Het antibioticasyndicaat

Dierenartsen dienen veel te veel antibiotica toe. Resistentie die daar het gevolg van is, brengt de gezondheid van dieren en mensen in gevaar. Dierenartsen hebben op vele manieren financieel belang bij het toedienen van antibiotica. Toch laat de overheid het aan hen zelf over het gebruik ervan te verminderen.

Nederland, Ubbergen, 21-10-2009 Langs een doodlopende weg staat een aanhanger met varkens geparkeerd. Hij lijkt achtergelaten te zijn door een transporteur met de afspraak dat hij later verder vervoerd zal worden naar zijn eindbestemming. Foto: Flip Franssen
Nederland, Ubbergen, 21-10-2009 Langs een doodlopende weg staat een aanhanger met varkens geparkeerd. Hij lijkt achtergelaten te zijn door een transporteur met de afspraak dat hij later verder vervoerd zal worden naar zijn eindbestemming. Foto: Flip Franssen

Bij Henk Jan Ormel komen alle lijntjes samen. Hij is dierenarts en lid van de beroepsvereniging Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde. Hij voert namens het CDA in de Tweede Kamer het woord over diergezondheid en dus ook over het antibioticagebruik in de veehouderij. En hij is, samen met tweeduizend dierenartsen, eigenaar van farmacieconcern AUV Holding, een van de grote Nederlandse spelers in de antibiotica-industrie. Daarmee heeft het Kamerlid een zakelijk belang bij de productie en verkoop van antibiotica.

Hoeveel certificaten van aandelen AUV hij bezit, weet hij niet precies, zegt Ormel. „Maar het is een bescheiden aantal.” De aandelen zijn ondergebracht in een stichting. In het bestuur van de stichting zitten dezelfde mensen als in het bestuur van de coöperatie en de raad van commissarissen van AUV Holding.

Bij het grote publiek is het niet bekend, maar via hun coöperatie en holding controleren dierenartsen een goed deel van de handel in antibiotica en andere diergeneesmiddelen. AUV Groothandel is de grootste speler op de Nederlandse markt. AUV-dochter Eurovet Animal Health is de derde antibioticaleverancier van Nederland. De omzet van AUV Holding bedraagt een kwart miljard euro.

Dierenartsen schrijven dus antibioticarecepten uit en doen er tegelijk de kleinhandel, de groothandel en de productie van antibiotica bij. Wat vindt Henk Jan Ormel daarvan?

„Ik begrijp dat het een negatief beeld oproept bij het brede publiek.”

Je hebt dierenartsen en dierenartsen. Driekwart van de 3.300 dierenartsen in Nederland behandelt gezelschapsdieren, honden, katten, cavia’s. Over deze dierenartsen gaat dit verhaal niet. Dit verhaal gaat over de honderden dierenartsenpraktijken die de intensieve veehouderij bedienen. Met hun hulp zijn vleesvarkens, mestkuikens en kistkalveren jarenlang volgestopt met antibiotica. Voor het financieel gewin van de veehouderij. De dierenartsen verdienden er miljoenen mee.

Dierenartsen moeten toezien op de bescherming van de gezondheid van dier en mens. Ze hebben een wettelijk geregeld monopolie op het uitschrijven van recepten voor diergeneesmiddelen. Tegelijkertijd ontvangen ze als wederverkopers een percentage van de opbrengst van de medicijnen. De verkoop daarvan aan de intensieve veehouderij zorgt soms voor wel 70 procent van het inkomen van dierenartsen.

Grenzeloos toedienen

Al jaren waarschuwen wetenschappers dat het grenzeloos toedienen van antibiotica aan de veestapel leidt tot groeiende resistentie van bacteriën. Toch steeg het veterinaire gebruik fors. Nergens in Europa gebruikt de intensieve veehouderij zoveel antibiotica als in Nederland. Dat heeft bacteriën ongevoelig gemaakt voor de belangrijkste soorten antibiotica. Vanuit de intensieve veehouderij verspreiden deze bacteriën zich onder de bevolking.

Sinds in 2005 bekend werd dat de resistente MRSA-bacterie van dier op mens overspringt, hangen in ziekenhuizen waarschuwingsbordjes. Besmettingsgevaar! Varkenshouders worden geïsoleerd behandeld om verdere verspreiding van de bacterie te voorkomen.

