'Verheven' blanken tussen de marrons

Een Nederlandse leraar en een Nederlandse directeur van een kindertehuis worden in Suriname verdacht van kindermisbruik. De overheid werkt aan beter toezicht op kindertehuizen.

Suriname, Langatabiki (Langetabbetje), 15-01-2011 Paramaccaners of Afro- Surinaamse kinderen zijn nakommelingen van de Marrons, die in de slaventijd de slavernij op de plantages ontvluchtten en de wijk namen naar de bossen. Marrons van Suriname zijn afstammelingen van Afrikanen die door slavenhalers onder dwang naar Suriname zijn gebracht. Daar bevrijdden zij zichzelf uit de slavernij en vestigden zich in het oerwoud. Langs de rivieren bouwden ze een nieuw leven op met hun eigen cultuur, de Marroncultuur. Ook voerden zij guerrilla-oorlogen met de blanke kolonisten en planters, deels om benodigde goederen en wapens te verkrijgen, deels om lotgenoten te bevrijden. Langatabbetje (ook wel Langetabbetje of Lange Tabbetje, Sranantongo: Langatabiki) is een plaats gelegen aan de rivier Tapanahoni in het gelijknamige ressort in het oosten van het district Sipaliwini in Suriname. Foto: Henk Braam/Hollandse Hoogte
Suriname, Langatabiki (Langetabbetje), 15-01-2011 Paramaccaners of Afro- Surinaamse kinderen zijn nakommelingen van de Marrons, die in de slaventijd de slavernij op de plantages ontvluchtten en de wijk namen naar de bossen. Marrons van Suriname zijn afstammelingen van Afrikanen die door slavenhalers onder dwang naar Suriname zijn gebracht. Daar bevrijdden zij zichzelf uit de slavernij en vestigden zich in het oerwoud. Langs de rivieren bouwden ze een nieuw leven op met hun eigen cultuur, de Marroncultuur. Ook voerden zij guerrilla-oorlogen met de blanke kolonisten en planters, deels om benodigde goederen en wapens te verkrijgen, deels om lotgenoten te bevrijden. Langatabbetje (ook wel Langetabbetje of Lange Tabbetje, Sranantongo: Langatabiki) is een plaats gelegen aan de rivier Tapanahoni in het gelijknamige ressort in het oosten van het district Sipaliwini in Suriname. Foto: Henk Braam/Hollandse Hoogte Henk Braam/HollandseHoogte/Hol>

Avenaisa is dertien jaar en drie maanden zwanger. Haar moeder Abi van 27 is pas bevallen van Avenaisa’s broertje Kenny. En haar oma van 41 kan ieder moment bevallen van haar zesde kind.

Drie generaties vrouwen in het Surinaamse marrondorp Pokigron, die deze krant begin dit jaar sprak. „Mijn moeder en oma helpen me en tegelijkertijd zijn ze zelf zwanger. Voor mij is het gewoon, ik zie het vaker om me heen”, zei Avenaisa.

Seksuele omgang met jonge meisjes is niet ongewoon in marrondorpen in het binnenland. Een meisje is huwbaar zodra ze menstrueert. Polygamie mag, mits de man zijn vrouwen en kinderen kan onderhouden.

Op een uur varen van Pokigron ligt Bofokoele, het marrondorp waar een politieteam uit Paramaribo eerder deze week heen trok, om onderzoek te doen naar Sjeroom S., de blanke Nederlandse leraar die wordt verdacht van kindermisbruik.

Justitie zegt over een bandopname te beschikken, waarop S. een tienjarig meisje „zijn vrouw” noemt, met wie hij „alles” doet. De opname belandde via een welzijnswerker bij justitie. En het was een stagiair opgevallen hoe S. jonge meisjes „onbehoorlijk betastte”. Volgens parlementariër Hugo Jabini zou S. twee kinderen hebben verwekt bij een vrouw met een geestelijke en lichamelijke beperking.

Zelf spreekt Sjeroom S. van een lastercampagne. Hij is naar Paramaribo getrokken om zijn onschuld te bewijzen, zei hij in Surinaamse media.

Intussen zit ex-marinier Henk de G., de tweede Nederlander die binnen een week in Suriname in een pedofiliezaak verwikkeld raakte, nog altijd vast. Als directeur van het kindertehuis Lobi-Blessi in Tamanredjo, even buiten Paramaribo, zou Henk de G. kinderen veelvuldig misbruikt en mishandeld hebben. Ook hij ontkent alle aantijgingen.

Beide zaken raken twee gevoelige punten in Suriname: de verheven positie van blanke Nederlanders (bakra’s), met name in het binnenland. En het gebrek aan maatregelen om kinderen te beschermen tegen misbruik en mishandeling, ook weer vooral in datzelfde binnenland, waar de seksuele normen soepeler zijn.

„Het zou illegaal moeten zijn. Hier is het niet illegaal”, zegt verdachte Sjeroom S. volgens justitie op de bandopname.

In aanloop naar een plenaire vergadering van de Nationale Assemblée in april, kwam een commissie van rapporteurs deze week met spoed bijeen om de wetgeving voor kinderbescherming te bespreken. Kindermisbruik en kindermishandeling is strafbaar in Suriname, celstraffen variëren tussen zes en twaalf jaar. Nu wordt er gewerkt aan streng toezicht op opvanggezinnen en opvangtehuizen en aan strenge criteria voor de oprichting van opvangcentra en kinderdagverblijven.

Iedereen kan en mag in Suriname een kindertehuis beginnen. Er zijn geen vergunningen nodig, vooronderzoek naar initiatiefnemers ontbreekt. De meeste kindertehuizen worden opgezet door kerkelijke organisaties of vrijwilligers, vaak afkomstig uit Nederland of met Nederlands geld. Er vindt geen registratie of toezicht plaats door de overheid. Hoeveel kindertehuizen er precies zijn, is onbekend.

Voormalig maatschappelijk werkster Ellen Abendanon, die jarenlang betrokken is geweest bij de Stichting voor het Kind, is kritisch over de rol van politie en justitie. „Het is heel frustrerend”, zegt ze. „Als een hulpverlener de politie inschakelt omdat een directeur van een tehuis, of iemand anders, de kinderen misbruikt, dan zegt de politie doodleuk: ‘Wil je dat ik het tehuis sluit? Dat kan, maar dan staan er wel per direct een paar honderd kinderen op straat.’ Ja, wat moet je dan doen?”

Sinds 2006 bestaat wel de ‘Commissie vrouwen- en kinderrechten’ in Suriname. Die moest onder meer een inventarisatie maken van politieke maatregelen om kinderen tegen misbruik te beschermen. Deze commissie zou tot nog toe slechts een paar keer bij elkaar gekomen zijn. Parlementsvoorzitter Jenny Simons heeft de commissie nu opgeroepen op korte termijn met een rapport te komen.