Ik ben blij dat de mijn portefeuille islam niet is

Lilian Helder stond op de derde plek van de PVV-lijst voor de Tweede Kamer. Direct na fractieleider Wilders en zijn plaatsvervanger Fleur Agema. Sinds vorige week staat ze op internet bekend als ‘PVV-miep’ die niks snapt van statistiek. ‘Daar heb ik van geleerd.’

Toen ik op mijn vorige kantoor vertelde dat ik op de PVV had gestemd, brak de pleuris uit.” Dagenlang werd ze zowat genegeerd door haar collega’s, zegt Lilian Helder. „Terwijl ze niet eens de moeite hadden genomen het verkiezingsprogramma door te lezen. ‘Van zo’n partij hoef ik dat niet te lezen’, zeiden ze. Bij zo’n arrogante houding gaat er bij mij een knop om. Ik dacht: als het zo erg is, dan zet ik door.”

Inmiddels zit ze ruim negen maanden voor de PVV in de Tweede Kamer, waar ze de voor haar partij zo belangrijke justitieportefeuille beheert. De advocate uit Venlo kwam vorig jaar vanuit het niets op de derde plek van de kandidatenlijst, direct na partijleider Geert Wilders en vicefractievoorzitter Fleur Agema. Ook tot haar eigen verbazing. „Ik wist wel dat ik het goed deed in het klasje, maar dit… Toen ik werd gebeld, liet ik bijna de telefoon uit m’n handen vallen. ’s Nachts deed ik geen oog dicht. Ik kon alleen maar aan de vergaderzaal van de Tweede Kamer denken. Ik had van tevoren naar die taartpunt zitten kijken, me afgevraagd waar ik zou komen te zitten. En ineens zat ik op de tweede rij, pal achter Geert.”

Lilian Helder (1973) is een tengere vrouw met een spits gezicht en een serieuze blik. Onberispelijk gekleed: blouse, colbertje, strakke broek, hooggehakte laarzen tot boven de knie. Tijdens debatten in de Kamer verlaagt ze opzettelijk haar stem – „dat vind ik mooier, anders ben je zo’n hijgend hert” – en hamert ze monotoon op haar belangrijkste thema’s: het drastisch wijzigen van het tbs-stelsel, invoering van minimumstraffen, een einde aan de benoeming voor het leven van rechters. Als ze wordt aangevallen – en dat gebeurt nogal eens – spreekt ze over zichzelf in de derde persoon: „Daar gaat mevrouw Helder zeker antwoord op geven.”

Sinds vorige week circuleert op internet een filmpje van haar met de titel: ‘PVV-miep snapt statistiek niet.’ Daarin legt ze omslachtig uit waarom ze weinig waarde hecht aan een onderzoek naar het verschil in recidive na een taak- of celstraf. „Persoon A is niet persoon B.” Wie een boodschap te simpel wil maken, komt al snel zélf simpel over, ontdekte Helder. „Daar heb ik van geleerd.”

Als collega-Kamerleden aan het woord zijn, pent ze driftig mee. De vele memoblaadjes tussen haar stukken verraden hoe secuur ze zich voorbereidt. Tijdens juridisch ingewikkelde debatten ligt een wetboek voor haar op tafel. Zelden zie je haar spontaan lachen, hoogstens verschijnt zo nu en dan een gereserveerd glimlachje op haar gezicht.

Maar buiten debatten is het ingetogen Kamerlid een volslagen ander mens. In soms urenlange gesprekken op haar werkkamer toont ze zich een goedlachse flapuit die aan een stuk door ratelt. Over haar passie voor paarden en honden, over haar tijd als advocate en over het Wildersproces waar ze, ditmaal zonder toga, pal achter haar partijleider zit.

Waarom zit u eigenlijk beneden in de zaal en niet, net als uw fractiegenoten, op de tribune?

„Omdat ik advocaat ben geweest.”

U wilt er graag bovenop zitten?

„De eerste dag van het proces zat ik op de publieke tribune. Maar er gebeurde van alles in die zaal... Zoals met die rechter. Als een idioot zat ik te sms’en met de beleidsmedewerker van Geert. Dat schoot niet op. Ik wilde liever beneden zitten, dat overlegt makkelijker. Geert wilde ook graag dat ik achter hem kwam zitten, dus hij heeft dat aan advocaat Bram Moszkowicz doorgegeven en die vond het prima. Maar het voelt wel raar. Deze zaak hoort niet voor de rechter. Alle kosten, de tijd en energie die er in worden gestoken. Jeetje, zijn we zo laag gezonken? Dan ben ik blij dat ik me bij de PVV heb aangesloten.”