Na de MRSA dook de ESBL-bacterie op. Die maakt enzymen aan die antibiotica afbreken. Wanneer dat gebeurt wordt de behandeling van infecties ernstig bemoeilijkt. Kippen en kuikens zitten vol ESBL en 95 procent van het kippenvlees in de supermarkt is ermee besmet. Recent onderzoek duidt erop dat het eten van kip ook bij mensen tot antibioticaresistentie leidt. Er is dus een rechtstreeks verband tussen het royale gebruik van antibiotica in de veehouderij en de volksgezondheid.

Voor de intensieve veehouderij is het massaal gebruik van antibiotica een kwestie van efficiënt management. Dan is er minder ‘uitval’. Het is goedkoper om dieren massaal antibiotica toe te dienen dan om hun verouderde, tochtige of onhygiënische stal te renoveren. Dierenartsen zijn de veehouders daarbij altijd van dienst geweest. Ze verdienen er zelf ook goed aan.

Wie in Nederland dierenarts wil worden, moet naar de Universiteit Utrecht. Daar staat de enige opleiding diergeneeskunde. Het waren ooit vooral slimme boerenjongens, net wat ruwer in de omgangsvormen, net wat losser in de ethiek.

In hun studietijd worden ze allemaal lid van de Diergeneeskundige Studenten Kring. Dat stimuleert het groepsgevoel. Daarna gaan ze werken bij het ministerie van Landbouw (tegenwoordig Economische Zakken, Landbouw en Innovatie: EL&I), de Gezondheidsdienst voor Dieren, de universiteiten van Utrecht of Wageningen, de diergeneesmiddelenindustrie of worden ze praktiserend dierenarts. Waar ze ook terechtkomen, ze zijn doorgaans lid van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD).

In die kleine, gesloten wereld rouleren de spelers. Neem Ruurd Stolp. In Utrecht opgeleid tot dierenarts, werd hij directeur van diergeneesmiddelenbedrijf Intervet. Nu is hij directeur van de Gezondheidsdienst voor Dieren, die ook onderzoek doet naar het antibioticaprobleem. Tegelijk behartigt Stolp als commissaris de belangen van AUV Holding, leverancier van antibiotica. Is dat geen belangenconflict? Stolp: „Nee, anders zou ik het niet doen.”

De dubbelrol van een senator

In politiek en publiciteit was afgelopen jaar aandacht voor de dubbelrol van de dierenartsen, als toediener en voorschrijver van antibiotica – overigens niet voor hun rol als eigenaren van antibioticaleverancier AUV. Maar tot tevredenheid van de dierenartsenvereniging KNMvD besloot toenmalig minister van Landbouw Gerda Verburg (CDA) vorig jaar de geneesmiddelenverkoop niet bij dierenartsen weg te halen. In plaats daarvan mag de sector zelf – dierenartsen, veehouders en antibiotica-industrie – het antibioticagebruik terugdringen.

Zo richtte de sector de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit op. Die ziet toe op het doelmatig gebruik van diergeneesmiddelen. In andere landen, zoals Denemarken, houdt de overheid toezicht, en houdt de overheid ook bij hoeveel antibiotica wordt voorgeschreven. In Nederland is daartoe opnieuw een stichting in het leven geroepen door dierenartsen en industrie: de Stichting VETbase. Die begon vorig jaar met een database die het voorschrijven van diergeneesmiddelen in kaart brengt.

Deze private database zou de inspectiedienst van het ministerie van EL&I, de AID, aardig kunnen helpen bij het opsporen van antibiotica-dierenartsen. Maar in de gebruiksregels is vastgelegd dat de stichting „nooit zonder expliciete toestemming van de dierenarts inzicht [zal] verschaffen in gegevens die herleidbaar zijn naar de individuele dierenarts of veehouder”. Zo vormt de stichting dus juist een barrière voor overheidsingrijpen.

Het beleid van de Nederlandse overheid om alles aan de sector over te laten staat wat Johanna Fink-Gremmels betreft ter discussie. Ze is opgeleid tot dierenarts en nu hoogleraar veterinaire farmacologie, biofarmacie en klinische toxicologie aan de Universiteit Utrecht. „Want die sector moet geld verdienen en dan gaan soms economische belangen voor. Elders in Europa zit de overheid er duidelijk beter bovenop.”

