We zeggen het nog heel vaak: wil je met me trouwen?

Vanochtend zijn ze getrouwd, in Amsterdam: Jan van Breda en Thijs Timmermans om elf uur, Kim Lammers en Sanne Dufrenne om kwart voor twaalf. Burgemeester Eberhard van der Laan verrichtte de plechtigheid. Hiermee werd gevierd dat vandaag tien jaar

geleden het eerste homohuwelijk ter wereld gesloten werd. „Truttig”, zeggen de mannen. „Maar wel praktisch.” De vrouwen: „Iedereen zegt dat het geaccepteerd is. Was het maar waar.”

Tekst Jannetje Koelewijn Foto’s Roger Cremers

Nederland, Amsterdam, 01-04-2011 Kim Lammers (de blonde) en Sanne Dufrenne bij kapper 'van Marco' maken zich klaar om te trouwrn vandaag PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS
Nederland, Amsterdam, 01-04-2011 Kim Lammers (de blonde) en Sanne Dufrenne bij kapper 'van Marco' maken zich klaar om te trouwrn vandaag PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2011

Donderdagmiddag twaalf uur, drieëntwintig uur voordat Kim Lammers (29) en Sanne Dufrenne (33) met elkaar zullen trouwen. Ze zitten in restaurant De Jaren in de Doelenstraat, Amsterdam, en eten een groot stuk warme appeltaart met slagroom. De datum van 1 april stond al vast, zeggen ze. Hun huwelijk zou om vier uur gesloten worden in Stadsdeelkantoor Zuid. Ze waren van plan om het klein en intiem te houden. Toen kregen ze een telefoontje van de gemeente. Wisten ze wat er op 1 april gevierd werd? Als ze wilden, konden ze ook door burgemeester Eberhard van der Laan getrouwd konden worden.

Leuk!

Maar dit was waarom ze ‘ja’ zeiden: dat iedereen wel zégt dat het geaccepteerd is, twee mannen of twee vrouwen die met elkaar trouwen. En dat het niet waar is. In Amsterdam misschien, een déél van Amsterdam. Maar in de rest van de wereld? Kim Lammers (hockey-international en lid van de Nederlandse vrouwenploeg) en Sanne Dufrenne (ict-projectmanager) willen met hun huwelijk op de dag van ‘tien jaar roze huwelijk’, zoals de gemeente Amsterdam het noemt, ook iets uitdragen.

Loshangend, lang haar en boyfriendjeans,baggy bij de heupen, nauw bij de enkels. Ze lijken op elkaar. Mooi, stoer, meisjeachtig. Ze kijken elkaar verliefd in de ogen. Morgen is het drie jaar geleden dat ze iets met elkaar kregen.

Sanne: „Ik weet nog welke gympen Kim aan had toen ik haar voor het eerst ontmoette. Dat was in 2003. We hadden tegen elkaar gehockeyd. Maar onze levens waren nog zo verschillend dat we niet veel aandacht aan elkaar besteedden. Een paar jaar later zaten we met vriendinnetjes te eten. Ik zag haar zitten en ik kon alleen maar denken: ik wil bij haar zijn.”

Kim: „Die gympen heb ik nog steeds.”

Sanne: „Die mag je nooit wegdoen.”

Kim: „Ik had precies hetzelfde, die keer dat we zaten te eten. Wat is ze lief. Wat is ze leuk.”

Sanne: „We konden het gewoon niet negeren.”

Kim: „En ik zat niet eens in de gemakkelijkste periode van mijn leven, want ik had net mijn kniebanden gescheurd. Ik zou niet geselecteerd worden voor de Champions Trophy en dus ook niet voor de Olympische Spelen.”

Sanne: „Daardoor werd het gevoel dat ik bij haar wilde zijn alleen maar sterker.”

Kim: „En toen, sneller dan we eigenlijk wilden… We waren meteen zo gek op elkaar. Het was zo heftig. We hebben een jaar op een roze wolk gezeten.”

Sanne: „Nog steeds. We zitten nog steeds op een roze wolk. Het is zo fijn om bij elkaar te zijn. Als ik Kim een dag niet zie, voelt het alsof er een arm of een been is geamputeerd.”

Kim: „Een jaar later was ik in Nottingham voor de Champions Trophy 2010, het was bloedheet en ik sliep met een teamgenoot op een kamer waar het minstens tachtig graden was. Toen dacht ik: ik wil met Sanne trouwen. Ik ga vragen of ze met me wil trouwen. Eerst wilde ik het doen in ons huisje in Egmond aan Zee. Stond er een noordwester met windkracht acht. De volgende keer kwam mijn moeder opeens langs. De keer daarop dacht ik: ik haal een fles champagne. Was ik mijn portemonnee vergeten. Toen vroeg Sanne: wil je me soms iets vragen?”

Sanne: „We doen dat nog heel vaak over. Wil je met me trouwen?”

Kim: „Bleek dat Sanne een weekend New York voor mijn verjaardag had geregeld en dat zij me daar had willen vragen.”

Sanne laat haar nagels zien: rond gevijld en blank gelakt. Ze is gisteren al bij de manicure geweest. Kim gaat zometeen. Vrijdagochtend half negen: samen naar de kapper. Wassen en föhnen, maar niet opsteken. Ze willen zijn zoals ze zijn. Twee jurken, de een groen, de ander bleekroze. Het zusje van Kim komt helpen met aankleden en met de accessoires.

Sanne, opeens een beetje boos: „Mensen vragen of we een pak aantrekken. Of een tuinbroek. Dat idee leeft nog steeds, dat vrouwen die op vrouwen vallen een tuinbroek dragen.”

Kim: „Ze vragen wie het jongetje is en wie het meisje.”

Sanne: „Ze kijken je meelevend aan als ze horen dat je met een vrouw bent.”

Kim: „Dat bedoelen we als we zeggen dat het nog lang niet geaccepteerd is.”

Sanne: „Je hoort jonge mensen op de televisie zeggen dat je gewoon niet moet toegeven als je als meisje op een meisje valt of als jongen op een jongen. Dat je gewoon moet doen alsof het niet zo is. Waarom?”

Kim: „Wat heeft een ander er nou voor last van dat wij samen zijn?”

Sanne: „We nemen niet elkaars namen aan, want je zult maar voor de poort van Amerika staan en ze kijken in je paspoort. Sanne Lammers-Dufrenne? Wie is dan wel die Lammers? En dan is Amerika nog een beschaafd land.”

Kim: „Maar dat is niet de hoofdreden hoor. Ik zou sowieso geen andere naam aannemen.” Ze kijkt naar Sanne en lacht. „Al vind ik Dufrenne wel erg mooi.”

Dan pakt ze haar helm – ze is op de scooter gekomen – en rent weg. Na de manicure gaat ze nog trainen, in Laren. Hopelijk, zegt ze, krijgt ze geen bal op haar hoofd.

Sanne: „Hou op. Zeg het niet.” Zij gaat de cd met muziek naar het Amsterdam Museum brengen. Bruno Mars.

It's a beautiful night,

We're looking for something dumb to do.

Hey baby,

I think I wanna marry you.