Ook wel eens spijt?

„Tja, soms is het even wat minder leuk. Zoals in die periode dat allerlei PVV’ers in opspraak kwamen. Op dat moment was ik echt teleurgesteld in sommige collega’s. Iedereen werkt zich een slag in de rondte, je krijgt prachtige carrièrekansen. En dan houd jij je mond over een veroordeling? Denk je alleen aan jezelf? Gatverdamme! Het kostte me moeite om ze collega’s te noemen.”

Waarom bent u eigenlijk de politiek ingegaan?

„Ik vond dat het anders moest. Ik stoorde me aan politici die veel praten en niks zeggen. Als advocate ging ik eens naar een debat in de Tweede Kamer. Zat ik met mijn kladblokje op de tribune te turven hoe vaak er ‘ja’ en ‘nee’ gezegd werd. Nou, niet één keer. Van debatten met Hirsch Ballin [de voormalige CDA-minister van Justitie, red.] kreeg ik jeuk en rode vlekken. Hij geeft gewoon geen antwoord.”

Even is ze stil. Dan, stellig: „Hirsch Ballin vind ik nou echt zo’n regent voor wie ik de politiek in ben gegaan. Donner is ook zo’n weet-je-wel-wie-ik-bentype. Daar heb ik een hekel aan. Geert spreekt tenminste klare taal. De VVD ook, maar de PVV komt meer op voor de gewone man, die door de elite als ‘volks’ wordt weggezet.”

Het belangrijkste agendapunt van de PVV is het tegengaan van de ‘islamisering’ van Nederland. Is dat ook uw doel?

„Het islamstandpunt was voor mij geen reden om me aan te sluiten bij de PVV. Ik wist dat de islam voor problemen zorgde, Frits Bolkestein en Pim Fortuyn hadden mijn interesse op dat punt gewekt. Maar ik heb het geluk dat ik in een goede wijk ben grootgebracht en ik er privé weinig last van had. Kijk, als advocaat zag ik vaker een Mohammed dan een Kees in de rechtszaal. En ook toen ik, van mijn 15ste tot mijn 22ste, in de weekenden bij McDonald’s werkte, zag ik dat het in de regel Turken en Marokkanen waren die voor overlast zorgden. Opstootjes, scheldpartijen, drugsoverlast. Altijd de rietjes in de bakjes bij de kassa jatten. En als mijn vader mij kwam ophalen, kon hij beter niet te lang voor de deur blijven wachten, dan riskeerde hij een deuk in zijn auto. Maar dat is niet de reden voor mijn keuze voor de PVV.”

Even checken: u onderschrijft wel het islamstandpunt van Wilders?

„Met de lijn die Geert heeft uitgezet, ben ik het helemaal eens. Met zijn teksten ook. Maar ik ben blij dat ik ze niet hoef uit te spreken. Ik ben blij dat de islam mijn portefeuille niet is. Ik vind dat je zo’n verhaal uit je persoonlijke beleving moet kunnen onderbouwen en dat kan ik niet. Maar ik heb niks ontdekt waarvan ik dacht: dat is te kras.”

Toch klinkt het vreemd als u zegt blij te zijn dat u de islamteksten niet hoeft uit te spreken.

„Dat zijn teksten voor Geert. Om je op dit onderwerp te profileren moet je er vierkant achter staan. Daar moet je echt gevoel bij hebben. Ik zou dan liever woordvoerder zijn op het gebied van, bijvoorbeeld, paarden. Dat komt vanuit mijn diepste beleving.”

Lilian Helder groeide op in Venlo, als enig kind in een katholiek gezin. Haar moeder was huisvrouw, haar vader werkte bij de Provinciale Limburgse Elektriciteits-Maatschappij, de voorloper van Essent. Voor wat extra inkomsten plukte hij ’s ochtends voor hij naar kantoor ging tomaten bij de boer. „Ik ben nooit iets tekortgekomen, maar ik wist waar het geld vandaan kwam. Ons pap werkte hard en ons mam was zuinig.”

