De witte schimmel wijkt voor de zwarte zwam

Heel Nederland krijgt last van witte schimmel, was de vrees van velen toen Carel Weeber, voorzitter van de Bond van Nederlandse Architecten, in 1997 het Wilde Wonen lanceerde. Weeber stelde voor iedereen die dat wil zijn eigen huis te laten bouwen. Hierdoor zouden in heel Nederland ‘Belgische toestanden’ ontstaan, verwachtten de vele critici van het Wilde Wonen. Ook in de Randstad zouden de verschrikkelijke, witte, vrijstaande eigenbouwhuizen oprukken die toen vooral de randen van de Friese en Groningse steden en dorpen teisterden.

Witte eigenbouwhuizen waren in 1997 in de mode. Het begin van de mode van de lichtgekleurde huizen dateert uit de jaren tachtig. Toen werden zelfs sociale woningen massaal gemaakt van bakstenen in kleuren als lichtgeel, lichtgrijs en lichtbeige. Ook de lichtgrijze B2-blokken waren geliefd onder architecten als Herman Hertzberger.

Maar wat de exacte oorsprong van de mode van de lichtgekleurde huizen was, is nu moeilijk te achterhalen. Misschien gaf wit de bewoners een vakantiegevoel – huizen in het Middellandse-Zeegebied zijn tenslotte ook vaak wit. Of misschien kwam het door de grote populariteit van de Amerikaanse tv-serie Dallas in de jaren tachtig en was de witte ranch van de hoofdpersoon van Dallas, J.R. Ewing, blijven hangen in de hoofden van eigenbouwers als uiting van echte luxe.

Hoe dan ook, de vrees van de critici was voorbarig: met het Wilde Wonen is het nooit veel geworden in Nederland. In het begin van de eenentwintigste eeuw leek het even alsof het Wilde Wonen zou doorbreken, toen het de steun van de liberale staatssecretaris van volkshuisvesting kreeg. Maar de afgelopen jaren is het aandeel eigenbouw in de woningbouw zelfs afgenomen.

Alleen in het noorden – en in Zeeland – is eigenbouw relatief omvangrijk gebleven. Maar wonderlijk genoeg is ook daar de witte schimmel nu verdwenen. De meeste Wilde Woningen zijn daar al een paar jaar lang rood-bruin of zelfs bruin-zwart. In de Blauwe Stad bijvoorbeeld, de nieuwe stad aan een kunstmatig meer in Oost-Groningen waar men kavels kan kopen om zelf een huis te bouwen, zijn bijna alle woningen nu donker. Ook in Blitsaerd, een nieuwbouwwijk bij Leeuwarden waar ruimte is voor eigenbouw, staan nauwelijks nog witte huizen.

Ook dit keer is het weer een kwestie van mode. Maar nu valt er iets meer over te zeggen. In ieder geval is de bron van de mode van de donkere baksteen in de Nederlandse architectuur aan te wijzen: Piraeus, het door de Duitse architect Hans Kollhoff ontworpen kolossale woongebouw van bijna zwarte bakstenen in het oostelijk havengebied van Amsterdam uit 1994.

Bijna tegelijkertijd werden de jaren-dertig-woningen, onveranderlijk van donkere bakstenen, steeds geliefder. Omdat het aantal echte jaren-dertigwoningen nu eenmaal beperkt is, begonnen slimme projectontwikkelaars nieuwe, vereenvoudigde jaren-dertigwoningen te bouwen. Later volgden de catalogushuizenbouwers, die hun witte producten verruilden voor bruine boerderettes en notariswoningen. Zo veranderde de witte schimmel in zwarte zwammen.