Kamerlid Henk Jan Ormel is het niet met haar eens: „De terugtrekkende overheid richt zich op kerntaken en legt meer verantwoordelijkheden in de samenleving. Voor mij was van belang dat er controle komt om het antibioticagebruik te verminderen. De Diergeneesmiddelenautoriteit is een onafhankelijke stichting onder leiding van Jos Werner. Hij is voorzitter van de CDA-senaatsfractie en heeft helemaal geen banden met de sector.”

Hoe onafhankelijk Werner is, blijkt uit het handelsregister. Hij behartigt al sinds 1994 als commissaris de belangen van farmacieconcern Merck Sharp & Dohme in Haarlem. Merck is een grote antibioticafabrikant voor de veehouderij, via dochteronderneming Intervet/Schering-Plough Animal Health.

Werner vindt dat zijn dubbelrol wordt „aangedikt”. Werner: „Die veterinaire belangen zitten in een andere bv van Merck. En mijn termijn als commissaris loopt dit jaar toch af. Dus mocht het al een probleem zijn, dan lost het zich vanzelf op.”

Een gezonde darm

De vereniging van diergeneesmiddelenfabrikanten, die ook AUV en Merck vertegenwoordigt, verzette zich in het verleden tegen een snelle aanpak van het antibioticaprobleem. Toen de Gezondheidsraad in 1998 waarschuwde voor bacteriële resistentie en aandrong op maatregelen, was de branchevereniging daartegen. Het zou nog tot 2006 duren voordat het gebruik van antibiotica in lage doseringen – als groeibevorderaar – verboden werd. De intensieve veehouderij schakelde al vóór het verbod met hulp van de dierenartsen over op preventieve behandelingen met antibiotica voor alle beesten in een stal. In de praktijk veranderde er niets. Het totale antibioticagebruik liep zelfs nog op.

Hoogleraar Johanna Fink-Gremmels: „Er wordt preventief naar antibiotica gegrepen om nog een beetje economisch te kunnen draaien. Antibiotica stabiliseren de darmflora van het dier. Met een gezonde darm voelt het dier zich lekker, blijft hij eten en groeit hij sneller. Dan gebruik je antibiotica als groeibevorderaar, terwijl we met z’n allen hadden besloten dat de antimicrobiële groeibevorderaars niet meer zouden worden toegepast wegens resistentie. We kregen ze dus via de achterdeur weer binnen.”

Voorzitter Ludo Hellebrekers van de dierenartsenvereniging KNMvD noemt het „onhandig” als in de „publieke perceptie” het beeld ontstaat dat dierenartsen samen eigenaar zijn van een bedrijf dat antibiotica produceert. Hellebrekers: „Dat geldt ook voor de dubbelrol van dierenartsen: recepten uitschrijven en antibiotica verkopen. Als KNMvD streven wij ernaar om, met behoud van het huidige inkomen van de dierenarts, de financiële afhankelijkheid van het verkopen van medicijnen terug te dringen.” De KNMvD komt binnen anderhalve maand met concrete voorstellen.

Het voorschrijfgedrag van dierenartsen is uitgebreid onderzocht door de AID, de controledienst van het ministerie van EL&I. De dienst betrapte afgelopen jaren vele tientallen dierenartsen die betrokken waren bij het oneigenlijk gebruik van antibiotica. Dat blijkt uit twee rapporten van die dienst, waarvan het meest onthullende tot nu toe niet is gepubliceerd door het ministerie.

In het gepubliceerde rapport (april 2007) staat dat jaarlijkse controles tussen 2002 en 2006 uitwijzen dat dierenartsen onzorgvuldig omgaan met antibioticarecepten. Dierenartsen schrijven antibiotica in veel te lage doses voor, waardoor resistentie wordt bevorderd. Uit de recepten blijkt ook dat de doses soms juist te hoog zijn, waardoor antibioticaresten in consumptievlees kunnen komen.

Bij de controle in 2006 had 10 procent van 868 onderzochte recepten een te lage of te hoge dosering. De AID maakte hierover 62 processen-verbaal op en gaf 32 schriftelijke waarschuwingen. Uit het rapport blijkt dat de AID 31 dierenartsen die in de fout waren gegaan, had aangemeld bij de klachtambtenaar van het Veterinair Tuchtcollege.

