Yves Leterme gelooft er nog in

Nog even en België verbreekt het wereldrecord regering vormen. Deze keer echt. Hoe gaat de premier van België dat straks in het buitenland uitleggen? De Vlaamse Yves Leterme over fietsen, zijn relatie met Nederland, en over de tegenstellingen tussen Vlamingen en Franstaligen. „De politieke crisis verdiept de verdeeldheid in ons land.”

België zit al bijna 300 dagen zonder regering. „Niet zonder regering”, zegt Yves Leterme.

België zit al bijna 300 dagen zonder volwaardige regering.

„Zonder regering met volheid van bevoegdheid.”

Hoe erg is dat?

„Dat valt goed mee.” De premier somt op: het Belgische begrotingstekort is kleiner dan dat van Nederland, de economie groeit sneller. De werkloosheid is lager dan het Europese gemiddelde. En het Belgische parlement besloot vlot om F-16’s naar Libië te sturen. „Vlotter dan Nederland.” Maar Leterme maakt zich zorgen over Cambodja.

Cambodja?

Nergens anders in de wereld werd er zo lang over een regeringsformatie gedaan als daar: 353 dagen. Maar tot vorige week dacht iedereen in België dat het wereldrecord in Belgische handen was – al op 17 februari overgenomen van Irak. Dat was toen uitbundig gevierd in België. Studenten riepen de ‘Frietrevolutie’ uit en kregen een wisselbeker van Irak.

Beleggers in de hele wereld zagen de televisiebeelden. „Ik had net nog iemand op bezoek uit China”, zegt Leterme. „Die zei ook: het is uitgezonden in Peking.”

De Belgische regering moest steeds uitleggen dat het economisch goed gaat met het land. Dat lukte, zegt Leterme, door de feiten. „De assets van de NV België zijn drie keer zo veel waard als onze schulden.”

Maar een Vlaamse krant ontdekte dat Cambodja er veel langer over had gedaan dan Irak. Komt er weer feest als dát record wordt verbroken? Leterme: „Straks zullen we weer een inspanning moeten doen om het uit te leggen.”

Als iemand de politieke crisis in België belichaamt, dan is het de Vlaamse christen-democraat Yves Leterme (50). In 2007 won hij de verkiezingen na een redelijk rustige campagne die over alles ging, maar nauwelijks over een andere inrichting van de Belgische staat. Sinds die tijd lijkt het alleen maar te gaan over de vraag of België nog bestaansrecht heeft.

Leterme kreeg vaak kritiek,omdat hij soms te eerlijk antwoord gaf op vragen of een grap maakte die niet iedereen begreep. Zo vroeg hij zich eens hardop af of Franstaligen misschien „intellectueel niet in staat zijn om Nederlands te leren”. Ook vergiste hij zich toen een Franstalige journalist hem vroeg of hij het Belgische volkslied kende. Leterme zong de Marseillaise, het Franse volkslied.

Nu is Bart De Wever, de leider van de Vlaams-nationalistische N-VA, de boeman van de Franstaligen. Zijn partij won vorig jaar juni de verkiezingen. Maar de onderhandelingen over een nieuwe regering duren eindeloos. En dus is Yves Leterme nog altijd premier, ook tot zijn eigen verrassing.

En toch: Leterme heeft de perfecte biografie voor een premier van België. Zijn moeder was een Vlaming, zijn vader een Waal. Hij groeide op in West-Vlaanderen, vlakbij de taalgrens. Zijn ouders hadden een winkel met verf en papierwaren.

Als je hem vraagt naar zijn eerste herinneringen aan Nederland, zegt hij: „In 1971, toen ik elf was, kocht ik van mijn zakgeld een sportjaaroverzicht. Maar ik had me vergist, het was een Nederlands overzicht. Mijn ouders waren niet zo bemiddeld, ik heb dat boek verschillende keren van de eerste tot de laatste bladzijde gelezen. Er stond veel in over schaatsen, over Johan Cruyff, Anton Geesink. Ik heb het nog. Oranje kaft.”

Wat was in die tijd uw beeld van Nederland?

„Plat, water. Als je vanuit Vlaanderen de grens oversteekt, kom je in Zeeland.”

West-Vlaanderen is ook vlak. Er wonen katholieken, maar de mentaliteit is bijna calvinistisch.

„Ja, er wordt zeer hard gewerkt in die streek. Misschien wonen de grootste Hollanders van Vlaanderen in West-Vlaanderen. Maar het is een beetje een paradox: mensen zijn plichtsbewust, sparen hun geld op, maar geven het soms ook op een extravagante manier uit. We hebben bijvoorbeeld veel grotere huizen dan jullie. En we verplaatsen ons te veel met de wagen, en te weinig met de fiets.”

Nederland, zegt Yves Leterme, was voor hem ook de wielrenner Evert Dolman, die in 1971 de Ronde van Vlaanderen won. „Wie was dat? Het was voor ons verschrikkelijk.”