Van kinds af aan had Helder maar één wens: paardrijden. Op haar vijfde namen haar ouders haar mee naar de manege om haar aan te melden voor rijlessen. „Maar ik was zó klein dat ze zeiden: kom maar terug als ze wat groter is. Ik was ontroostbaar. Twee jaar later was ik nog zo’n iel meiske, maar daar zat ik, op de grootste pony die er op de manege rondliep. In mijn rijlaarzen zes paar kousen, mijn cap opgevuld met kranten.” Ze giert het uit: „Geen gezicht natuurlijk.”

Op haar 23ste had ze genoeg gespaard voor een eigen paard, Maara. Toen het dier anderhalf jaar later werd afgekeurd, kocht Helder een springpaard. „Maar die gaf kopstoten terwijl ik op hem zat. Tok, dan vloog dat hoofd naar achter. Zat ik weer bij de eerste hulp. Neus de verkeerde kant op, lip gescheurd.”

Later ging Helder dressuurwedstrijden rijden met het paard van een bevriend echtpaar. „Ik reed op doordeweekse avonden van zeven tot tien uur. Zaterdags was ik de hele dag bezig. Rijden, poetsen en vlechtjes maken. En op zondag de concoursen.”

Op haar dertigste liet Helder de paardenwereld achter zich. Een rigoureus besluit, na een verschil van mening met de eigenaren van het paard waarop ze reed. Ze besefte dat ze over de rand was gegaan. „Ik was meer met mijn hoofd bij de paarden dan bij de advocatuur.”

Tien jaar werkte Helder bij advocatenkantoren in Venray, Venlo, Deurne en Eindhoven. Ze hield zich bezig met letselschadezaken, personen- en familierecht, bestuursrecht en een enkele keer met strafrecht. „Echtscheidingen vond ik verschrikkelijk. Die toestanden voor de rechter: ‘Ja maar jíj lag met een ander te krikken.’ Je zit bij de rechter, dacht ik dan, niet bij de psychiater.”

Een van haar bekendste zaken was die van imam Kariman. Volgens Wilders moest de imam van de Anwar-e-Medina-moskee in Eindhoven direct het land worden uitgezet. Als advocate van het Eindhovense kantoor Houben & Van Dijck stond Helder twee van zijn volgelingen bij. Ze had net haar eerste PVV-klasje achter de rug toen de zaak binnenkwam, vertelt ze. „Die blonde vriend van jou heeft er Kamervragen over gesteld”, zeiden mijn collega’s. Later heb ik Geert ge-sms’t, dat ik die zaak deed. ‘Veel succes’, stuurde hij terug.”

De imam en vier volgelingen was een moskeeverbod opgelegd. „Dat sloeg nergens op. Dit waren keurige moslims. Die imam keek zelfs naar Ik hou van Holland. Mijn cliënten betaalden netjes hun rekeningen, spraken bijzonder goed Nederlands en hadden een baan. Ik moet wel zeggen dat het Surinaamse moslims waren, die zijn heel anders. De bestuursleden van die moskee, die dat verbod hadden opgelegd, spraken geen woord Nederlands. Daar heb ik me zo aan gestoord. Zij vonden dat onze cliënten maar naar een andere moskee moesten gaan. Ik heb meteen bezwaar gemaakt. Daar werd Arabisch gesproken, maar Surinaamse moslims spreken dat niet. In zo’n geval moet je óók aan de vrijheid van godsdienst denken. Die rechter had er geen verstand van. Hij meende politiek correct te moeten doen, maar hij pakte nou net de verkeerde lui.”

U verdedigt de zaak met verve.

„Ik zou hem zo weer doen. Ik ben niet voor het multiculturele ideaal, maar ik vind het wel mooi dat we in Nederland een rechtsstaat hebben waarin mensen hun godsdienst in vrijheid kunnen beleven. Moslims hoeven niet per se tulpen in de woonkamer te hebben staan, op klompen te lopen en kaas te eten. Zolang ze geen aparte positie opeisen, hebben moslims van de PVV niets te vrezen.

„Ik ben niet zo van moskeeën. Van mij hoeven er niet meer bij. Ik vind het fantastisch dat moslims die als gastarbeider zijn gekomen en volledig geïntegreerd zijn, hier een shoarmatent beginnen. Maar we moeten grenzen stellen. Geen gescheiden zwemlessen. In Nederland zijn mannen en vrouwen gelijkwaardig. Als iemand daar anders over denkt, heeft-ie hier niks te zoeken. Moslims zijn welkom, zolang we op straat geen last van ze hebben.”

