Verkeersbord onder snelbinder

Vincent K. (22) is niet het type dat je vaak ziet bij de politierechter. Hij draagt een kraakwit overhemd, een zwart jasje en een zwarte das. Onder zijn spijkerbroek sneakers. Hij is net terug uit China, waar hij zijn vriendin heeft bezocht. Komend najaar wil hij weer gaan studeren. „Iets met ICT.”

Als hij buiten de rechtszaal zit te wachten tot de zaak tegen hem begint, komt een bode op hem af. De portemonnee van Vincent is op straat gevonden en afgegeven aan de balie van de rechtbank. Aan het rijbewijs konden ze zien dat die van hem was.

Vincent K. is wel vaker dingen kwijt, vertelt hij. Ook in de nacht van 23 september 2009, toen hij werd aangehouden door de politie in een plantsoen in Broek op Langedijk.

Als de zitting is begonnen, vertelt K. aan politierechter Haverkate dat hij die avond met twee vrienden naar de jaarlijkse kermis was geweest. Onderweg was hij zijn pinpas en zijn rijbewijs kwijtgeraakt. Om half vier ’s nachts liep hij daarom samen met een vriend te zoeken langs de weg naar de kermis.

Maar dat is niet wat een agent ziet die daar op dat tijdstip langsrijdt. Die ziet een jongen aan een verkeersbord hangen en trekken. Het verkeersbord breekt af en de jongen gooit het de weg op. Dat was niet Vincent K. maar zijn vriend Colin, blijkt uit het proces-verbaal dat de agent opmaakt. Vincent stond erbij.

„Hoe ver weg?” vraagt de politierechter.

„Ja, gewoon de breedte van een weg.”

„Niet alle wegen zijn even breed.”

„Tachtig meter of zo?”

„De politieagent schrijft het op alsof u dichterbij stond; ernaast.”

„Nee, dat was niet zo.”

Als de agent die nacht wat beter kijkt, ziet hij dat er ook nog een ander, geel verkeersbord onder de snelbinders van één van de fietsen van de jongens zit. Zachte berm, staat erop.

Vincent K. kan zich tegenover de agent niet legitimeren, omdat hij zijn rijbewijs was kwijtgeraakt. Maar hij denkt dat de agent dat niet geloofde. Hij en zijn vriend moeten mee naar het bureau.

Colin, de vriend van Vincent, geeft daar toe dat hij een verkeersbord heeft vernield. Want „dat leek toen een leuk idee”. Colin weet niet meer of Vincent meedeed toen de agent hem betrapte. Maar Vincent heeft in ieder geval wel meegedaan aan de vernieling van het eerste verkeersbord, zegt Colin. Maar dat ontkent Vincent.

Politierechter Haverkate vraagt of Vincent „veel alcohol” gedronken had. Die vraagt ligt volgens de rechter „voor de hand als mensen midden in de nacht terugkeren van de kermis”.

Vincent beaamt dat hij „wel wat” had gedronken.

„Maar u was niet van de wereld?”

Laconiek: „Nee, hoor, u merkt: ik weet nog hoe het is gegaan.”

Een zaak als deze komt normaliter niet voor de rechtbank. Het Openbaar Ministerie stuurde beide jongens een voorstel om ieder 200 euro te betalen. Daar stemden ze allebei mee in. Alleen heeft Vincent nooit betaald.

„Ik heb nooit een acceptgiro gekregen”, zegt hij. Daarom dacht hij dat de conclusie was getrokken dat hij er niets mee te maken had. Maar toen hij terugkwam uit China, lag de dagvaarding op de mat. En nu zit hij hier. Alleen, zonder advocaat. Hij lijkt zich geen zorgen te maken.

Officier van justitie Van Rijn denkt, „anders dan de verdachte”, dat er wel voldoende bewijs is voor een veroordeling wegens geweldpleging in vereniging. Ze vindt de verklaring van Vincents vriend Colin „authentiek”. Vooral omdat die „eerlijk zegt” dat hij niet meer weet of Vincent ook meedeed bij de vernieling van het tweede verkeersbord.

De verdachte is nooit eerder met justitie in aanraking gekomen. Daarom vraagt de officier aan de rechter hem een geheel voorwaardelijke geldboete van 250 euro op te leggen en hem de helft van de schade te laten vergoeden à 200 euro.

Maar politierechter Haverkate ziet het anders. „U hebt de schijn tegen. Maar anders dan de verklaring van uw vriend is er geen bewijs. De politieagent heeft niet gezien dat u een verkeersbord vernielde. Er is twijfel, en die hoort in uw voordeel uit te pakken.” Vincent K. wordt vrijgesproken. Hij had niet anders verwacht, zegt hij buiten de zaal.

Merel Thie