Later was het Joop Zoetemelk: „Die altijd in het wiel van een ander zat, die profiteerde van Eddy Merckx en van iedereen.”

En natuurlijk de koetjesrepen, zegt Leterme ineens. „Als kind was dat voor mij synoniem met speeltijd. Om tien uur mochten we ze uit de tas halen en opeten. We hadden een verzamelton voor zilverpapier. Voor ‘de zwartjes’. Dat zilverpapier ging naar Congo, de kolonie.

Later kreeg u te maken met Nederlandse politici. Dat milieu van hard werken, niet zeuren, maakte dat dat u hen beter begreep?

„Ik heb altijd veel belangstelling gehad voor de Nederlandse politiek, voor het CDA. Het klopt dat wie in eigen land veel met breedvoerige politici te maken heeft, wel houdt van de zelfzekere tussenkomsten van Nederlandse collega’s tijdens Europese toppen, zoals die van Jan Peter Balkenende en Mark Rutte.”

Voelt u zich ermee verwant?

„Ik vind het soms iets te rationeel. Belgen nemen tien beslissingen en denken daar twee keer over na. Nederlanders denken misschien soms tien keer en nemen dan twee beslissingen. Je hebt ook zoiets als het kapotverwetenschappelijken. We stonden ook wel te kijken naar het zeer libertaire beleid – op het vlak van drugs, coffeeshops, zeden. In Nederland is de omgang losser.”

Hebben Vlaanderen en Nederland veel met elkaar gemeen?

„Ja en nee. We hebben natuurlijk de taal en voor een deel de gemeenschappelijke cultuurbeleving. Ik vind dat dat naar elkaar toegroeit. Ik zie het aan mijn kinderen, als ze een boek ter hand nemen of een programma kijken op internet: dat vloeit in elkaar over, meer dan vroeger. Maar we blijven anders. Nederlanders zijn assertiever, gemiddeld genomen, en ze zijn zelfbewuster. Mijn zus zei altijd: dat is een Nederlander, die heeft grote tanden.”

Wat bedoelde ze daarmee?

„Niks bijzonders. Het was een beeld dat ze had van hoe Nederlanders eruit zien.”

Ziet u overeenkomsten in het ontstaan van populistische bewegingen in Vlaanderen en Nederland?

„Bij jullie kwam het rechtspopulisme later dan bij ons. Antwerpen [waar het Vlaams Blok in 2000 de grootste partij werd in de gemeenteraad] was een seismograaf voor ons, maar ook voor jullie. Het idee was: mensen komen hier, ze zullen zich vanzelf aanpassen. Dat was misschien een overtrokken, naïeve verwachting. „Als mensen naast elkaar leven, heb je nog geen sociale samenhang. In Vlaanderen werden populistische tendensen versterkt door de Vlaamse emancipatiegedachte. Het gevoel dat mensen moesten opkomen voor de eigen taal en cultuur heeft zich geënt op het verwerpen van het vreemde.”

Wat kan Nederland van België leren in de omgang met dat populisme?

„Ik hoop dat je het voor een deel kunt oplossen door zulke bewegingen voor verantwoordelijkheid te plaatsen. Ik had daar laatst in Helsinki een gesprek over met collega’s, op een bijeenkomst van de EVP [de Europese Volkspartij waar de Vlaamse christen-democraten bij horen]. In Finland zijn deze maand verkiezingen en je hebt daar een vrij extremistische partij. We hadden het over het idee: confronteer zo’n partij met verantwoordelijkheid om een land te besturen. Dwing zo’n leider om te ervaren dat dat niet eenvoudig is.”

Dat is heel anders dan wat België heeft gedaan met zijn cordon sanitaire voor het Vlaams Belang?

„Ja, maar je kunt dus ook leren uit het feit dat wij níét gekozen hebben om zo’n populistische beweging verantwoordelijkheid te geven. En dat dat niet heeft belet dat het populisme wel heel grote proporties kreeg.”

Zegt u dan eigenlijk: dat cordon was niet zo’n goed idee?

„Het cordon heeft gefunctioneerd, maar het heeft de electorale groei van extreemrechts niet tegengehouden. Door het cordon raakte extreemrechts buiten adem. Als er dan een alternatief is waar de ranzige kantjes vanaf zijn, kiest men daarvoor. Dat is de leegloop van het Vlaams Belang, ten voordele van de N-VA [de Vlaams-nationalistische partij van Bart De Wever].”

Hoe was de afgelopen jaren de relatie tussen België en Nederland?

„Die is uitstekend. Als we nog het dossier van de IJzeren Rijn oplossen, hebben we perfecte relaties.” De IJzeren Rijn is een spoorverbinding tussen de Antwerpse haven en Duitsland, door Limburg. Nederland vertraagt de heropening daarvan.

Er waren wel problemen. Neem de verdieping van de Westerschelde, en de splitsing van Fortis in 2008 waarbij Wouter Bos, minister van Financiën, zei dat Nederland het ‘gezonde deel’ van de bank had overgenomen.

