'Vrijwillig' met vlaggen zwaaien

Achter de marsen voor de Syrische president schuilt het verzet van de gewone Syriërs.

Sjeik Abdou is de repressie beu: „Hoe kan een regering schieten op eigen burgers.”

A Syrian man waves the national flag while holding a picture of Syria's President Bashar al-Assad during a pro-government rally at the central bank square in Damascus March 29, 2011. Assad accepted his government's resignation on Tuesday after nearly two weeks of pro-democracy unrest that has posed the gravest challenge to his 11-year rule. REUTERS/Wael Hmedan (SYRIA - Tags: CIVIL UNREST POLITICS)
A Syrian man waves the national flag while holding a picture of Syria's President Bashar al-Assad during a pro-government rally at the central bank square in Damascus March 29, 2011. Assad accepted his government's resignation on Tuesday after nearly two weeks of pro-democracy unrest that has posed the gravest challenge to his 11-year rule. REUTERS/Wael Hmedan (SYRIA - Tags: CIVIL UNREST POLITICS) REUTERS

In het centrum van de Syrische hoofdstad Damascus houden duizenden schoolkinderen portretten van president Bashar al-Assad in de lucht en zwaaien enthousiast met Syrische vlaggen. Al het overheidspersoneel, studenten, schoolkinderen, en iedereen verbonden aan een vakbond heeft verplicht vrijaf gekregen om ‘vrijwillig’ door de straten van de stad te marcheren en loyaliteit te tonen aan de president. Maar in de buitenwijk Arbeen gaat niemand voor Assad de straat op. Als de revolutie uit Deraa in het zuiden overslaat naar Damascus zal ze hier beginnen: in de verpauperde conservatieve voorsteden.

In de rijke wijk Abou Roumaneh rijden pubers rond in hun vaders Hummer en scanderen pro-Assad leuzen hangend uit de ramen. De meeste spontane steunbetuigingen aan het bewind komen niet geheel toevallig van mensen met een auto, een luxe die de normale Syriër zich niet kan veroorloven.

Aan de andere kant van de stad ligt Arbeen, een ultraconservatieve buitenwijk waar maatschappelijke ontwikkelingen de afgelopen eeuw stil lijken te hebben gestaan. Koffiehuizen zijn hier een onbekend fenomeen en vrouwen begeven zich alleen op straat in lange zwarte jassen en niqaab, een zwarte sluier die het gezicht volledig bedekt. Steun voor het regime is hier niet te vinden. Hier geen opgeschoten jongeren die met Syrische vlaggen zwaaien, geen harde nationalistische muziek uit grote luidsprekers, geen foto’s van Assad.

Sjeik Abdou komt aanrijden op zijn antieke brommer en stopt voor zijn winkel, waar hij korans en islamitische snuisterijen verkoopt. Hij draagt een lange grijze galabiya en een witte religieuze hoofdbedekking. Hij tilt zijn gewaad op, stapt handig van zijn brommer en loopt de winkel in.

„De overheid is corrupt”, gromt hij terwijl hij achter zijn bureau plaatsneemt en mierzoete thee inschenkt. „Ik heb zes maanden moeten wachten op een vergunning voor mijn winkel, terwijl dat volgens de wet slechts vijftien dagen mag duren. Ze liggen net zo lang dwars tot ze smeergeld ontvangen. Maar ik betaal niet.”

Sjeik Abdou weet wat het is om te leven onder een repressief regime. Enkele jaren geleden probeerde een groepje jongeren het gebouw van de staatstelevisie over te nemen. Zij waren daartoe aangezet door een extremistische imam die tegelijkertijd op de loonlijst van de inlichtingendienst stond. Toen de jongeren in een truck aan kwamen rijden, was de veiligheidspolitie dan ook al lang op de hoogte. Zonder waarschuwing openden zij het vuur op het voertuig wat leidde tot een bloedbad.

Het merendeel van de betrokkenen bij het incident kwam uit Arbeen. Direct na de gebeurtenissen pakte de veiligheidspolitie in de wijk verscheidene jongens uit dezelfde leeftijdscategorie op. Ook de zeventienjarige zoon van Abdou werd gekidnapt en in een busje weggevoerd naar een onbekende bestemming. Vier maanden zat de jongen vast in een isoleercel van twee bij twee meter. Van tijd tot tijd werd hij ondervraagd waarbij hij werd geslagen met elektriciteitskabels. Uiteindelijk liet de geheime dienst de jongen gaan met de woorden. „Sorry, we hebben ons vergist.”

„Dit is onderdrukking,” roept de sjeik uit. „Mijn zoon was onschuldig, bovendien was hij nog een kind. Toch heeft hij tot de dag van vandaag een rode streep onder zijn naam. Religieus extremist. Hierdoor kan hij niet meer vrijuit reizen en mag hij niet voor de overheid werken.”

Terwijl hij nog een kopje thee inschenkt, zegt hij: „Het enige wat we willen is hervormingen om een einde te maken aan de onderdrukking en corruptie. Dat de staat ons behandelt als burgers en niet als vee. Hoe kan het dat een regering op zijn eigen onderdanen schiet? Hoe kan het dat veel mensen amper genoeg geld hebben om brood te kopen, terwijl bepaalde individuen miljarden dollars op hun bankrekeningen hebben staan?”

Religieuze minderheden zoals christenen zijn als de dood voor een verandering van het regime waaronder zij een relatieve bescherming genieten. Zij vrezen voor de toekomst als conservatieve moslims zoals sjeik Abdou aan de macht zouden komen.

„Het volk is islamitisch”, zegt de sjeik, „Het is logisch dat het geloof een rol dient te spelen in de politiek, maar dat wil niet zeggen dat er geen ruimte voor andersdenkenden kan zijn. De islam is niet de enige religie in Syrië. Er zijn zelfs mensen die helemaal niet gelovig zijn. Christenen en moslims hebben altijd hand in hand gestaan in de strijd tegen onrecht en onderdrukking. Samen zullen we ook nu het land opbouwen.”

De identiteit van de auteur is bij de redactie bekend maar is uit veiligheidsoverwegingen achterwege gelaten.