Glencore moet het zonder hoekstenen kunnen

Glencore moet zijn beursgang in HongKong nog maken, maar de grondstoffenhandelaar gedraagt zich nu al als een bedrijf dat bekend is met de lokale mores. Het concern heeft gesprekken gevoerd met institutionele beleggers over het kopen van pakketten aandelen, in aanloop naar de uitgifte ter waarde van wellicht 10 tot 12 miljard dollar (6,9 tot 8,3 miljard euro). In ruil hiervoor mogen deze beleggers, de zogenoemde cornerstones (hoekstenen), hun belangen een paar maanden niet afstoten. Dit is in HongKong een gebruikelijke gang van zaken, maar dient geen enkel doel. Een bedrijf met de statuur van Glencore kan het zich veroorloven met deze traditie te breken.

De lijst van potentiële hoekstenen voor Glencore zal lang zijn, omdat het concern – dat waarschijnlijk uit is op een waardering van 60 miljard dollar – uniek is. Grote staatsfondsen als die van Koeweit zijn bij eerdere beursgangen ook van de partij geweest. Het staatsfonds van Qatar en miljardair Li Ka-shing zouden naar verluidt met Glencore praten. De reden daarvoor is dat zij als er heel veel belangstelling voor de aandelen blijkt te zijn, ervan verzekerd zijn dat ze de hoeveelheid krijgen die ze willen. En als ze van plan zijn langetermijnaandeelhouders te worden, zou de periode waarin zij hun stukken niet mogen verkopen geen probleem mogen zijn.

Het was de taak van hoekstenen om beursintroducties te vergemakkelijken van bedrijven die buiten China niet of nauwelijks bekend waren. Dat was bijzonder nuttig aan het begin van deze eeuw, toen China staatsbedrijven ging privatiseren die niemand kende. Tycoons en ondernemers die door de lokale bevolking werden vertrouwd, zouden hun naam aan de beursgang verbinden en hun reputatie zou er vervolgens voor zorgen dat die een succes werd.

Vandaag de dag is moeilijk in te zien wat deze hoekstenen méér doen dan het aanwakkeren van de uitbundigheid van beleggers. Waarborgende banken waarderen ze om twee redenen: in de eerste plaats kunnen hoekstenen een gevoel van schaarste veroorzaken doordat ze een deel van de uitgifte voor zich opeisen; en in de tweede plaats geven ze kleine beleggers, die in HongKong nog steeds veel gewicht in de schaal leggen, een prikkel om mee te doen.

Glencore is slechts de laatste in een lange reeks. Verzekeraar AIA heeft gebruikgemaakt van de diensten van hoekstenen, evenals Agricultural Bank of China. De beurstoezichthouder van HongKong heeft er het zwijgen toe gedaan, ook al zouden zulke grote namen geen helpende hand nodig mogen hebben. Maar een proces dat tot een vals gevoel van concurrentie leidt tussen twee groepen beleggers en de vraag eerder stimuleert op basis van geruchten dan op grond van de fundamentele waarden, is de moeite van het behouden niet waard. Het zou zonde zijn als een bedrijf met de zichtbaarheid van Glencore de praktijk van de hoekstenen zou bestendigen.

John Foley

Vertaling Menno Grootveld