„Ik denk zelf: al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel. Bos had het toen dringend nodig de onderhandelingsresultaten mooier voor te stellen. Dat snapte ik wel. Ik heb er nooit een extreem belangrijk punt van gemaakt. Maar hij zat fout. Zal ik de begrotingsmensen erbij roepen? Ik ben zeer tevreden over de afhandeling van Fortis en ons aandeelhouderschap in BNP. Als Nederland ooit belangstelling heeft om een deel over te nemen van dat aandeelhouderschap, dat mooie dividenden oplevert, dan wil ik wel onderhandelen over een behoorlijke prijs. Onze problemen met de IJslandse bank Kaupthing zijn ook opgelost. Wat vroeger dan de problemen van Nederland met Icesave.”

Was Wouter Bos zich misschien niet zo bewust van gevoeligheden, omdat Nederlanders minder weten van België dan omgekeerd?

„Ik ben een zeer verdraagzaam man. Er zijn meer van zulke momenten geweest. So be it. Wat de Vlamingen betreft, er is een Frans gezegde: pour vivre heureux, vivons cachés. Dat is bijna genetisch bij ons. We zijn zodanig veel overheerst geweest door vreemde mogendheden, dat we denken: laat ons ons ding doen en we laten onszelf niet te veel zien. Wij hoeven ook niet zo noodzakelijk onze nationale agenda internationaal op te leggen. We zijn ons ervan bewust dat we gastland zijn van de Europese instellingen, we positioneren ons internationaal loyaal. Nederlanders zijn veel eurosceptischer. Belgen zijn verstandige mensen die weten dat je als middelgroot land sterk bent in de mate waarin de Europese Unie sterk is. Nederland komt daar nog wel achter.”

Belgen houden nog van Europa?

„Het is een vaststelling dat we hier voor het eerst in de geschiedenis al zeventig jaar vrede en welvaart hebben. België is een groot grensgebied, onze kinderen kunnen studeren waar ze willen. Maar we moeten ons sociale model bewaren. Dat is iets waarover ik soms met Balkenende maar ook met Angela Merkel van mening verschilde. Ik vind het menselijke van het Rijnlandmodel [met veel aandacht voor gemeenschapsgevoel en sociale zekerheid] heel belangrijk. Soms had ik het gevoel dat dat niet genoeg naar voren werd gebracht door CDA en CDU.”

België wil in Europa samen optrekken met Nederland. Lukt dat?

„Dat lukt. We weten wel dat Mark Rutte zich logischerwijs oriënteert op liberale collega’s. Maar door de bank genomen denk ik dat het Benelux-overleg aan kracht heeft gewonnen. Er wordt naar ons geluisterd.”

Kunt u een voorbeeld geven van iets wat zo gelukt is?

„Voor de komende weken: als we in het IMF willen meetellen, moeten België en Nederland samen een directielid aanduiden. Nederland was half-half lid van de G20 en heeft half-half een belangrijke stem in het IMF. Samen kunnen we én toegang krijgen tot de G20 én een lid hebben in het directiecomité van het IMF.”

Bij recente vergaderingen van de G20 probeerde Nederland niet om één plek aan tafel te bemachtigen voor de Benelux. Nederland belde naar de Fransen: ‘Regelen jullie een uitnodiging voor ons?’

„Dus als Nederland alleen handelt, kennen we de uitkomst. Dan wordt het niks.”

Stel dat de grote staatshervorming in België, met meer bevoegdheden voor Vlaanderen en Wallonië, er toch een keer komt...

„Die gaat er komen.”

Betekent dat dan iets voor de relatie Vlaanderen-Nederland?

„Dat denk ik niet.”

Heeft de politieke crisis van de afgelopen tien maanden de verdeeldheid in België verdiept?

„Dat denk ik wel, ja. Ik zoek het juiste woord, want ik moet oppassen. De afstand is groter geworden, vooral bij de politici. De oplossingen die men ziet, zijn niet dichter bij elkaar gekomen. Ik stel ook vast dat voor een deel van de politici, niet zozeer die van het centrum, de solidariteit vooral speelt voor de eigen gemeenschap en minder voor alle Belgen.”

Aan Vlaamse kant?

„Ik hou het bij wat ik heb gezegd. Dat is algemeen, maar het is wel juist dat ik het praktisch gezien het meest hoor in Vlaanderen. Omdat dat voortbouwt op het gevoel, al dan niet terecht, dat Vlamingen juist heel veel solidariteit betuigen.”

Wat brengt dat aan Franstalige kant teweeg?

„Daar zijn steeds meer mensen die denken in termen van ‘Plan B’. Dat is voor mij het meest opvallende.”

Ze bedoelen: een toekomst zonder België.

„Nee, het is out of the box-denken: het kan ook iets heel anders zijn. Iets heel anders dan wat we nu hebben.”

Petra de KoningJeroen van der kris