Maxime Verhagen valt altijd aan

Zelf zegt hij het niet, maar Maxime Verhagen is zonder twijfel de partijleider van het CDA. De manier waarop hij politiek bedrijft, is zijn kracht én zijn zwakte. Wie hem kent zegt: hij is erg bezig de plaats van het CDA in het politieke bestel te beschermen.

Illustratie Hajo
Illustratie Hajo

De rat, de ritselaar, de opportunist. Positief is het imago van Maxime Verhagen niet. Terecht, volgens de vele vijanden die de CDA’er in zijn 25-jarige politieke loopbaan heeft verzameld.

Maar dat negatieve imago is misplaatst, zeggen bevriende partijgenoten van Verhagen. Of eenzijdig, zeggen collega’ s. CDA’er Wim van de Camp, voormalig Tweede Kamerlid, nu Europarlementariër: „Hij heeft zijn verantwoordelijkheid genomen, Balkenende was weg, de partijvoorzitter opgestapt. Natuurlijk, je kan ook in een hoekje gaan zitten met een aardappelschilmesje, en jezelf verwonden. Dat deed Verhagen niet.”

Omstreden én ongekroond, dat is Maxime Verhagen. Zelf zal hij het niet zeggen, maar de 54-jarige katholieke Limburger is zonder twijfel de partijleider van het CDA. Ook vandaag, op het partijcongres in Den Haag, zal de partij weer over veel praten. Maar niet over het leiderschap.

Wat voor een leider is hij? „Vergeet niet dat er in vergaderingen enorm gewauweld wordt”, zegt Wim van de Camp. „Hij durft conclusies te trekken. Het zou voor de Nederlandse samenleving goed zijn als meer mensen zo waren. Velen laten zich eerst door drie of vier mensen indekken voordat ze iets zeggen. Hij is gewoon eerlijk, expliciet. En erg praktisch.”

Die „drang naar verantwoordelijkheid” ziet ook PvdA’er Jacques Tichelaar in de keuze voor regeringsdeelname van het CDA. „Verhagen weet net als ik dat je in de oppositie keihard werkt voor een heel klein beetje resultaat. Dat wilde hij niet weer. En daarin heeft hij gewoon gelijk. Nu kan hij veel meer bereiken.”

Tichelaar onderhandelde met Verhagen tijdens de formatie van het kabinet Balkenende IV. Hij zag toen van dichtbij hoe Verhagen aan het imago van onbetrouwbare ritselaar kwam. Ook volgens Tichelaar ten onrechte. Wat wel zo is: „Hij kan weglopen tijdens gesprekken, boos worden, maakt niet uit. Op zo’n moment denk je: oh jee, dadelijk loopt hij weg. Maar daarna heb je een afspraak. En dan kom je bij je achterban en vraag je je af: wat heb ik eigenlijk afgesproken? Dan blijkt toch dat je te ver bent gegaan. Dat je Maxime te veel zijn zin hebt gegeven. Maar is dat dan zijn schuld? Nee, dan moet je op de blaren zitten. Want aan wie ligt dat dan? Niet aan hem. En als je hem aankan, is het geen probleem.”

Volgens CDA-fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma krijgt Verhagen uitzonderlijk veel voor elkaar: „Maar Maxime gaat door zijn gedrevenheid soms te snel voor andere mensen. Je moet ze ook meenemen.”

De kracht van Verhagen is ook zijn zwakte. Hij heeft weinig geduld voor de wensen en aarzelingen van minder dominante karakters. Hij heeft een sterke behoefte om alles om hem heen te controleren. En hij houdt van doorzetten. De behoefte tegenstanders inhoudelijk te overtuigen, is niet sterk ontwikkeld. Hij is niet bekend om zijn meeslepende verhalen.

Verhagen, zegt ChristenUnie-leider André Rouvoet, kan ongelofelijk veel, maar is geen „bruggenbouwer” die met een inhoudelijk betoog probeert mensen samen te brengen. Rouvoet maakte Verhagen mee tijdens de formatieonderhandelingen van 2007 en zat vervolgens met hem in het kabinet. „Maxime is altijd bezig met de maximalisatie van het eigen perspectief. Dat is zijn goed recht. Hij is net als voormalig PvdA-fractievoorzitter Ad Melkert: rupsje-nooit-genoeg. Regelmatig probeerde hij voor één toezegging twee keer iets terug te krijgen.” Zijn onderhandelingsstrategieën? „Verbale intimidatie, een ongelofelijke dossierkennis en vasthoudendheid, soms tot in het onredelijke. Hij sprong regelmatig op van zijn stoel, beende op en neer, zei dat het zo niet langer kon. Allemaal gespeeld, natuurlijk. En dan zei hij: Oke, dan doen we het zo, en deed een voorstel waarin hij niks toegaf.” Maar als je een afspraak hebt, zegt Rouvout, dan kun je erop vertrouwen dat hij hem nakomt.

Sommige CDA’ers komen de verhalen over intimidatie bekend voor. Maar daarover praten ze alleen op basis van anonimiteit. Verhagen, zeggen zij, wil niet alleen van je winnen, maar er ook voor zorgen dat je het de volgende keer niet in je hoofd haalt hem nog eens tegen te spreken.

