegen Wilders heeft geleid. “Lees dit nou eens”, zou Schalken gezegd hebben, terwijl hij een papier uit zijn binnenzak haalde. Jansen veronderstelt dat dit papier de vervolgbeschikking was. Hij ging er niet op in.

Aanwezigheid Schalken bij diner ‘onzedelijk’

Jansen vond de aanwezigheid van de raadsheer bij het diner, een gespreksavond over de islam, “onzedelijk”. Maar hij had op dat moment “niet aan juridische aspecten gedacht”.

Jansen zag op de avond vooral “de risico’s die ik zelf liep”. “Ik vond het vervelend, ik vond het ongepast. Je kunt niet over de islam praten met iemand die van mening is dat je daar strafbare dingen over kan zeggen. Straks zeg ik iets waarvan deze persoon vindt dat ik voor het gerecht moet verschijnen.”