Zakenman kiest kunst

How tot stop whining and start living is niet alleen de titel van een Amerikaans zelfhulpboek – het bestaat echt – maar ook van een kunstwerk van de Britse kunstenaar William Monk uit 2005. Hij gebruikte de indexbladzijden van een wereldatlas als doek. Daarop schilderde hij in zwart-wit een groep deftig geklede burgers uit de 19de eeuw die hand in hand in een kring staan. Op de achtergrond zijn olieboortorens te zien.

Het werk maakt onderdeel uit van de kunstcollectie van ING en is te zien op de expositie Oh Crisis 2.0 in Huize Frankendael in Amsterdam. ING-topman Bill Connelly koos het werk uit. Hij is één van de vijf topbestuurders uit het bedrijfsleven die op de tentoonstelling de vraag probeert te beantwoorden wat de waarde van kunst is in tijden van crisis.

In interviews van ongeveer tien minuten op beeldschermen geven de zakenlieden hun visie. Kunst is volgens Connelly van waarde omdat het een reflectie is van wat er gebeurt in de maatschappij. Dat is ook de reden, vertelt hij, dat ING tijdens de omwenteling in Oost-Europa in de jaren tachtig op zoek ging naar jonge kunstenaars om financieel te steunen. De bank was ervan overtuigd dat het sponsoren van kunst een bijdrage kon leveren aan de fluwelen revolutie.

Connelly’s visie staat haaks op die van de Vlaming Geert Verbeke, die een groot transportbedrijf leidde tot hij zich acht jaar geleden stortte op het verzamelen van kunst. Dat doet hij niet om de wereld te verbeteren of geld te verdienen, maar voor zijn eigen plezier. Kunst is in de ogen van Verbeke even vergankelijk als het leven zelf. Een tegendraadse gedachte in tijden van bezuinigingen.

Claudia Kammer