Collega’s roemen Helders werkdrift. Ze werkt, gemiddeld, meer dan zestig uur per week. Op maandagochtend rijdt ze, muziekje aan, naar Den Haag. Op Kamerdagen – dinsdag, woensdag, donderdag – zit ze om acht uur ’s ochtends op haar werkkamer. Avondeten nuttigt ze in het Kamerrestaurant, tegen tien uur gaat ze naar haar appartement. En op donderdagavond na de stemmingen rijdt ze terug naar Venlo, waar ze op de koffie gaat bij haar ouders en stukken leest voor de volgende week.

In het leven van Helder ontbreken een man en kinderen. Alhoewel, ontbreken is niet het juiste woord. De politica heeft geen kinderwens en is evenmin op zoek naar een partner. „Ik kan goed op mezelf zijn. Anders had ik hier niet gezeten. Ik heb wel serieuze relaties gehad, hoor.”

Haar vrouwelijke charmes, zegt ze lachend kan ze in Den Haag goed gebruiken. „Dan krijg je meer gedaan. Zoals bij Fred Teeven.” Helder kan het überhaupt beter met mannen vinden dan met vrouwen, zegt ze ongevraagd. „Mannen zijn direct en recht voor hun raap. Ik ben gewoon geen vrouwvrouw. Ik ga recht op mijn doel af. Niet zeuren. Huppakee.”

Wat wilt u bereikt hebben als u de Tweede Kamer verlaat?

„Dat weet ik niet, ik zit er net! Ik heb mezelf voor hierna geen doel gesteld. Ik wil dat de PVV nog groter wordt. Nog meer invloed krijgt. En dat ons programma op het terrein van veiligheid zo veel mogelijk wordt verwezenlijkt. Verder kijk ik nu niet.”

In debatten vindt u Ivo Opstelten en Fred Teeven tegenover u. Twee liberalen op Veiligheid en Justitie, is dat lastig voor een PVV’er?

„Ik vind het juist een uitdaging om over Ivo en Fred heen te gaan. Zij moeten natuurlijk steeds rekening houden met hun fractie. De PVV is van law and order, ik hoef nooit te vragen of iets te hard is. Ik kan Ivo en Fred dus altijd rechts inhalen en zal dat ook zeker doen. Het is mijn rol de verschillen tussen de PVV en de VVD te benadrukken, zeker omdat zij ook harde taal gebruiken. Ik kijk wat Fred heeft gezegd – of liever: wat hij niet heeft gezegd – en ga dan net iets verder.”

„Soms gaat Fred met mijn voorstellen aan de haal. Laatst, met levenslang toezicht op uitbehandelde pedoseksuelen. Mijn idee, maar dat zet Teeven natuurlijk niet in zijn brief. Politiek is hij heel handig.”

Had u liever dat de PVV in het kabinet was gestapt in plaats van de VVD-CDA-coalitie te gedogen?

„Ik had het Geert wel gegund om vicepremier te worden. Maar praktisch is dit de beste oplossing. We zijn met vijftien nieuwe Kamerleden en hebben alle hulp nodig. We kunnen Geert nog niet missen in de Kamer.”

Als er morgen nieuwe verkiezingen zijn, wilt u dan de Kamer weer in?

„Daar zou ik oprecht over na moeten denken, hoe leuk ik het hier ook vind. In de advocatuur had ik mijn eigen dossiers, mijn eigen verantwoordelijkheid. Als iets misging, was het alleen en volledig mijn schuld. Hier ben ik onderdeel van de PVV. Wat met collega’s Lucassen, Van Bemmel en Sharpe gebeurde, dat raakte mij ook.

„Ik zou nooit tussentijds vertrekken. Maar als er verkiezingen zijn en iemand biedt me een baan aan bij een groot advocatenkantoor, waar ik strafrecht kan doen, ga ik diep nadenken. Ik heb geen doel waar ik over tien jaar wil zijn. Ik wil het nu leuk hebben. En als ik iets anders zou gaan doen, dan wil ik wel hogerop. Ik ben nu eenmaal een perfectionist.”