Risico groeit met ieder kernongeluk

De discussie over de voor- en nadelen van kernenergie leeft ook in Nederland op. Gisteren liet de Tweede Kamer zich bijpraten door betrokkenen en experts. Er zijn nog veel vragen en zorgen.

Nederland, Borssele, 09-11-10 Kerncentrale van EPZ Borssele. © Foto Merlin Daleman
Nederland, Borssele, 09-11-10 Kerncentrale van EPZ Borssele. © Foto Merlin Daleman

Telefoontjes van media en bezorgde burgers stromen de laatste weken binnen. Een nieuwe informatiebrochure is vervroegd uitgegeven omdat er veel belangstelling voor was. Begrijpelijk, vindt het hoofd van de kerncentrale in het Zeeuwse Borssele Jan van Capelle: „Wij zijn gewend altijd kritisch te worden bekeken.”

Nu de nucleaire problemen in Japan blijven voortduren, verlegt de discussie zich langzamerhand naar Nederland. Ook in ons land staat een kerncentrale. En het kabinet wil er graag nog eentje laten bouwen. De maatschappelijke onrust neemt toe. Oppositiepartijen en maatschappelijke organisaties organiseren op 16 april in Amsterdam een manifestatie tegen kernenergie. Ook is er een onlinepetitie, die vanochtend al ruim 42.500 keer was getekend.

Het politiek debat over de kabinetsplannen is door de Japanse kernramp verschoven naar 21 april. Maar gisteren lieten Kamerleden zich tijdens een bijeenkomst alvast bijpraten door deskundigen en betrokkenen. Twee grote partijen die voorstander zijn van kernenergie, CDA en PVV, ontbraken. Waarover maken de Kamerleden zich zorgen?

1De veiligheid van Borssele

De centrale in Borssele behoort tot de veiligste 25 procent van de westerse wereld, zei Van Capelle gisteren. „We zijn heel goed voorbereid op alle mogelijke scenario’s, ook op de meest onwaarschijnlijke.” Liesbeth van Tongeren (GroenLinks) vond dat niet overtuigend: „Dat zeiden ze in Japan ook. Het gaat juist om omstandigheden die je je niet kan voorstellen, the unknown unknowns.” Volgens directeur Piet Müskens van de Kernfysische Dienst, dat kernenergieactiviteiten in Nederland controleert, wordt „elk nieuw inzicht verwerkt, ook als daarvoor de centrale per omgaande moet worden stilgelegd”. Wel zal door de ramp in Japan wereldwijd opnieuw worden gekeken naar modellen die voorspellen hoe groot de kans is op een ‘meltdown’. In Nederland gaat men uit van eens in de miljoen jaar, in veel andere landen van eens in de 100.000 jaar. Dat klopt niet meer, zei PvdA-Kamerlid Diederik Samsom. Dankzij vijf meltdowns in het verleden is die kans inmiddels een op de 3.000 jaar.

2Kennis bij de overheid

Drie oud-topambtenaren, betrokken bij het crisisteam na de ramp in Tsjernobyl in 1986, waarschuwden vorige week in deze krant dat Nederland te weinig nucleaire kennis heeft. Niet alleen bij de top van de departementen, ook bij vergunningverlening, toezicht en ongevallenbestrijding. „Daar mankeert het inderdaad aan”, zei André Versteegh, oud-directeur van de kernreactor in Petten en lid van de stichting KINT, een samenwerkingsverband van nucleaire bedrijven. „Uitbreiding van nucleaire kennis is absoluut noodzakelijk.” Piet Müskens sprak over „zorgen voor morgen”. Vijf van zijn medewerkers, eenderde van het totaal, gaat met pensioen. „Als er dan nieuwe centrales bijkomen, is dat door de huidige bezetting niet te dragen.”

3Kennis bij gemeenten

Rampenplannen zijn opgesteld door lokale overheden. Maar is daar genoeg expertise om met een kernramp om te gaan? Ronald Smetsers van het RIVM noemde dat „een punt van zorg. Er is soms grote angst bij ambulancechauffeurs of ziekenhuizen om besmette personen op te nemen.” Nog vorige week stelde een meerderheid van de Tweede Kamer dat het toezicht op bedrijven met risico op zware ongevallen niet meer mag worden overgelaten aan provincies en gemeenten. Hun ontbreekt het aan mankracht en kennis. Aanleiding was de grote brand bij Chemie-Pack in Moerdijk op 5 januari.

4Buitenlandse kerncentrales

In het Belgische Doel en het Duitse Lingen, net over de grens, liggen kerncentrales. Als daar een ernstig ongeval gebeurt, krijgt Nederland daar ook mee te maken. De Kernfysische Dienst zegt geregeld contact te hebben met zijn partners in Duitsland en België. Ook wordt op internationale bijeenkomsten kennis en ervaring uitgewisseld. Maar alle landen bepalen uiteindelijk zelf hoe en wanneer precies wordt ingegrepen.