Waarom hebben we een hal?

Jeroen Molenaar uit Delft viel het op dat Nederlandse huizen vrijwel altijd een hal hebben, terwijl dat in het buitenland niet het geval is. Is een hal in Nederland verplicht, vraagt hij zich af.

Een hal na de voordeur is volgens het Bouwbesluit niet verplicht. Maar het is een logisch gevolg van andere woningbouwregels dat Nederlandse huizen een hal hebben.

De eerste daarvan: het is al vanaf begin twintigste eeuw, met de invoering van de Woningwet, verboden dat het toilet rechtstreeks aan een verblijfsruimte (zoals de woonkamer of keuken) grenst.

De trap naar boven moet direct, dus zonder dat je door een verblijfsruimte hoeft, vanaf de ingang te bereiken zijn.

En de meterkast – als die zich in jouw woning bevindt – moet binnen drie meter vanaf de toegang van de woning geplaatst worden. En ook deze mag zich niet, zoals het toilet, in een verblijfsruimte bevinden.

Wil je een zo compact mogelijke plattegrond maken, dan ontkom je er haast niet aan om deze functies te bundelen in de hal. Een grote woonkamer of keuken, dáár gaat het om. En omdat de ruimte schaars is in Nederland, willen mensen niet te veel vierkante meters verprutsen aan minder belangrijke functies in hun huis.

En er zijn natuurlijk nog andere redenen waarom woningen in Nederland een hal hebben. Want een hal houdt de tocht en kou buiten. In landen om ons heen en in Scandinavië hebben de huizen ook een hal. In zuidelijkere, en dus warmere, landen zoals Italië stap je vaak zo de woonkamer binnen.

De hal vindt zijn oorsprong in de zeventiende eeuw, in het Engelse landhuis. Het bedienend personeel moest zich door het huis kunnen bewegen zonder de bewoners tegen te komen. Voor die tijd bestonden villa’s vooral uit kamers. Je liep van kamer naar kamer. Zie bijvoorbeeld villa Rotonda (1566) van Andrea Palladio, een van de beroemdste villa’s uit de Italiaanse renaissance-architectuur. De vermenging van verschillende klassen leidde tot een nieuwe woningindeling.

    • Marleen Luijt