Sociaal bloot

De federatie van naturisten bestaat vijftig jaar. De sfeer op de blootterreinen is nog altijd ‘relaxed’. ‘Het is het Boer Zoekt Vrouw-gevoel,

terug naar hoe het ooit was.’

it was het Nederlandse naturisme anno 1946: „Naakt slapen. Vroeg opstaan. Naakte ochtendgymnastiek. Eenvoudig leven. Zo veel mogelijk vruchten en groenten eten, rauw, en weinig of geen dierlijk voedsel.”

En dit het naturisme nu: radio-dj Giel Beelen die uitlegt dat het naturisme voor hem „nooit een ideaal” was. Hij vindt het „gewoon lekker” om bloot te zwemmen. „Of om naar de sauna te gaan, ook helemaal top.”

Beelen is geïnterviewd in het deze week verschenen Blootboek, een uitgave van de Naturisten Federatie Nederland (NFN) ter ere van een halve eeuw belangenbehartiging van Nederlandse naturisten. Intussen is het aantal NFN-leden gegroeid van 1.000 in 1962 tot 70.000 nu, en is vooral het naturisme wezenlijk veranderd.

„Het benepen karakter van vroeger heeft plaatsgemaakt voor de eigen invulling van het naturisme”, zegt Egbert Arkema, oud-voorzitter van naturistenvereniging Zon en Leven. Het was Zon en Leven dat in 1946 bovenstaande geboden aan haar leden opdrong. En meer. Een verbod op drank, tabak, de opdracht tijd te wijden aan ideële en sociale arbeid. Weg van de kunstmatigheid en het onrecht veroorzaakt door de Industriële Revolutie. „De idioterie van die geboden is nu ondenkbaar”, zegt Arkema. „Ik denk dat er nog niet 1 procent van in onze huisregels is terug te vinden.”

Blootbeleving

Het naturisme anno 2011 is, zoals zoveel ismes uit de moderne geschiedenis, verworden tot een bonte, postmoderne mix. Geen keiharde ecologische idealen, maar ‘naaktrecreatie’ met een vleugje praktisch idealisme. Neem het Limburgse stel Vivienne Bancken en Pieter Kromwijk, dat na Giel Beelen het woord krijgt in het Blootboek, onder de kop ‘Naturisme als lifestyle’. Zij een ‘ondernemer, makelaar en een bekende Limburgse tv-presentatrice’, hij landschapsarchitect. Samen doen ze aan ‘blootbeleving’: naakt chillen in en om hun huis, een privéwellnessbedoening compleet met houtgestookte sauna en stoombad. „Een paradijsje”, zegt Bancken, „waar we onze Adam-en-Evagevoelens ook heel goed kunnen uitleven.”

Het echtpaar eet onbespoten gewassen, maar neemt wel het vliegtuig naar het huisje in Spanje. „Echte duurzaamheidsfreaks zijn we nu ook weer niet. Je moet soms ook realistisch zijn.”

Het respect voor de natuur staat, hoe verwaterd soms ook, nog steeds hoog op de agenda van veel hedendaagse naturisten. Naturisten Jan (67) en Liesbeth (72) – hun namen zijn om privacyredenen gefingeerd – vertellen trots hoe het naturistenterrein Vrijgaard van hun vereniging Vrij een ‘green key’-keurmerk heeft. Op de Vrijgaard in Zeewolde doen ze aan spaarlampen, gescheiden afval, waterbesparing. Clubblad Het Vrijertje wordt gedrukt op gerecycled papier. Liesbeth: „We willen onze plek leefbaar houden. Dat hoort bij de naturistische traditie.” In dat licht heeft het moderne naturisme de tijdgeest mee: duurzaamheid is zo populair dat het bijna sleets is, als een grijs gedraaide grammofoonplaat.

Maar de tijdgeest werkt ook averechts. De naturist staat niet bekend om zijn spaarlamp, wel om zijn blote kont.

