Generatie waxjas

Onder twintigers is een nieuwe stroming te ontwaren. Ze dragen klassieke kleding, eten geen vlees, maar willen wel jagen. In de snelle virtuele wereld zijn zij op zoek naar rust. ‘We zijn moe van mode.’

Clarence Tan (23), groeide op in Haarlem en studeert Arabisch in Londen. Hij kleedt zich sinds jaar en dag als een Britse landjonker en jaagt regelmatig, in een zijn Barbour Beaufort. “Ik verbaas me over mensen die een waxcoat dragen en parfum. Het is geen modeattribuut!” Foto: Peter de Krom
Clarence Tan (23), groeide op in Haarlem en studeert Arabisch in Londen. Hij kleedt zich sinds jaar en dag als een Britse landjonker en jaagt regelmatig, in een zijn Barbour Beaufort. “Ik verbaas me over mensen die een waxcoat dragen en parfum. Het is geen modeattribuut!” Foto: Peter de Krom

peens zie je ze overal. Kletsend bij openingen in galeries. Verzameld in cafés waar gezelschapsspelletjes op tafel staan en laptops worden geweigerd. Paraderend door de gangen van de kunstacademie. Struinend tussen tweedehands kleding. Turend naar zeldzame buitenlandse tijdschriften onder de pui van de boekwinkel. Elkaar keurend in koffiehuizen die geen deel van een keten mogen zijn. Ze zijn in de twintig, artistiek georiënteerd, wonen in de grote steden en haten met z’n allen de hokjesgeest. Ze dragen klassieke kleding, dwepen met analoge fotografie, willen de precieze herkomst weten van hun eten en houden meer van mat dan van glanzend papier. Ze keken boekverfilmingen voor hun literatuurlijst, maar lopen nu met Penguin-pockets onder hun arm, als accessoire. Jongens herken je aan hun jarenvijftigkapsels: opgeknipt in de nek, kort opzij en lang boven, netjes gekamd. Meisjes laten hun haar juist met rust. Hun stijl is uniseks, van Casio-horloge tot penny loafers.

Onder twintigers is een nieuwe stroming te ontwaren. Bij jonge kunstenaars, academici en andere smaakmakers gaan openlijke ambitie hand in hand met een hang naar betekenis en kwaliteit van vroeger. Ze worden volwassen aan het begin van de jaren tien, in het besef dat ze het voor het eerst in lange tijd als generatie niet per definitie beter zullen krijgen dan hun ouders. Tenzij, zo weten ze, ze hun toekomst zelf vormgeven. Ze zitten in een tussenfase, een worsteling met de verwachtingen uit hun zorgeloze jeugd in de jaren negentig en de verantwoordelijkheid verlangd door het volwassen leven, in een wereld waar alles blijkt te kunnen kantelen. In de verstarde arbeidsmarkt voor starters accepteren ze werk onder hun niveau, maar toch geloven ze het te kunnen maken voor ze dertig zijn.

Het opvallendste attribuut waaraan je ze kunt herkennen ruikt naar ijzer en regen. Van aard conservatief, a-modieus en ontworpen voor het landleven. Je verwacht het niet bij progressieve modebewuste stedelingen: waxjassen. Toch lopen ze ermee weg. Het zijn dezelfde jongens en meisjes die zich kortgeleden nog hulden in glimmende leggings of tweedehands trainingsjasjes in vloekende kleuren, en die hun ennui met extravagant uitgaan te lijf gingen. Op de middelbare school verafschuwden ze kakkers, nu tooien ze zich onbeschaamd met de attributen van de arrivé. Maar ze stemmen beslist niet op de VVD, ook al dragen ze nu bootschoenen en ribbroeken.

Wat zijn hun drijfveren? Is er verwantschap te vinden in hun denken? Een rondgang langs jonge dragers van waxcoats.

Op de pont naar Amsterdam-Noord staat Piet Langeveld (23), studente aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Haar donkergroene waxjas houdt het opspattende water tegen, haar blonde haar striemt langs haar gezicht. Ze heeft glitter op haar wangen en onder beide ogen een zwarte stip. Ze wordt vergezeld door Jasper (22) die met één handschoen van konijnenbont het stuur van zijn fiets vasthoudt. Een nieuw gevoel van optimisme en nostalgie? Daar herkennen ze zich allebei in. Ze maken de oversteek naar de NDSM-werf voor de IJhallen, een gigantische vlooienmarkt waar jonge Amsterdammers op vintage jagen, gekleed om gezien te worden. We praten over biologisch eten, de herwaardering van de jacht en mooie oude spullen. „Na een periode waarin we geld verbrasten, is er een nieuwe behoefte aan tijdloosheid”, zegt Langeveld. „Het is voelbaar dat er iets verandert. Ik merk het bij iedereen om me heen op de kunstacademie.” Dit gevoel uit zich behalve in haar waxcoat ook in een hervonden liefde voor opschrijfboekjes en mooi schrijfgerei. „De snelheid van de virtuele wereld en het verlangen naar rust en simpelheid horen bij elkaar. Onze immateriële wereld is zo groot geworden. Mijn computer is een ontastbaar verlengstuk van mijn hoofd. Daarom heb ik behoefte aan iets fysieks. We grijpen terug naar oude materiële dingen om in balans te blijven.”

