Ouattara krijgt het moeilijk

De Franse regering ontkent het glashard. Ex-president Laurent Gbagbo van Ivoorkust en zijn echtgenote Simone zijn gisteren in de bunker onder hun paleis níét door Franse ‘blauwhelmen’ opgepakt, maar door soldaten van de wettig gekozen president Alassane Ouattara.

Precies zoals het hoorde, gelet op het VN-mandaat voor de buitenlandse interventiemacht. De Franse troepen waren immers alleen in Ivoorkust om te voorkomen dat er zware wapens tegen burgers zouden worden ingezet, benadrukt Parijs.

Deze officiële verklaring is niet erg overtuigend. Wellicht zijn de Gbagbo’s gisteren inderdaad opgebracht door de Forces républicaines de Côte d'Ivoire (FRCI) van Ouattara. Maar zonder actieve militaire steun van Frankrijk, dat op zijn beurt zegt te hebben gehandeld op expliciet verzoek van secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties, zou de strijd in Abidjan vermoedelijk niet zo zijn beslist.

Op de Franse interventie valt weinig af te dingen. Ze heeft zich voltrokken met een volkenrechtelijk mandaat om de patstelling na de verkiezingen te doorbreken.

De econoom Ouattara (69), die functies heeft vervuld bij de Centrale Bank van West-Afrikaanse Staten en het IMF, is ongetwijfeld het legitieme staatshoofd van Ivoorkust. Hij won eind november de tweede ronde van de presidentsverkiezingen met volgens de Kiescommissie 54,1 procent van de stemmen. Gbagbo erkende die uitslag niet en zette het resultaat vervolgens met een truc naar zijn hand.

Maar dat wil niet zeggen dat de sociale orde nu is hersteld. Met 45,9 procent van de stemmen heeft Gbagbo een serieuze aanhang. Omdat de tegenstellingen in Ivoorkust langs lijnen van stammen, clans, godsdienst en etniciteit lopen, kan het geweld zo weer opflakkeren.

Ouattara staat dus voor de taak om mensen en groepen te verzoenen die niet alleen afgelopen maanden, maar ook tussen 2002 en 2007 een burgeroorlog uitvochten. De Europese Unie wil de president daarbij helpen door de eerder afgekondigde sancties zo snel mogelijk op te heffen. Dat zou betekenen dat de cacaohandel, een van de belangrijkste exportproducten van Ivoorkust, weer op gang kan komen.

Ouattara heeft, naar Zuid-Afrikaanse analogie, een waarheidscommissie aangekondigd, die een bijltjesdag moet voorkomen. Dat is iets, mede omdat er aanwijzingen zijn dat zijn milities ook veel geweld tegen burgers hebben gebruikt bij de mars op Abidjan.

Maar oplevende handel en vreedzame woorden zijn vermoedelijk niet genoeg om in Ivoorkust een vreedzame samenleving te bouwen.

De paradox van Ivoorkust is ingewikkeld. De Fransen blijven nog even de arbitrerende gendarmerie. Maar juist die rol kan leiden tot weerzin tegen buitenlandse machten en dus tot nieuw geweld.