Toezichthouders moeten openheid geven aan enquêtecommissie

Minister de Jager tijdens een Kamerdebat over de commissie-De Wit in maart. Foto: NRC Handelsblad / Roel Rozenburg.

Toezichthouders uit de financiële sector moeten ondanks hun geheimhoudingsplicht openheid geven van zaken aan de parlementaire enquêtecommissie De Wit. Dat schrijft de Raad van State in een advies aan minister De Jager van Financiën.

De commissie De Wit, die onderzoek doet naar de kredietcrisis en later dit jaar de eerste openbare zittingen houdt, moet de informatie van de toezichthouders wel “strikt vertrouwelijk” houden van de Raad van State. De Jager had de Raad van State om het advies gevraagd omdat toezichthouders een wettelijke geheimhoudingsplicht hebben voor de financiële instellingen die onder hun toezicht vallen.

‘Documenten ter inzage in besloten ruimte’

De Raad van State moest zich buigen over de vraag of de geheimhoudingsplicht of informatieverstrekking aan het parlement zwaarder weegt en zegt dat op die vraag “geen juridisch eenduidig antwoord” te geven is. NRC Handelsblad schrijft vanmiddag welke oplossing de Raad van State biedt:

“Informatieverstrekking zou het uitgangspunt moeten zijn, maar dan zal de enquêtecommissie wel een aantal waarborgen van vertrouwelijkheid dienen in te bouwen. Toezichthouders als De Nederlandsche Bank, de Autoriteit Financiële Markten en ook het ministerie van Financiën zouden vertrouwelijke documenten alleen in een besloten ruimte ter inzage kunnen leggen voor leden van de enquêtecommissie. De documenten zouden geanonimiseerd moeten zijn zodat individuele banken en personen niet herkenbaar zijn. De commissieleden moeten op hun beurt absolute geheimhouding garanderen en de documenten niet vermenigvuldigen.”

De Tweede Kamer reageert enthousiast op het advies van de Raad van State:

“De vraag van voorlichting die de raad beantwoordt geeft aan hoe belangrijk en bijzonder de positie van de Tweede Kamer is. Op deze manier kunnen zaken niet geheim blijven voor het parlement.”

Ewout Irrgang (SP) noemt het advies vanmiddag in NRC Handelsblad “een stap richting ruimere medewerking”. Hij vindt dat de Kamer de maximale ruimte moet opzoeken en dat die geheimhoudingsplicht van toezichthouders zoveel mogelijk moet wijken. “Ik voel er wel voor om als Kamer apart juridisch advies in te winnen, want het blijft nog onduidelijk.”