Er gebeurt vast iets

Er is intussen zoveel bij elkaar gepend over de invloed van internet op het boek, dat je er een bibliotheek mee kunt vullen. Op internet is er niet minder druk over geschreven, maar ik weet niet hoe je ‘bibliotheek’ daar moet noemen en of je ook daar van ‘vullen’ kunt spreken.
Ik zie zeven planken dichtbundels voor me, en een zaal vol incunabelen, maar hoe maakt iemand zich een voorstelling van het begin en einde van ‘Napoleon’ of ‘rozenkweek’ op internet?
‘t Kan helpen als je het eind van een rijstebrijberg ziet. ’t Kan je ook bijtijds ontmoedigen.
Misschien moet iemand eens een rijtje fantasiematen voor internet in leven roepen. Een rijtje dat sappiger klinkt dan het gebruikelijke techneutenjargon. ‘Schrijver X. schreef anderhalve hectare op internet vol.’ ‘Ze verstouwde vandaag haar tiende liter Wikipedia.’ ‘Nog zeven werst digitale research voor de boeg.’
Het klinkt voor geen meter, maar er moet ergens een duizendpoot rondlopen die iets verzint.
Er is zoveel geschreven over de invloed van internet op het boek, dat je er draaierig van wordt. Heeft het boek toekomst? Zal het e-boek het papieren boek vervangen? Zullen we anders gaan lezen? Verdwijnt de boekhandel? Is het einde van de klassieke uitgeverij in zicht?
Wat de overzichtelijkheid in bibliotheekruimten en meetbare rijen betreft blijft het boek in het voordeel, maar verder is alles onzeker.
Onze duizendpoot zal vast een keertje een oplossing vinden voor de gewaarwording van ruimte en kwantiteit.
Net als voor ons besef van hiërarchie. Ooit vertrouwde je eerder een perkamenten band dan een ringband. Ik ben benieuwd naar het substituut. Een keurmerk? Een kleurtje?

Het probleem is niet dat er nieuwe oplossingen voor oude problemen gevonden moeten worden, maar dat er nieuwe problemen ontstaan waar we nog geen weet van hebben.
In de discussies gaat het meestal over het kwetsbare boek, de verdwijnende boekhandelaar en de bedreigde uitgever, maar zelden over de schrijver.
Boek, boekhandelaar en uitgever imploderen, de schrijver blijft toch wel, hoor je ze denken.
Dat is waar.
De schrijver stoot op een onbeantwoorde vraag en schrijft. De schrijver kijkt om het hoekje van de hel en schrijft. De schrijver voelt dat hij in een moeras wegzinkt en schrijft. Literatuur ontstaat noodgedwongen.
Dat is niet het probleem.
De literatuur kan het zonder geld stellen, de schrijver niet. Dat is wel het probleem. De schrijver moet eten. Gras kauwende geeft hij melk.
Honger de muzikanten uit en je zit zonder muziek.
Dat schrijvers bestolen worden is een oud verhaal.
Als ik tien cent kreeg voor elk artikel, elk gedicht van me dat ze op internet copypasten kon ik eindelijk eens mijn zo felbegeerd autootje kopen. Geheel zorgenvrij zou ik kunnen leven als ik een percentage kreeg van al mijn boeken die in antiquariaten en tweedehandsboekwinkels werden verkocht, voor een veelvoud vaak van de oorspronkelijke prijs.
Aan schrijversmisbruik heeft internet niets nieuws toegevoegd.
De recensent ontvangt de boeken gratis. Met het boek in de linkerhand en met zijn rechterhand vermomd als centenbak rent hij naar het antiquariaat.
Als internet niet dokt wordt de bron van de literatuur stilgelegd. Voorlopig is er geen oplossing in zicht.
Intussen zijn er leveranciers genoeg die tekst op maat willen leveren voor een schijntje of voor de eer. ‘Content’ noemen ze die gaarkeukenpap. Soms komen de sappige fantasietermen snel genoeg.
Krijgen we straks een literatuur van vrijetijdsschrijvers – van dokters, ministers en advocaten? Met af en toe een schoorsteenveger of straatjongen ertussen die de boel opschudt? Zullen adverteerders bereid zijn of in staat blijken de literatuur te bekostigen? Zullen instanties als de Buma, Stemra en Lira zich weer breed maken en tussen de kunstenaars en het geld gaan staan, zodat scheppend internet een parasietengemeenschap wordt?
Er gebeurt vast iets.