Via Tsjechische camping naar WK in Ahoy

Het tafeltennis mist toppers. Maar er is hoop. De 15-jarige Koen Hageraats plaatste zich voor de WK, volgende maand in Rotterdam. „Hij is mentaal sterk, zeurt weinig, is slim, ziet het spel goed.”

Het batje strak in zijn rechterhand. Het tengere lichaam licht voorovergebogen. De blik op het kleine witte balletje. Zijn lange benen, en het daardoor soms onhandige voetenwerk. Het geduld in de rally’s en dan plotseling de explosieve uithaal. De geniepige effectballetjes. Het fanatieke vuistje na een gewonnen punt. De vijftienjarige Koen Hageraats, blonde haardos en blauwe ogen, is de hoop van het Nederlandse mannentafeltennis.

Vorige week kwam Hageraats opeens in het nieuws. Het talent plaatste zich dinsdag via het laatste kwalificatietoernooi voor de wereldkampioenschappen tafeltennis, die volgende maand in Ahoy worden gehouden. Naar verwachting is hij in Rotterdam de jongste speler op de WK. De nummer 754 van de wereld kan zich voor het eerst met de internationale top meten, maar hij maakt zich weinig illusies. De EK voor junioren in juli vindt hij belangrijker. „Daar heb ik wel wat te zoeken.”

Het gevaar dreigt dat Hageraats als kanonnenvoer dient op de WK, die alleen al in Azië door meer dan 300 miljoen mensen gevolgd zullen worden. Hij ziet ertegen op in een vol Ahoy te spelen. „Ik vind het moeilijk voor een groot publiek te spelen, ik vind het een beetje eng”, zegt hij. „En ik hou ook niet van de publiciteit eromheen, interviews voor de camera vind ik helemaal niets.” Om die reden besloten zijn ouders vorige week niet in te gaan op een uitnodiging voor het tv-programma Madiwodovrijdagshow. Is Hageraats bang dat de druk te groot wordt in aanloop naar de WK? „Ja. Maar ik kan wel veel leren van de oudere spelers in het Nederlandse team.”

Koen Hageraats is het grootste talent van een sterke lichting tafeltennissers in de leeftijd van vijftien tot negentien jaar, zegt Achim Sialino, technisch directeur van de tafeltennisbond. Na de succesvolle periode rond de eeuwwisseling, met de nationale topspelers Trinko Keen en Danny Heister, braken er geen nieuwe tafeltennismannen door. Barry Wijers is met een 277ste plaats nu de hoogst genoteerde Nederlander op de wereldranglijst. „Bij de mannen is de urgentie hoog”, zegt Sialino.

De weg naar de top is nog lang voor Hageraats, die op zijn zevende voor het eerst tafeltenniste op een camping in Tsjechië. Gisteren speelde zijn club Scyedam uit Schiedam in de eerste bekerronde in Dordrecht. De setting: zes toeschouwers, tegenstanders met een buikje en een naar zuur zweet ruikende speelzaal. De Schiedamse eredivisieclub werd in een poule van vier ploegen uitgeschakeld. Hageraats kwam gisteren door een lichte blessure aan zijn rechterschouder niet in actie, maar was wel aanwezig in Dordrecht.

Hij is het grootste talent sinds Heister en Keen, zegt coach Luc Janssen, die sinds vijf jaar met hem werkt. „Hij is mentaal sterk, zeurt weinig, is slim, ziet het spel goed, kan zich terugvechten, weet zich te focussen en doet in wedstrijden op de belangrijke momenten de juiste dingen”, weet de coach. Wel moet Hageraats fysiek nog sterker worden, aldus Janssen. En hij maakt zich zorgen over de groeispurt van de 1 meter 82 lange Hageraats. „Ik zie hem iedere dag groeien. Daardoor gaat zijn coördinatie achteruit.”

Er schuilt een toekomstige publiekslieveling in de spraakzame en energieke Hageraats. Met flair beweegt hij zich door het clubgebouw van TTV Dordrecht. Maar: „Ik kan heel lastig en eigenwijs zijn”, zegt de in Purmerend woonachtige tafeltennisser. Zo werd de vwo-4-leerling op de LOOT-school (combinatie studie en topsport) in Hoorn een aantal keer stevig toegesproken wegens zijn gedrag in de klas. In een jaar tijd was hij vijftien keer het leslokaal uitgestuurd. „Ik ben nogal brutaal, het zijn geen heel erge dingen. De leraren een beetje voor de gek houden. Nu doe ik dat minder, dit jaar heb ik nog geen problemen gehad.” In wedstrijden vertoont Hageraats soms ook puberaal gedrag, zegt hij. „Dan verzet ik me tegen mijn coach en word ik opstandig.”

Volgens Janssen kan zijn pupil de top-50 van de wereld halen. Volgend jaar verhuist Hageraats vrijwel zeker naar nationaal sportcentrum Papendal, waar hij elke dag met de jeugdselectie kan trainen. Hageraats hoopt over twee jaar in de Duitse of Franse competitie te spelen, waar het niveau hoger ligt en meer geld te verdienen is. Hoe denkt de aanvallend ingestelde speler op termijn van de onverslaanbaar geachte Chinezen te winnen? „De top zal ik nooit verslaan, dat is zeker. Qua techniek kom ik tekort. Maar door het spel goed te lezen kan ik het ze lastig gaan maken.”