Topmanagement bij politie krimpt fors in

Het aantal topmanagers bij de Nederlandse politie gaat de komende jaren fors omlaag, van honderd naar circa dertig functies. Dat schrijft minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) in een brief over de vorming van de nationale politie die hij gisteren aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Eerder had Opstelten al bekendgemaakt flink te willen snijden in de ondersteunende banen binnen de politieorganisatie: daar verdwijnt een kwart van, ofwel zo’n tweeduizend van de achtduizend banen.

De huidige 25 regionale politiekorpsen en het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) maken plaats voor één landelijke politieorganisatie, met aan het hoofd de minister van Veiligheid en Justitie.

Uiterlijk 1 mei zal Opstelten iemand benoemen die alle veranderingen moet doorvoeren. Diegene is tevens de beoogd korpschef van de nationale politie. Hij of zij moet het gezicht worden van de nationale politie en heeft de dagelijkse leiding over de organisatie.

De voorbereidingen voor de nationale politie moeten aan het einde van dit jaar zijn afgerond, schrijft minister Opstelten verder in zijn brief aan de Kamer. Hij hoopt dat zowel de Tweede als de Eerste Kamer zijn plannen vóór 1 januari 2012 goedkeurt, zodat de nationale politie op die datum „onmiddellijk” van start kan gaan.

Met de korpsbeheerders – de burgemeesters van de grootste gemeenten in iedere politieregio – heeft Opstelten inmiddels afspraken gemaakt over de overgang naar één landelijke organisatie. Het aantal regio’s wordt teruggebracht van 25 tot 10. In mei wijst Opstelten de beoogde ‘regioburgemeesters’ aan. Zij krijgen een belangrijke rol bij de vaststelling van het regionale beleidsplan waarin afspraken staan over de aanpak van criminaliteit en de inzet van de politie.