Vrees voor een 'Chinese lente' maakt leiders nerveus

Chinese leiders voorkomen dat de roep om vrijheid uit de Arabische wereld overslaat naar China. „Zelfs gematigde hervormers lopen nu serieuze risico’s”, zegt een Chinese mensenrechtenactivist.

In de wetenschap dat „een kleine vonk een prairiebrand” kan veroorzaken, hebben de Chinese autoriteiten een nieuwe campagne gelanceerd tegen advocaten, schrijvers en activisten die zich inzetten voor politieke hervormingen. Met de arrestatie van twee juristen en een schrijver deze week is het aantal dissidenten dat sinds eind februari is opgepakt de honderd gepasseerd.

De telling wordt bijgehouden door China Human Rights Defenders, Amnesty International en Duihua. Zij baseren zich op informatie van familieleden en vrienden van de plotseling verdwenen activisten. Deze in Hongkong gevestigde mensenrechtenorganisaties denken dat daarnaast nog „enkele honderden andere dissidenten” scherp in de gaten worden gehouden of de facto huisarrest opgelegd hebben gekregen. In deze categorie valt de blinde advocaat Chen Guangcheng die na een jarenlange gevangenisstraf onder huisarrest is gesteld. Zijn advocaat, Tang Jitian, wordt sinds eind februari vermist.

„We hebben in de afgelopen tien jaar niet zo’n omvangrijke campagne gezien. We zien duidelijk dat de ruimte voor andersdenkenden die was ontstaan, wordt beperkt. Zelfs degenen met zeer gematigde standpunten op het gebied van hervormingen lopen nu serieuze risico’s”, aldus Wang Songlian van China Human Rights Defenders. „Vooral degenen die hun meningen op internet proberen te verspreiden, zijn kwetsbaar. Het is duidelijk de opzet om internetters te dwingen aan zelfcensuur te doen”, zegt Wang.

De twee advocaten en de schrijver – Chen Wei, Ding Mao en Ran Yunfei – die deze week in de provincie Sichuan werden opgepakt door de paramilitaire politie worden ervan beschuldigd te hebben opgeroepen tot de zogeheten „Jasmijnwandelingen”. Geïnspireerd door de opstanden in Tunesië en Egypte zouden zij Chinese jongeren hebben gemaand de straat op te gaan om te demonstreren voor politieke hervormingen. Of zij dat ook werkelijk hebben gedaan, is niet vast te stellen.

In de ogen van de Chinese autoriteiten staan dergelijke oproepen gelijk aan het „aanzetten tot het ondermijnen van de staatsmacht”. Een misdaad waarvoor in 2010 volgens een onderzoek van Duihua (Dialoog) 985 personen werden gearresteerd en veroordeeld. Volgens Duihua worden de straffen steeds langer. Eind vorige week werd de jurist Liu Xianbin in Suinin (ook in Sichuan) voor het aanzetten en plegen van subversieve activiteiten tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Liu, een christen, was net als Chen Wei, Ding Mao en Ran Yunfei een leider van de Tiananmen-demonstraties van 1989 en pleit al jaren voor een meerpartijensysteem, persvrijheid en het recht op ongecontroleerde godsdienstvrijheid. De meeste dissidenten die de afgelopen weken zijn gearresteerd of tijdens „het drinken van een kop thee op het politiebureau” zijn gewaarschuwd, voelen zich geïnspireerd door de ontwikkelingen in de Arabische wereld.

„Afgezet tegen de hele bevolking is hun aantal maar klein, de oproep tot de Jasmijnwandelingen had niet veel te betekenen en er werd ook nauwelijks op gereageerd. Maar de reactie daarop is tekenend voor de nervositeit”, denkt de oud-hoofdredacteur van het Dagblad voor de Jeugd Li Datong. Li, die na een reeks van botsingen met de censuur uit zijn functies werd gezet, maar nog steeds partijlid is, ondertekende Charta 08, een pleidooi voor democratisering in China.

„De nieuwe campagne tegen dissidenten toont aan hoe onzeker de leiders zijn over de ontwikkelingen in Libië, Egypte en Tunesië. Het idee dat mensenrechten en democratie zwaarder kunnen wegen dan de soevereiniteit van een land, zoals we zien in Libië, en de autoriteit van machthebbers, zoals in Egypte, wordt gezien als een serieuze bedreiging”, zegt Li. Chinese machthebbers kennen bovendien hun geschiedenis. In 1930 schreef guerrillaleider Mao Zedong een brief aan zijn kameraden die de moed hadden verloren en citeerde het Chinese gezegde: „Een kleine vonk kan de prairie in brand zetten”. Li Datong: „Dat verklaart ook waarom er zoveel geld gaat naar de staatsveiligheid en het in stand houden van stabiliteit, van weiwen.

Volgens Willy Lam, hoogleraar aan de Chinese Universiteit van Hongkong, speelt niet alleen de vrees voor een „Chinese lente” een rol. Lam denkt dat in de aanloop naar de machtswisseling in 2012, als zeven van de negen leden van het Staand Comité van het Politbureau met pensioen gaan, de meest conservatieve leiders de toon zetten.

„Er is sprake van een stevige ruk naar conservatieve denkbeelden en quasi-maoïstische idealen. De vertrekkende garde wil zijn stempel zetten op de koers voor de middellange termijn”, aldus Lam.

De negen kernleden van het Politbureau hadden op een geheime zitting eind februari al bepaald dat koste wat het kost voorkomen zou moeten worden dat de revoltes in de Arabische wereld naar China overslaan. „Onmiddellijk na afloop van het Nationale Volkscongres is het Systeem in actie gekomen”, aldus Lam. Dat hebben niet alleen Chinese dissidenten en hun families gemerkt. Ook de gebruikers van GoogleMail werden sindsdien geconfronteerd met onverklaarbare storingen, trage systemen en soms zelfs met ongenode meelezers. Het Amerikaanse Google heeft inmiddels geprotesteerd bij de Chinese overheid. Ook buitenlandse journalisten en hun Chinese medewerkers weten dat zij strenger dan voorheen gecontroleerd en gevolgd worden. De VS en de EU hebben daar al tegen geprotesteerd. Ze volgen de aanhouding van dissidenten „met toenemende zorg”.