En in deze verseksualiseerde samenleving is er veel kritiek op het te pas en te onpas tonen van bloot, zoals op de billboards met Sapph-bimbo’s, Sloggy-nimfen en Suit Supply-slavinnen. Hoe verhouden die ideaalbeelden zich tot het – nu ja – vergankelijke lijf van de gemiddelde naturist? Hendrien Landeweer, naturist en als beeldhouwer van vrouwentorso’s liefhebster van „authentieke lichamen”, herkent de tegenstelling. „Op feestjes hoor ik wel eens afkeurende geluiden, als het over naturisten gaat. Kritiek als: ‘Bespaar me die uitgezakte lijven.’”

Lichaamsbeeld

Ook psychiater Bram Bakker – naar eigen zeggen geen naturist, maar naaktrecreant – denkt dat „veel mensen” een „belabberd lichaamsbeeld” hebben, zegt hij in het Blootboek: „Op pornosites staan een hoop advertenties om je penis te vergroten. Want de gemiddelde man die op die sites komt, vindt zijn eigen geslacht te klein. Dat maakt hem onzeker.”

Volgens Bakker zijn naturisten „mensen die geleerd hebben zich teweer te stellen tegen het taboe op sociaal naakt”.

De verseksualiseerde samenleving werkt naturisme ook in de hand. De oververtegenwoordiging van botoxhoofden en fitnesslijven is als ideaalbeeld zo zichtbaar, dat de hang naar het authentieke lichaam van de weeromstuit groter wordt, zegt NFN-directeur Henk Jan Kamerbeek, auteur van het Blootboek. Daarom is volgens hem het aantal leden van de NFN – 70.000 – al een paar jaar stabiel, ondanks de vergrijzing die ook de naturistenverenigingen plaagt. Ten opzichte van 2001 is het ledenaantal van NFN zelfs gestegen met 10.000. Kamerbeek: „De sfeer op naturistenterreinen is relaxed, niet opgefokt. Naturel. Het is het Boer Zoekt Vrouw-gevoel, terug naar hoe het ooit was.” Het naturisme als escapisme: weg met de sixpack gekweekt in het fitnesshonk, op naar het laisser faire van een hangbuik bij daglicht. Naturist Jan: „Op een naturistenterrein mag je zijn zoals je bent.” Zijn echtgenote Liesbeth: „In het begin dacht ik op het naturistenterrein: buik inhouden. Nu denk ik: laat maar gaan!”

Ironisch genoeg wordt naturisme door onwetenden juist gezien als symptoom van de oversekste samenleving. De onderliggende logica luidt dan: de naturist is bloot, bloot is seks, dus naturisten seksen. Hendrien Landeweer: „Sommige mensen denken echt dat naturisten viezeriken zijn, dat iedereen het met iedereen doet op naturistencampings.”

Naturisten zijn eensgezind: seks en naturisme hebben niets met elkaar te maken. Henk Smeeman, voorzitter van de NFN en oud-wethouder van Almere: „Bijna niets is zo normaliserend als naakte mensen op een camping. Het bloot van de billboards suggereert iets wat er niet is. Dat is spannend. Op de naturistencamping lopen een blote opa en oma, naast een meneer met een buik. Daar is weinig seksueels meer aan.”

Eerlijk is eerlijk, zegt Landeweer: „Naturisten roepen het ook over zichzelf af. Die aarden wallen, de bosjes, de rieten matten die de naturistenterreinen omheinen – het geeft een soort darkroomeffect. Zo van: wat dáár gebeurt, dat kan het daglicht niet velen.” Maar die schuttingen zitten er natuurlijk om je veilig te voelen, zegt Landeweer. „Het gaat om de buitenwereld, niet om wat zich binnen die hekken afspeelt.”

Privacy als reactie op het bloottaboe, dat springlevend is. Leden van naturistenverenigingen brengen nog steeds elkaars achternamen niet naar buiten, foto’s nemen mag niet vrijuit, laat staan ze publiceren. Maar ook hier is er verandering. De locatie van verenigingsterreinen hoeven leden niet meer geheim te houden, zoals decennia terug. De coördinaten voor de tomtom staan op de meeste websites aangegeven: verenigingen willen graag gevonden worden. En bij de NFN ligt het plan om de voor- en achternaam van alle commissieleden – van Sport tot Financiën – te publiceren op de NFN-website. Voorzitter Henk Smeeman: „Vertellen dat je naturist bent schaadt je denk ik op geen enkele manier meer. Het is net iets anders dan de tennisclub, maar het scheelt niet veel.”