Wat drijft Verhagen? Volgens Rouvoet praat hij niet gemakkelijk over gevoelens. „Het is lastig te zien wat hem echt raakt.” Uiteindelijk wordt hij gedreven, denkt Rouvoet, „door de behoefte invloed uit te oefenen en zijn partij in positie te brengen”. Zonder ideologie is hij zeker niet. „Alles wat hij doet, komt vanuit het christen-democratische gedachtengoed. Maar hij kan daar wel met soepelheid mee omgaan, meer dan bijvoorbeeld zijn voorganger Balkenende.” Dat Verhagen nu samenwerkt met de PVV laat volgens Rouvoet zien dat hij „bereid is ver te gaan om invloed te verwerven”.

Verhagen heeft niet veel geschreven over zijn politieke principes. Zijn voorganger Jan Peter Balkenende had tientallen publicaties met ideologische verhalen op zijn naam staan. Navraag bij het wetenschappelijk instituut van het CDA over publicaties in het blad van die instelling levert twee internationaal georiënteerde artikelen van Verhagen op.

„Een theoreticus is Verhagen natuurlijk niet”, zegt Van Haersma Buma. „Maar hij heeft wel diep gevoelde ideeën over de inrichting van de maatschappij. Hij zoekt direct naar praktische toepassingen. Het heeft hem geraakt dat ook mensen binnen zijn partij hem als berekenend zien.” Samenwerking met de PVV was niet alleen gericht op het regelen van regeringsdeelname voor het CDA, zegt Van Haersma Buma: „Maxime heeft de overtuiging dat de samenleving er beter van wordt als PVV-stemmers het gevoel hebben dat ze meedoen.”

Hij is een echte christen-democraat, zegt Tichelaar. „Maxime wordt altijd op de rechtervleugel neergezet, maar daar moet je mee oppassen. Hij is wel degelijk sociaal. Alleen: hij is zo gedreven om alles voor zijn partij binnen te halen, dat die ideologische lading minder opvalt.”

Verhagen staat „inderdaad niet bekend om zijn ideologische verhandelingen”, zegt Wim van de Camp. „Wij werken nog volgens de oude katholieke sociale leer: werk voor je brood, let op je naasten, zorg dat de samenleving zo harmonieus mogelijk verloopt. Wij zijn minder van de openbare belijdenis: dat is een bestaande irritatie tussen de rooms-katholieken en bijvoorbeeld [de gereformeerde] Willem Aantjes.”

Verdedigen doet Verhagen nooit. Hij valt altijd aan. Dat bleek deze week ook weer in de Tweede Kamer. Daar moest Verhagen zich verweren tegen beschuldigingen dat hij zijn ambtenaren ten onrechte had ingezet om speeches te schrijven voor campagnebijeenkomsten. CDA-Kamerlid Ger Koopmans probeerde zijn minister te beschermen door omstandig uit te leggen dat hier sprake was van een groot grijs gebied, waar alle partijen zich wel eens in bevonden. Welnee, zei Verhagen. „Er is eigenlijk helemaal niet zo’n grijs gebied.” Om vervolgens gedetailleerd te vertellen wie welke zin in zijn tientallen toespraken had geschreven. Verhagen liet zien dat hij een bijna fotografisch geheugen heeft voor de duizenden woorden die hij bij de vorige campagne losliet op bijvoorbeeld vlees- en aardappelverwerkers. Voor zijn tegenstanders bleek al snel: deze tekstexegese zouden ze verliezen.

Van de Camp: „Maxime is gedreven tot op het fanatieke af. Die gedrevenheid voor de publieke zaak heeft denk ik met zijn ouders te maken. Zijn opa en zijn vader waren actief voor de KVP. Bij Maxime denk ik aan gedrevenheid, de publieke zaak en een ouderwetse man. Bij hem krijg je nooit de indruk dat hij rekening houdt met zijn eigen belang, met een bestuursfunctie bij een groot bedrijf.” Van Haersma Buma: „Hij is heel erg bezig om de plaats van het CDA in het politieke bestel te beschermen.” Met alle psychische druk en rug- en nekklachten die daarvan het gevolg zijn.

Want het is niet zo dat alles wat er om hem heen gebeurt Verhagen helemaal koud laat. Volgens mensen om hem heen voelt hij zich de laatste maanden enorm miskend binnen zijn partij. Hij heeft toch na een halvering van het CDA geregeld dat de partij kon deelnemen aan het kabinet én zes ministers kreeg, net zoveel als de VVD die de verkiezingen won? En dan al die kritiek over je heen krijgen. Typerend is het moment dat hij in het Hilton hotel in Den Haag, tijdens het zoveelste crisisoverleg van de fractie, in huilen uitbarstte. Hij was uitgeput, verdrietig van alle kritiek. Zo hoefde het van hem niet meer. Oprechte wanhoop over zoveel onbegrip? Of toneelspel?

Verhagen geeft alles voor de partij, zeggen voorstanders. Dat klopt, zeggen tegenstanders, die daaraan toevoegen dat hij zijn eigen belang daarbij nooit uit het oog verliest. Het voorbeeld is, ook voor hen, de kabinetsdeelname. Het CDA doet, ondanks een afstraffing van de kiezer, toch weer mee aan het landsbestuur. Met dank aan hoofdonderhandelaar Verhagen, die vervolgens terecht kwam op het nieuwe megaministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Voor de man die nooit iets anders heeft gedaan dan namens het CDA politiek bedrijven, doet het pijn dat de partij niet onverdeeld achter hem staat. De afgelopen maanden weigerde Verhagen te zeggen of hij zichzelf als partijleider ziet, of niet. Dat is volgens hem iets wat alleen journalisten belangrijk vinden. Begin maart zei hij het nog maar eens: „Mensen zitten niet te wachten op een etiket, maar op concrete maatregelen.”