Openingsborrel

Op een openingsborrel in een Amsterdamse galerie staat Jude Crilly. Ze draagt een olijfgroene waxjas en een paar klassieke schoenen onder haar smalle opgerolde broekspijpen. De 27-jarige Engelse studeerde grafisch ontwerpen aan de Rietveld Academie en woont en werkt in Amsterdam. Haar waxcoat associeert ze met oud geld en landleven. „Daar had ik vroeger niets mee. Maar nu heb ik nostalgische gevoelens bij een manier van leven die aan het verdwijnen is.” Ze erkent het paradoxale aan het dragen ervan als artistiek stadsmens. „Op de Rietveld is de gangbare look een variatie op de standaard hipsterstijl van American Apparel.” Zo’n gedragen waxjas voegt daar volgens haar betekenis aan toe. „We dragen alles op een ironische manier.” Dat kan naar haar smaak ook doorschieten. Sommige kunststudenten meten zich een studieus uiterlijk aan, met baarden en zware brilmonturen, als redacteuren uit een ander tijdperk. „Ze hebben een fetisj voor mooi vormgegeven boeken, maar lezen nooit!”

Voor Daan Vermeulen (25), coördinator bij documentairefestival IDFA, is het dragen van zijn tweedehands Barbour – de originele waxcoat – juist geen ironisch stijlstatement. „Die ironie, die in wezen negatief is, wordt ingehaald door oprechtheid.” „Doordat je ontevreden bent over het heden, grijp je terug naar vroeger, maar niet om het belachelijk te maken. Je geeft er een eigen betekenis aan.” Voor dit sentiment bestaat ook een woord, zegt hij. Metamodernisme. Hij wordt geïnspireerd door het blog metamodernism.com.

In een Rotterdams koffiehuis zitten de bedenkers. Timotheus Vermeulen (27) en Robin van den Akker (28) schreven samen het essay ‘Notes on metamodernism’ waarin ze de opkomst van een nieuwe sensitiviteit waarnemen in kunst, film, muziek en levenshouding. Vermeulen draagt een houtje-touwtjejas en een hoornen bril die niet zou misstaan bij een gepensioneerde arts. Toevallig bezit hij ook een waxjas. Hij doceert kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Van den Akker geeft les in cultuurfilosofie aan de Erasmus Universiteit. Ze omschrijven metamodernisme als een modern verlangen naar waarachtigheid, betekenis en richting vermengd met postmoderne scepsis over het vervullen hiervan. „Deze generatie durft weer stelling te nemen”, zegt Van den Akker. „De strategieën van de generatie voor ons zijn uitgeput.”

Twintigers groeiden op met onrust in de wereld en met weelde thuis. Waren ooggetuige van economische en politieke schokken, maar werden nog nooit lijfelijk getroffen. Tot nu. Studeren moet korter. Alle suddertijd wordt afgepakt. Het vinden van de baan waar ze op rekenden is verre van vanzelfsprekend. Iedereen heeft werkloze hoogopgeleide vrienden. Ze werden groot met de gedachte dat alles kon, maar ontmoeten nu een grimmiger werkelijkheid. Ze kunnen het zich niet meer veroorloven verveeld te zijn. „Engagement is terug”, zegt Van den Akker. „Want de keuzes die nu gemaakt worden gaan dertig jaar doorwerken. Nu we ons moeten gaan verhouden tot de kantelende verhoudingen in de wereld hebben we aan ironie niet genoeg.” Er is weer reden om te demonstreren. Zelfs uitgaan is niet meer achteloos. Zo is er een organisatie (Strawberry Earth) die clubeigenaren aantrekkelijk jong publiek bezorgt op een cocktailavond als ze van de opbrengst hun club duurzaam maken.

Anti-autoritair is deze stroming niet. IDFA-coördinator Vermeulen ziet deze tijd als de tegenpool van de jaren vijftig, behalve dan de haarmode voor mannen. Waar zou je je tegen willen verzetten? „Misschien tegen dit kabinet. Maar niet tegen je ouders, dat is niet van deze tijd.” Kunststudent Langeveld heeft het zelfs over „een pro-beweging”. Ze studeerde in IJsland toen daar de crisis toesloeg. Uit de resten van de decadentie zag ze creatieve initiatieven tot bloei komen. „Dat bevestigde mijn optimisme.” Ze zit vol plannen. Een atelier regelen, een collectief opzetten, weer naar het buitenland. Op televisie volgde ze een serie over leiderschap in de 21ste eeuw.

Tegenstrijdigheid zit de waxcoatgenaratie ingebakken. Vegetariër zijn maar eens willen jagen. Demonstreren op brogues. Ontwikkelingswerk doen met een vakantie in hetzelfde land eraan vast. Hunkerend naar oprechtheid, werken aan je imago. In een bontmantel actief zijn voor de SP. „Het postmoderne relativisme waarmee we opgegroeid zijn sijpelt nog door”, stellen de bedenkers van het metamodernisme. „Dat leidt tot pragmatisch idealisme. Balanceren, in plaats van blind fanatisme.” De geboren individualisten uit deze generatie willen aarden, maar laten zich niet leiden door een radicaal gemeenschappelijk ideaal. Stijl is een uitweg om toch vorm te geven aan hun gevoel. Ze uiten zich met attributen van tijdloze kwaliteit, een voorschot op hun volwassenheid, in het besef dat ze altijd en overal sollicitant zijn.

Ebele Wybenga (23) is schrijver en jurist. Hij kocht zijn eigen waxjas op de veilingsite eBay.