De klachtambtenaar is een ambtenaar van het ministerie van EL&I die dierenartsen voor het tuchtcollege kan dagen. Dat college toetst het gedrag van dierenartsen aan de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde.

250 euro boete

Onderzoek leert dat de klachtambtenaar de 31 zaken nooit bij het tuchtcollege heeft aangebracht. De ambtenaar die de klachten had moeten indienen heet Paul Bours, zelf ook dierenarts: „Ik heb destijds besloten om geen procedure te starten tegen de 31 dierenartsen. Het was een van de eerste keren dat de AID een officiële inspectie had uitgevoerd. Ook speelde mee dat het om grote aantallen ging. Al die zaken zijn afgedaan met een schriftelijke waarschuwing.”

Het tweede, niet gepubliceerde AID-rapport (april 2010) schetst een beeld van dierenartspraktijken die jarenlang zonder noodzaak antibiotica voorschrijven en leveren aan varkenshouders. Van 1.200 onderzochte antibioticarecepten was 75 procent niet juist opgemaakt: dieren kregen te lage of te hoge doses antibiotica. Conclusie van de AID: „Economische belangen wegen [...] zwaarder dan dier- en volksgezondheid.”

De AID legde de dossiers van veertien dierenartsen voor aan ambtenaar Bours. Die daagde er slechts vier voor het tuchtcollege. Bours: „Die andere zaken hadden ook voor de tuchtrechter gebracht kunnen worden, maar het ging ons erom jurisprudentie te krijgen. Daarvoor waren die vier zaken voldoende. Het is ook een kwestie van tijdgebrek.”

De vier gedaagde dierenartsen gaven in drie jaar tijd 123.250 biggen en 11.150 fokzeugen en vleesvarkens in strijd met wettelijke regels 10.839 kilo antibiotica. Er was sprake van „onnodig antibioticagebruik”. Het tuchtcollege veroordeelde de dierenartsen en schreef in de uitspraken dat het om ernstige vergrijpen ging. Op grond daarvan had de dierenartsen een boete van maximaal 16.750 euro of een schorsing kunnen worden opgelegd. Drie dierenartsen kregen een boete van 250 euro plus 750 euro voorwaardelijk. Eén dierenarts ontving een geheel voorwaardelijke boete. „250 euro is natuurlijk niet veel”, zegt ambtenaar Bours. „Maar vroeger werden dierenartsen nooit op hun vingers getikt voor zulke zaken. Nu wel.”

Voorzitter van het tuchtcollege is Gert Jan van Muijen, raadsheer bij het gerechtshof Den Bosch. Hij is oud-senator voor het CDA. De andere leden van het tuchtcollege zijn dierenarts. Volgens Van Muijen doet de hoogte van de boete er in dit geval niet zo toe. Het belangrijkste is dat de dierenartsen zijn veroordeeld. „De eis van de klachtambtenaar was in al deze zaken overigens lager dan 250 euro. Wij zagen het als proefprocedures. En 250 euro schrikt genoeg af. Dit is een duidelijk signaal aan de veterinaire sector. We laten ons niet piepelen. Als die dierenartsen volgend jaar weer voor moeten komen, dan zal de straf hoger uitpakken.”

De vereniging van diergeneesmiddelenfabrikanten stuurde in maart een persbericht rond. Uit hun cijfers zou blijken dat vorig jaar het gebruik van antibiotica in de veehouderij met 12 procent gedaald is. Desondanks is Nederland nog altijd Europa’s grootste gebruiker. Vraag is ook hoe betrouwbaar de cijfers van de sector zijn; de overheid krijgt geen toegang tot de voorschrijfgegevens van individuele dierenartsen.

Hoogleraar Fink-Gremmels betwijfelt of de sector erin zal slagen om, zoals toegezegd, in 2013 het antibioticagebruik met de helft te hebben teruggedrongen. Ze ziet wel sinds 2008 een omslag bij dierenartsen. Vooral door de negatieve publiciteit. „We mogen ons als beroepsgroep wel aanrekenen dat we pas echte veranderingen onder druk hebben doorgevoerd. Jarenlang heeft de economische kant van ons werk de boventoon gevoerd. Ook in de opleiding. Ik ben zelf ook dierenarts. Voor sommige collega’s schaam ik me.”